• 30 mei—27 juni 2015 Mahony The Fantastic Invasion Opening zaterdag 30 mei, 18:00-21:00, Performance

    Een kleien sculptuur, verhit tot 1080°C, is aan het afkoelen in de koelkast. Een legerdeken, met een missie erop geborduurd, hangt tegen de muur. Een performance, die toeschouwers bombardeert tot aardappelschillers, vindt plaats op de binnenkoer. Op zaterdag 30 mei presenteert Objectif Exhibitions The Fantastic Invasion—een tentoonstelling en performance door het Oostenrijks-Duitse collectief Mahony.

    De titel van de tentoonstelling is gestolen van Nigel Evans en diens BBC-documentaire “The Fantastic Invasion” over John Frum (aka Jon Frum, John Brum, en John From), een cultleider die zijn volgelingen economische welvaart beloofde. Het ontwerp voor het Art Deco-figuurtje dat Mahony inbouwde in de koelkast is dan weer gestolen van een andere John; en van de top van een Art Deco-wolkenkrabber op 570 Lexington Avenue in New York. John W. Cross ontwierp de wolkenkrabber in 1931 voor de Radio Corporation of America en kroonde het met een ornament dat radiogolven moest voorstellen. De wolkenkrabber was daarna dan weer lange tijd in het bezit van General Electric, en het was General Electric die de eerste koelkast voor massaproductie op de markt bracht in 1937.

    En dan is er nog die zin: “Sowing hope—harvesting future” (“hoop zaaien—toekomst oogsten”). Mahony borduurde het op een legerdeken, maar haalde het uit een campagne waarmee een Duitse ngo de zogenaamde ‘Derde Wereld’ wou redden. Het klinkt als een citaat uit de Bijbel, in de geest van de eerste missionariswerken van de kolonialisten, maar vandaag de dag moeten dit soort oproepen vooral aanzetten om geld te doneren.

    Het komt allemaal samen aan tafel, waar Mahony ons zijn Potato Dinner Performance serveert. Hoewel de titel voor zich lijkt te spreken, situeert het event zich ergens tussen een performance en lezing in. En daar situeert het zich al enkele jaren—op verschillende locaties, in verscheidene vormen. Gewoonlijk worden er aardappelen geschild en gekookt terwijl er teksten gelezen en video’s geprojecteerd worden. Bij Objectif Exhibitions krijgt de koelkast – gewoonlijk onderdeel van onze mobiele keuken – een centrale plaats, samen met het publiek. Het is in deze gemeenschappelijke context dat collectieven, cultussen, kolonialisten, bedrijven, architecten en archeologen, strategen en symbolisten, filantropen en fondsenwervingsacties geschild, gebakken en geglazuurd worden, op hoge temperatuur.

    Mahony is een ‘esthetische paraplu’ die de verschillende activiteiten samenbrengt van Stephan Kobatsch, Jenny Wolka en Clemens Leuschner. Mahony werd opgericht in 2002 en werkt vanuit Wenen en Berlijn. Het werk van Mahony was al te zien in solo- en groepstentoonstellingen bij onder andere Witte de With, Rotterdam (2015); Galerie Emanuel Layr, Wenen (2014); Fondazione Sandretto Re Rebaudengo, Turijn (2013); Künstlerhaus Bethanien, Frankfurt am Main (2013); 21er Haus, Wenen (2012); the Artist’s Institute, New York (2012); Proyectos Monclova, Mexico D.F. (2011); and Kunsthalle Wien, Wenen (2011).

    Met bijkomende steun van:
    1c_bundeskanzleramt_oesterreich

     

    Bildhauerwerkstatt im Kulturwerk des bbk berlin GmbH


  • 2 mai 2015 Euan Macdonald A Place Like This

    Het wemelt van de geluiden in Euan Macdonalds A Place Like This, hoewel die geluiden vele vormen aannemen. Macdonalds solotentoonstelling is te zien op het gelijkvloers en in de kelder van Objectif Exhibitions en ontleent zijn titel aan het videowerk dat hij produceerde in een pianofabriek in China. De video wordt getoond op een scherm hangend in de kelder en toont fabrieksarbeiders die rijen piano’s stemmen. Zo produceren ze onbedoeld een atonale muzikale compositie, een akoestische registratie van de tijd doorgebracht in de dagelijkse routine van geabstraheerde arbeid, vanuit een ambigu, suggestief rumoer.

    De tint van het beeld verandert doorheen de video–het oorspronkelijke beeld krijgt dankzij een roodkleurige filter steeds meer spanning. Het geluid dat hierbij hoort wordt al op het gelijkvloers waargenomen. Nog op het gelijkvloers vinden we een grote, gesolariseerde foto van een vibrerende stemvork die omhoog wijst, weg van de pianostemmers beneden. Iets verder is het geluid van een testmachine voor piano’s in een proces van reverse engineering op partituur gezet, en gedrukt op een Leporello.

    Een bepaalde frequentie resoneert van het gelijkvloers tot de kelder en terug, terwijl associaties samenkomen door herhaling en transmogrificatie. En zo galmt het verder: digitale prints met gezeefdrukte, modernistisch aandoende rasters, die doen denken aan het kalenderontwerp in zakagenda’s, lijken als het ware te drijven op uitvergrote details van water–uit willekeurig geselecteerde beelden, snapshots, toeristische brochures en muurkalenders. Elf titelpagina’s van partituren zijn omkaderd met woorden. Zij echoën de boodschap van een toevallig gevonden postkaart waarop de nasleep van een vloedgolf beschreven staat. Naast een video van het haast onzichtbare licht van een vuurtoren op de rand van een immense rots bij de zee, vormt een reeks aangepaste achterbladen van een gedichtenbundel van Wordsworth uit het begin van de twintigste eeuw hun bescheiden decoratieve ontwerp van olieverf en water om tot een open, ruimtelijke vorm dankzij grafische lichtstralen die vanuit het psychedelische ontwerp lijken te komen.

    De afbeelding van een mug onder een bekertje, oftewel de auditieve en visuele beeldtaal die wordt opgeroepen door een mug onder een bekertje, voorziet in een meer linguïstische benadering van geluid.

    Door het samenbrengen van uiteenlopende vormen van reproductieve systemen van geluids- en beeldtechnieken van foto’s, objecten en grafisch ontwerp die doorgaans als bijkomstig gezien worden–of het nu gaat over de marges van fabrieksproductie, verwachtingen van tijdsmanagement, of het hernemen van vormen van gedeeltelijk vergeten muziekdistributie, literatuur of voorbijgestreefd grafisch ontwerp–, onderzoekt Macdonald de krachten die doorwerken in de invloed die dit soort vormen op ons hebben. Zo opereert ook A Place Like This.


  • 1 februari 2014—7 juli 2015 Post Brothers Memoirs found in a bathtub, or what entropy means to me

    In 2013 kwam Post Brothers naar Antwerpen voor een residentie bij AIR Antwerpen en Objectif Exhibitions. Hij bracht ook een paar duizend sciencefictionboeken met zich mee, die hij alfabetische ordende tot een toevallige zomertentoonstelling van gesorteerde metadata en gescande covers. Sinds februari 2014 volgt Post Brothers het programma van Objectif Exhibitions­ door boeken uit zijn collectie te selecteren corresponderend met de programmawisselingen. De boeken werden gevonden in de badkuip van een voormalig informaticus in Berkeley, Californië (VS). Het is een verzameling. De selecties daaruit kunnen in de kantoorruimte bij Objectif Exhibitions bekeken, gelezen en geleend worden en bieden een nieuw perspectief op al het andere dat er te zien is.

    In het kader van deze tentoonstelling wordt een serie van risografische prints geproduceerd in samenwerking met grafisch ontwerpers Valentijn Goethals, Ine Meganck en Julie Peeters.


  • 2015


    • 3 april—23 mei 2015 Marc Nagtzaam Eight Pieces for Eight Corners

      Objectif Exhibitions presenteert Eight Pieces for Eight Corners—een reeks muurtekeningen door Marc Nagtzaam. Ze worden tentoongesteld in de kantoorruimte van 3 april tot 23 mei 2015.


    • 3 april 2015 An evening with 7 curators

      Zeven gasten, één moderator, en een reeks vragen gerelateerd aan de hedendaagse kunstscene in Zuid-Korea en Japan. Op vrijdag 3 april, van 19 tot 21 uur, organiseert Kunstenpunt (*) een publiek gesprek bij Objectif Exhibitions. Tijdens deze avond komen zeven artistiek directeurs en curatoren aan het woord over hun programma’s en contexten, de institutionele modellen waarmee ze werken en de invloed ervan op het landschap van de beeldende kunsten in hun land.

      Wat zijn de actuele verschuivingen in de sector, waar liggen de uitdagingen op vlak van cultuurbeleid? Hoe spelen kunst en cultuur een rol in de politieke wereld, en omgekeerd? Hoe zien ze de relatie tussen centrum en periferie, tussen het lokale en het globale? Deze thema’s zullen aangeraakt worden tijdens een rondetafelgesprek gemodereerd door Pieter Vermeulen.

      De discussie wordt in het Engels gevoerd. Toegang is gratis en zoals altijd wordt er iets te drinken voorzien.

      De sprekers zijn:
      —Mr. Taro Amano
      Hoofdcurator Yokohama Museum of Art, Japan
      —Mrs. Nathalie Boseul Shin
      Curator Total Museum, Korea
      —Mr. Ken Kondo
      Curator Mori Art Museum, Japan
      —Mr. Chu-young Lee
      Associate curator MMCA-Seoul, Korea
      —Mrs. Sunghee Lee
      Directeur Art Space Pool, Korea
      —Mrs. Hyejin Lim
      Curator Samuso, Korea
      —Mr. Fumihiko Sumitomo
      Directeur Arts Maebashi, Japan

      Moderator:
      —Pieter Vermeulen, freelance curator en deelnemer aan de oriëntatiereis in 2014.

      *De curatoren worden uitgenodigd in het kader van het curatorenprogramma van het Kunstenpunt, als vervolg op de oriëntatiereis naar Zuid-Korea en Japan georganiseerd door het Mondriaan Fonds, in september 2014.


    • 21 april 2012—1 juli 2015 Nina Beier Four Stomachs

      2015

      In eerste instantie kauwen koeien hun eten nauwelijks. Het hele proces is langdurig en mechanisch: ze trekken wat gras, kauwen erop, slikken het door, braken het weer op, kauwen opnieuw en slikken het weer in. ‘Herkauwen’ heet dat; het complexe spijsverteringskanaal van de koe is voortdurend aan het werk.

      Van 14 februari tot 11 april 2015 wordt Nina Beiers vierjarige solotentoonstelling Four Stomachs niét afgesloten. Beier plaatst vijf grote koperen gietvormen op het gelijkvloers—op de vloer—van Objectif Exhibitions. “Koeien hebben vier magen en vergeten hun verleden nog voor het verteerd is”—Beiers tentoonstelling werd steeds opnieuw herkauwd, in een vergelijkbaar proces als hetgene dat plaatsvindt in de organen waaraan de tentoonstelling haar naam te danken heeft. In 2012, 2013 en 2014 werden er vijf nieuwe werken geproduceerd, die daarna verdeeld werden over drie verschillende weilanden. Maar voor de vierde en laatste ‘maag’ heeft Beier een centralere weide afgepaald, en zal ze vijf nieuwe werken in de machine invoeren.

      Ze zijn komisch, elegant gepolijst en hoogst reflectief, maar net zo goed vervreemdend en gedenatureerd. Deze invocaties zetten vormen zo oud als de straat neer, gegoten in een materiaal dat zoveel meer suggereert: de glans van muziekinstrumenten, de codificatie van een sleutel of—meer metonymisch—militaire hiërarchie. Maar blijven deze afbeeldingen van aarde koppig bases voor monumenten, of verwerven ze de status van wat ze aanvankelijk ondersteunden (in afwezigheid daarvan)? Als dat laatste geldt, wat herdenken ze dan nu nog, behalve die afwezigheid—de reductie van monumenten tot ontmoetingsplekken, de groeiende verwarring tussen de kaart en het afgebeelde grondgebied? Elk gegoten metaal is gebaseerd op een kleien figuur. Maar kunnen deze representaties van klei (gegoten in klei), die hier als positieve vormen verschijnen, ook de negatieve vormen bezweren die ze achterlieten?

      In contrast met de drie eerdere ‘magen’, die ze toonde op drie verschillende en veel minder traditionele plaatsen, koos Beier deze keer voor het gelijkvloers bij Objectif Exhibitions, omwille van de veronderstelde ‘neutraliteit’ van haar witte muren en de voorgeschreven functie van tentoonstellingsruimte. Tegelijkertijd is deze nieuwe reeks werken—als representaties van slijk, als afdrukken van aarde—op zichzelf al een agglomeratie van geïmpliceerde locaties. Zowel figuur als grond, zowel letterlijk als figuurlijk.

      Kauw, slik, herkauw. We gaan even terug in de tijd: Beier bracht het jaar 2012 door met het van het gezicht ontdoen van bustes in brons, plastic, keramiek en vezelglas. Ze positioneerde deze Facing Figures boven Objectif Exhibitions, verspreidde hen over de vensterbanken van de residentiële appartementen van onze buren. Een buste wordt altijd misvormd geboren—zonder ledematen, gedeeltelijk, geabstraheerd. Beier misvormde hen verder en ontnam hen zowel hun auteurschap, hun referenten, hun gelijkenissen en hun geschiedenissen.

      In 2013 verwijderde Beier haar blinde wachters vanachter de ramen, en stuurde een heel andere kudde uit om een residentie te bezetten die nog privater was—die van directeur Chris Fitzpatrick. Verticaal en levensgroot verzegelden deze volgepropte Portrait Mode-kaders afgedankte kleding met dierenprints achter glas—‘trofeeën’ die getoond werden achter slot en grendel van de poortwachter die door Beier in dienst werd genomen om de kudde te domesticeren, ‘enkel op uitnodiging’.

      In 2014 opende Beier de derde van haar vier ‘magen’ nog verder, naar een nog breder (en nietsvermoedend) publiek van pendelaars toe. Ze maakte zich de fotografische taal eigen van auteursrechtenvrije beeldbanken door op een absurde wijze een vertrouwd motief te imiteren en letterlijk en figuurlijk uit te vergroten. Hiervan produceerde ze 33 full-color posters, of Variations. De posters werden publiek getoond, zonder verdere uitleg of bemiddeling en enkel gechoreografeerd door toegankelijkheid en beschikbaarheid, in de advertentiekaders die lopen langs de roltrappen aan beide zijden van de Sint-Annatunnel—een voetgangerstunnel uit 1930 die onder de Antwerpse Schelde loopt.

      Op het meest basale niveau toont Four Stomachs het resultaat van een engagement van een organisatie tegenover een kunstenaarspraktijk voor een langere periode dan gangbaar is—waarmee de organisatie niet enkel zichzelf als context aanbiedt, maar mogelijk de hele stad en gemeenschap waar ze in thuishoort. Niet alleen  de volledige ruimte, maar ook een uitzonderlijke hoeveelheid tijd werd ter beschikking gesteld. Tijdens deze vier jaar, en doorheen het systeem dat ze ontwikkelde om daarbinnen te werken, vielen de momenten van conceptie, realisatie, presentatie en receptie samen tot één fase—een fase die tegelijkertijd onafhankelijk is én onlosmakelijk verbonden aan alle andere activiteiten die Objectif Exhibitions simultaan heeft geproduceerd.

      Laatste jaar, laatste ‘maag’. Maar Beier wijst elke afsluiting van de hand—door de tijdsduur van haar tentoonstelling te verkorten tot de gangbare acht weken, en door achteraf het nieuwe werk op te nemen in andere tentoonstellingen, bij andere instellingen, in andere contexten en op andere tijdstippen in 2015. Door in te grijpen in de verwachtingen die haar ‘vierjarige’ tentoonstelling met zich meebrengt, houdt ze controle over het traject ervan en stuurt ze dit weg van een conclusie, via dispersie. Ze boort het de grond in.

      Nina Beier (°Aarhus, Denemarken, 1975; woont in Berlijn) behaalde haar diploma aan het Royal College of Arts, Londen (2004). Haar vierjarige solotentoonstelling bij Objectif Exhibitions loopt ten einde in 2015 en haar werk was het onderwerp van andere recente solotentoonstellingen bij David Roberts Art Foundation, Londen (2014), Kunsthaus Glarus, Zwitserland (2014), Mostyn, Wales (2013-14), Nottingham Contemporary (2013-14) en Kunsthal Charlottenborg, Kopenhagen (2011-12); daarnaast in groepstentoonstellingen bij o.a. Maxxi, Rome (2014), Kunsthalle Wien, Wenen (2014), Kunsthalle Bremen (2014), Centre Pompidou, Parijs (2014, 2013), Casino Luxembourg, Luxemburg (2014), Centre for Contemporary Art, Glasgow (2014), Fondazione Sandretto Re Rebaudengo, Turijn (2013-14), Musée d’Art moderne de la Ville de Paris, Parijs (2013-14), Jakarta Biennial, Jakarta (2013), Museum of Contemporary Art Detroit (2013), Moseion Bozen, Bolzano (2012), The Artist’s Institute, New York (2012), KW Institute for Contemporary Art, Berlijn (2012), Index, Stockholm (2012) en Tate Modern, Londen (2012).


    • 23 januari 2015 Stuart Sherman

      “It was more in the style of the performance of household chores.”
      —Stuart Sherman, 1985

      Stuart Sherman (1945-2001) was een kunstenaar, in de breedste zin van het woord. Hij maakte collages, tekeningen, films, sculpturen en video’s. Hij schreef essays, toneelstukken, poëzie en bracht in eigen beheer Quotidian Review uit—een maandelijks, gefotokopieerd tijdschrift van en rond zijn werk. Hij versneed Entenmanns chocoladecake, las zes maanden lang hardop voor aan een romanschrijver, en werd berucht om zijn kleine performances met objecten op klaptafeltjes. In 1975 voerde hij Stuart Sherman Makes a Spectacle of Himself op voor drie gasten in zijn appartement in New York, wat leidde tot meer “Spectacles”—de hermetische solo- en groepsperformances (en brillen die hij voorzag van tekst of beelden) waar hij het meest bekend om is geworden.

      Op vrijdag 23 januari 2015, van 18 tot 21u, zal Objectif Exhibitions twee van Shermans “Spectacles” en vijfentwintig van zijn kortfilms tonen én een poging doen om deze te bespreken. Tussendoor nemen we pauzes.

      Stuart Sherman werd geboren in 1945 in Providence, Rhode Island (VS) en overleed in 2001 in San Francisco, Californië (VS). Shermans tentoonstellingen en performances reisden de wereld rond, en hij ontving verschillende prijzen, waaronder een Prix de Rome, een Guggenheim Fellowship, en beurzen van onder meer DAAD en het Amerikaanse National Endowment for the Arts (NEA). In 2009 was Shermans werk het onderwerp van een postume retrospectieve bij 80WSE Gallery bij New York University. Het overgrote deel van zijn films zitten in de collectie van het Museum of Modern Art (MoMA) in New York.

      PROGRAMMA:

      Stuart Sherman
      Twelfth Spectacle (Language), 1980
      38 min, kleur, geluid

      Inleiding door Chris Fitzpatrick

      Stuart Sherman
      Thirteenth Spectacle (Time), 1980
      38 min, kleur, geluid

      Inleiding door Chris Fitzpatrick

      Stuart Sherman
      21 Films, 1978-1986*
      50 min, z/w en kleur, deels geluid, 16mm film (op video)

      *Samengesteld door Stuart Sherman, bevat 21 Films de volgende 25 titels: Globes (1977); Scotty and Stuart (1977); Skating (1978); Tree Film (1978); Edwin Denby (1978); Camera/Cage (1978); Flying (1979); Baseball/TV (1979); Fountain/Car (1980); Rock/String (1980); Elevator/Dance (1980); Hand/Water (1979); Piano/Music (1979); Roller Coaster/Reading (1979); Theatre Piece (1980); Bridge Film (1981); Racing (1981); Typewriting (Pertaining to Stefan Brecht) (1982); Chess (1982); Golf Film (1982); Fish Story (1983); Portrait of Benedicte Pesle (1984); Mr. Ashley Proposes (Portrait of George) (1985); Eating (1986); The Discovery of the Phonograph (1986).


  • 2014


    • 20 december 2014 Iza Tarasewicz Fungal Follies

      Iza Tarasewicz (°1981, Bialystok, Polen; woont in Bialystok) behaalde een diploma aan de Academie voor Beeldende Kunst in Poznan, Polen (2008). Ze stelde haar werk tentoon in solotentoonstellingen bij Kunstlerhaus Bethanien, Berlijn (2014); Polish Institute, Berlijn (2014); Krolikarnia X. Dunikowski Museum of Sculpture, Warschau, PL (2013); ARTISTERIUM, International Contemporary Art Exhibition and Events, Tbilisi, GE (2011); Gallery Labirynt, Lublin, PL (2011); Platan Gallery, Budapest, HU (2011); Stereo Gallery, Poznan (2010); Arsenal Gallery, Bialystok (2009); en in groepstentoonstellingen bij o.a. BWA Contemporary Art Gallery, Katowice, PL (2014); Museum of Modern Art, Warschau, PL (2014); Center Of Contemporary Art, Torun, PL (2013); Arsenal Gallery, Power Station, Bialystok (2013); Dunikowski Museum of Sculpture, Warsaw (2012); Kuenstlerhaus Dortmund, DE (2012); Frutta Gallery, Rome, IT (2012); J Gallery, Genève, CHE (2011); Spokojna Gallery, Warsaw (2011); Europe House, Tbilisi (2011); Art Villa Garikula, Khaspi (2011). In 2013-‘14 had Tarasewicz een residentie bij Künstlerhaus Bethanien in Berlijn.

      Objectif Exhibitions dankt het Pools Instituut van Brussel voor het mede mogelijk maken van deze performance.


    • 16 december 2014 Erik Thys & Harald Thys Our friend the automobile

      Our friend the automobile—a lecture by Erik Thys & Harald Thys.


    • 30 november 2014 An Open Call

      Job Announcement: Director

      Objectif Exhibitions is a not-for-profit art centre dedicated to contemporary visual art in Antwerp. Founded in 1999, the organisation’s public mandate is to offer a climate of support for the creation of and interaction with diverse artistic practices by producing new solo exhibitions of international and local artists. Alongside its core activity, Objectif Exhibitions hosts lectures, performances, screenings and occasional residencies, as well as producing occasional publications. Through its dynamic and varied programme, Objectif aims to maintain a growing community of concerned and engaged people committed to supporting the organisation. The activities mainly take place within its ground floor and basement exhibition spaces—each of approximately 160 square meters in the centre of the city.

      The position of Director is concentrated in three main areas: artistic programming, administration, and communication. The Director is responsible for the budget, and reports to the board.

      The starting date is MAY 2015.

      Responsibilities

      — lead and direct objectif’s artistic programme, including curating all exhibitions, organising all commissions and other programmatic activities and events; providing an intelligible overall vision and management; and providing a unique international perspective on contemporary art developments.
      — plan and oversee the budget, expenditure, and general fundraising.
      — oversee and produce all communications ranging from press releases, invitations, the website, and all printed or online publications.
      — build relations with the art communities in belgium and abroad including artists, galleries, art academies, collectors and funders to seek and enhance support for Objectif’s programmes.
      — Host workshops, master classes, and curatorial tours with local and international art academies.

      Requirements

      — extensive experience curating exhibitions, including artistic production, loans, shipping, and a pragmatic familiarity with installing exhibitions.
      — excellent written, spoken, and interpersonal communication skills.
      — Deep knowledge of international developments in contemporary art and a broad professional network.
      — Demonstrated ability to work closely and productively with artists within budgetary and time constraints is a must.
      — experience managing budgets and overseeing administration and fundraising for contemporary art programmes.
      — At least five years of professional experience in the field of contemporary visual arts.

      The position of Director at Objectif Exhibitions is open to international applicants. To apply, please send an updated Curriculum Vitae and letter describing your interest in the position to apply@objectif-exhibitions.org no later than 30 November, 2014. After the first deadline, short-listed candidates (only) will be invited to submit a detailed programme proposal to be assessed by a committee consisting of members of the board and several external advisors, followed by interviews of pre-selected candidates in mid-January.

      The new Director will be announced by 31 January, 2015.


    • 20 october 2014 An Announcement

      Vijftien jaar geleden werd in een residentieel gebouw vzw Objectif Exhibitions opgericht, die zich tot doel stelde nieuwe en uitdagende hedendaagse artistieke praktijken te introduceren in Antwerpen. Vandaag werkt Objectif Exhibitions vanuit een groter, twee verdiepingen tellend gebouw en kan de organisatie op internationale erkenning rekenen als toonaangevende experimentele ruimte voor hedendaagse kunst. Heel wat aandacht kreeg ook het creatieve werk van onze directeuren, die doorstroomden naar leidende functies binnen prestigieuze organisaties als Kunsthalle Bern, Portikus, en grote internationale tentoonstellingen cureerden, zoals de Biënnale van Liverpool. Die traditie volgend is de Raad van Bestuur verheugd bekend te maken dat huidig directeur Chris Fitzpatrick is aangesteld als nieuwe directeur van Kunstverein München.

      Vanaf 2012 ontwikkelde Fitzpatrick een nieuw artistiek programma voor Objectif Exhibitions. Hij verdeelde het gebouw in verschillende zones, waarin solotentoonstellingen van uiteenlopende duur gepresenteerd werden, simultaan of overlappend. Een aantal daarvan breidde zich verder uit, tot op andere locaties binnen Antwerpen en in het buitenland, of via lezingen, educatieve workshops, performances, screenings en publicaties. Na drie vruchtbare jaren wenst de Raad van Bestuur Chris dan ook veel succes toe in München. We volgen de start van zijn programma bij Kunstverein München in april van volgend jaar van nabij, terwijl hij het programma dat hij voor Objectif Exhibitions ontwikkelde voor 2015 verder uitwerkt, in dialoog met zijn opvolger.


    • 8 november—20 december 2014 Erik Thys Golem Garage

      Voor Erik Thys is het gelijkvloers bij Objectif Exhibitions een grijze garage, een grot binnenin een grot waarin een grijze modderstroom vloeit, een brede, traag maar onverbiddelijk stromende brei waarin alles vervat is”. Hij noemt ze Golem Garage. Het is een solotentoonstelling van tekeningen en sculpturen, geluid en geur.

      Maar ook hersenen zijn grijs, en binnenin de hersenen “is alles in wezen hetzelfde” volgens Thys. “Angst, obsessie, vervreemding en wanhoop kunnen om het even welke vorm aannemen, ook de vorm van auto’s. Bumpers, wielen en voorruiten kunnen existentiële angst op de meest lucide en directe wijze belichamen. Uiteindelijk transformeren de voertuigen tot sculpturale littekens.” Golem Garage legt getuigenis af van dit geheimzinnige cognitieve proces door middel van honderden vreemde tekeningen die Thys op een groot gordijn vastpinde.

      Thys tekent onophoudelijk, maar hoewel zijn tekeningen lijken op ondoorgrondelijke, biomorfe concept cars zijn ze in werkelijkheid iets van een andere orde: karakters, karakteristieken, karikaturale projecties van zenuwstelsels of manisch vurende synapsen, dissociatie, lethargie, psychose enz. En hoewel de grote modulaire sculpturen die Thys achter een cordon plaatste eveneens op auto’s lijken maken ze deel uit van de hoger vermelde grijze modderstroom (dit wil zeggen: achter het netvlies kunnen ze net zo goed overpeinzingen zijn, of vormen, intuïties, smaken, kronkels, moeheid, dagdromen, een detail, een voorkeur, de kleur van een broek, hoofdpijn, flitsen, verveling, jeuk, liefde, gisteren, het trottoir, een klop op de deur, wijn, een sms, een knellende schoen, een sceptische blik, een scherpe hoek, vlekken, stemmen, schaduwen, volgende woensdag, vochtigheid, hahaha, verf, die onvergetelijke pijn, een smiley, een gemiste kans, wieldoppen, een streep, symmetrie, die vuile smeerlap, een bijna-ongeluk, slijtage, een vermoeide, versleten zetel, de onzichtbare binnenkant, snippers, vaagheid, een wolkenvortex op Saturnus, beharing, Schotse ruiten, kaarsvet, ontgoocheling, stopcontacten, angst, meloenen, een bruine schort, rimpels, valse plafonds, een volle blaas, verbaasde ogen, naalden, tapijt, vossen, eendracht, aspartaam, roest, een houten stuurwiel, misselijkheid, snelheid, ribbels, een glooiing, zwart-wit, een boekentas, levenswalging, een sprongetje, de hemel, wrijven, een pieptoon, aluminium, verbittering, geel, wanhoop, bekers, trilling, onmogelijkheid, een mistige berm, schijnheiligheid, verlangen, een parkeerboete, gelijkheid, Galileo, Maigret, kneden, kwaliteit, speeksel, een verlamde, argwaan, aasgieren, ascese, graszoden. Maar ook het galvaniseren, soep, een krakende vloer, plastic zeil met een venstertje, kerkorgels, een hotel in 1970, een lederen knoop, een lafbek, Brazilië, stopverf, tuinmeubelen, aarzeling, het pleistoceen, een zwijgende tafel, Danny, schakeringen, gammastralen, een slijmpje, sterven, kleurstiften, een gans, utopie, beschermgeesten en chroom”).

      Erik Thys (°1961 in Wilrijk, België, woont in Brussel) is een kunstenaar, componist, illustrator, muzikant, performer en psychiater. Thys heeft zijn werk internationaal getoond en uitgevoerd in WIELS Centrum voor Hedendaagse Kunst, Brussel (2014, 2011); Castillo/Corrales, Parijs (2013); the Artist’s Institute, New York (2013); Antoniuskirche, Basel (2012); Galerie Micheline Szwajcer, Antwerpen (2012); Artissima, Turijn, Italië (2009); Biënnale van Berlijn (2008); Frac Le Plateau, Parijs (2007); e.v.a., vaak in samenwerking met zijn broer Harald.


    • 8 november—20 december 2014 Iza Tarasewicz The Means, the Milieu

      Het is geen metafoor. Het functioneert. The Means, the Milieu is een fabriek, een gastvrije cultuur—een ondergrondse mycobiota. Iza Tarasewicz prikte duizenden metalen staven in de kelder van Objectif Exhibitions. Gebogen en verbonden hangen ze aan het plafond als een module, op zijn beurt onderbroken door clusters van elkaar overlappende, bijna cellulaire zeshoekige vormen. Groeiende eukaryote organismen zijn doorheen deze geometrische structuur gevlochten—omgeven door basismaterialen en stalactitische opvangbakjes, een halve kilometer henneptouw geïmpregneerd met rubber, en rubberen vezelplaat geïmpregneerd met as.

      Roest, rubber, oker, houtskool, en de lumineuze kwaliteiten van geneeskrachtige paddenstoelen dringen diep door, en een onbevestigd verleden dat in de kelder zweeft wordt gereanimeerd. Het is er het perfecte klimaat voor. De leidingen die langs het plafond omhoog lopen tot in de vele residentiële appartementen erboven, reguleren de temperatuur van wat toch al een vochtige kelder is. Op die manier geven de buren energie door—wanneer ze de afwas doen, een warm bad nemen, en onbewust een paddenstoel stimuleren, van op afstand. Maar Tarasewicz’ biologische vormen worden door nog wijder verspreide personen beïnvloed. Ze riep buitenaardse vormen in het leven en het voetlicht via conversaties met een underground diamanthandelaar, een amateur mycologist, een poppenspeler, en via de collectieve vaardigheden van kennissen, familieleden, en een chauffeur gespecialiseerd in het transporteren van bouwmaterialen (en nu ook kunst).

      Alles is handgemaakt. Elke productionele beslissing komt voort uit een flexibele praktijk. Het is een conversatie die we niet kunnen horen—microben die converseren met microben, fungi die hun eigen cryptische levensstijl ontwikkelen.

      Iza Tarasewicz (°1981, Bialystok, Polen; woont in Bialystok) behaalde een diploma aan de Academie voor Beeldende Kunst in Poznan, Polen (2008). Ze stelde haar werk tentoon in solotentoonstellingen bij Kunstlerhaus Bethanien, Berlijn (2014); Polish Institute, Berlijn (2014); Krolikarnia X. Dunikowski Museum of Sculpture, Warschau, PL (2013); ARTISTERIUM, International Contemporary Art Exhibition and Events, Tbilisi, GE (2011); Gallery Labirynt, Lublin, PL (2011); Platan Gallery, Budapest, HU (2011); Stereo Gallery, Poznan (2010); Arsenal Gallery, Bialystok (2009); en in groepstentoonstellingen bij o.a. BWA Contemporary Art Gallery, Katowice, PL (2014); Museum of Modern Art, Warschau, PL (2014); Center Of Contemporary Art, Torun, PL (2013); Arsenal Gallery, Power Station, Bialystok (2013); Dunikowski Museum of Sculpture, Warsaw (2012); Kuenstlerhaus Dortmund, DE (2012); Frutta Gallery, Rome, IT (2012); J Gallery, Genève, CHE (2011); Spokojna Gallery, Warsaw (2011); Europe House, Tbilisi (2011); Art Villa Garikula, Khaspi (2011). In 2013-‘14 had Tarasewicz een residentie bij Künstlerhaus Bethanien in Berlijn.

      Objectif Exhibitions dankt het Pools Instituut van Brussel voor het mede mogelijk maken van deze tentoonstelling.


    • 20—21 September, 2014 Love Song (M HKA, Antwerp)

      NIEUW ! LOVE SONG
      Installatieproject met opnames op 3000 buttons van internationale artiesten
      Co-productie: ChampdAction, deBuren, Objectif Exhibitions, M HKA
      Naar een concept van Serge Verstockt

      Zaterdag 20 en zondag 21 september 2014 —
      Vanaf 11.00 tot 17.00 uur —
      M HKA Antwerpen

      Reserveren op voorhand niet mogelijk. Inkom aan de kassa 8 euro.

      Love_Song

      LOVE SONG is een grote optelling. Vier Belgische organisaties selecteren elk een 300-tal kunstenaars, componisten, muzikanten en schrijvers uit de hele wereld, en sturen elk van hen per post een compact opnameapparaatje. Zij maken daarop een opname van hun ‘love song’, en sturen het apparaatje terug. Elk krijgen ze ook een paar bijkomende toestelletjes, die ze op hun beurt aan anderen kunnen toesturen. Van 20 tot 21 september zijn de 3000 apparaatjes dan terug in M HKA, als geluidsinstallatie tijdens de 11de editie van het jaarlijkse Time Canvas Festival van ChampdAction & M HKA.

      Als het universele van de love song de sleutel is tot zijn populariteit, en die populariteit leidt tot zijn enorme verspreiding, blijft er dan nog iets over van zijn betekenis en impact? Wat is een love song? Tot wie richt hij zich, en voor wie is hij bedoeld? Voor het beantwoorden, of tenminste het ervaren van die vragen, biedt de uniformiteit van ons toestelletje een egalitair productieapparaat dat een collectieve verscheidenheid aan interpretaties toelaat. De diversiteit vergroot nog door de gedecentraliseerde selectieprocedure die verschillende netwerken verbindt en exponentieel vergroot. En dit alles binnen een opmerkelijke economie: de goedkope apparaatjes functioneren dubbel, zowel opname als weergave. Plaats en tijd zijn geen obstakel, vermits we enkel werken via posttrajecten en adresboeken.

      Ook graag een Love Song bijdragen? Stuur een mail naar pauline.jocque@champdaction.be voor meer info.

      LOVE SONG wordt gerealiseerd mede dank zij de steun van de Vlaamse Gemeenschap en de Stad Antwerpen

      www.champdaction.be
      www.deburen.eu
      www.muhka.be
      www.objectif-exhibitions.org


    • 13 september—25 october 2014 Angie Keefer Who's there?

      Vorig jaar stond de projector aan of uit, maar het beeld was net iets meer ambigue, van geel tot blauw, altijd en/en, nooit of/of. Van 13 september tot 25 oktober 2014 vraagt Angie Keefer ons opnieuw “Who’s there?”­—voor een derde en laatste keer. Antwoorden komen in paren, via drie nieuwe werken-in-opdracht, terwijl haar solotentoonstelling te zien is bij Objectif Exhibitions in Antwerpen, zoals voorheen, maar ook uitbreidt naar (of misschien wel vanaf) de gevels van twee vervallen huizen in upstate New York.

      Van HOUSE tot HORSE: we probeerden twee schilderijen te transporteren aan boord van James Taylors suite op een oostwaartse transatlantische oversteek van Cunards cruiseschip Queen Mary 2. We kregen geen telefoontje, dus uiteindelijk traceerden we een missende kop in een verkeerd geïnterpreteerde machinale print aan de hand van enkele vrachtbrieven met bizarre spelfouten:

      OBRVCT IF EXHIETIONS
      CHI II S FIT I PAULICK
      KLEINE MARKT 7-9 / 26
      BE 2000 ANTWERP

      OBIECTIE EXHIBITIONS
      CHURIS EITZPATRICK
      KLEIN MARKT 7-9/26
      BE 2000 ANTWERP

      BJTECTIE ECHIBITONS, etc.

      Nu staat er water in de kelder. Het kijkt omhoog vanaf de binnenkoer in paren, sets en groepjes. Onder de grond kabbelt het.

      CAROLE OSTERINK:
      Een jaar geleden stelde Per Blomquist voor de Planningscommissie zijn project voor, dat als doel had de huizen op Columbia Street nr. 248 en nr. 250 af te breken en in hun plaats een nieuw gebouw met vijf appartementen op te trekken.

      Tijdens deze vergadering interpreteerde toenmalig stadsadvocaat Cheryl Roberts, in haar functie als raadsvrouw voor de Planningscommissie, het stedelijke verkavelingsplan verkeerd en zette hiermee negen maanden van onnodige verwarring in rond de veronderstelde 450m2 mininumoppervlakte voor appartementen in de R-4 zone. Het eerste slachtoffer van dat debacle was Blomquists plan voor Columbia Street 248 en 250. Zijn aanvraag tot afwijking op de verkavelingsvoorschriften werd afgewezen in november 2013.

      In mei, toen er helderder geesten heersten, en eindelijk erkend was dat de 450m2 verwees naar de minimumgrootte voor de grond, niet het appartement, waren de verwachtingen dat het plan van Blomquist uit zijn as zou herrijzen. Maar dat gebeurde niet.

      […] De huizen, intussen al bijna compleet met planken dichtgespijkerd, zijn met goudkleurige lak overspoten.

      Who’s there?” is een tentoonstelling die wordt aangetrokken door iets dat elastischer is dan oorzaak en gevolg. Iets dat meer in de lijn ligt van tekenfilmfysica.

      Angie Keefer (°1977, Huntsville, Alabama; woont op het platteland van de staat New York) studeerde af aan de universiteit van Yale, New Haven, Connecticut (1999). In de gedaanten van kunstenaar, schrijver, amateuringenieur en occassioneel bibliothecaris heeft Keefer recent tentoongesteld, opgevoerd, gedoceerd of op andere wijze geproduceerd bij onder andere de Liverpool Biënnale, VK (2014); Contemporary Art Centre (CAC), Vilnius, LT (2014, 2011); Kunstverein, Toronto, CA (2014); de Whitney Biënnale van New York, VS (2014); Kunstverein, Amsterdam, NL (2013); Objectif Exhibitions, Antwerpen, BE (2013-14); ICA Philadelphia, VS (2013); Mercosul Biënnale, Porto Alegre, BR (2013); Office for Contemporary Art (OCA), Oslo, NO (2013); Witte de With, Rotterdam, NL (2013); Yale Union, Portland, VS (2013); de São Paulo Biënnale, BR (2012); Museum of Modern Art, New York, VS (2012); The Banff Centre, CA (2012, 2011); Kunsthal Charlottenborg, Kopenhagen, DK (2012); en Artists Space, New York, VS (2011-12). In 2010 richtte Keefer mee The Serving Library op, een vzw en kunstenaarsorganisatie gewijd aan het publiceren en archiveren in een continuë loop. Ze is ook één van de hoofdredacteurs van The Serving Library’s zesmaandelijkse publicatie The Bulletins.


    • 6 september 2014 V. Vale 20 Romolo Place Suite B, San Francisco, CA 94133-4041 U.S.A.

      J.G. Ballard, William S. Burroughs, Dead Kennedys, Devo, Philip K. Dick, DNA, Brion Gysin, George Kuchar, Timothy Leary, Lydia Lunch, David Lynch, Octave Mirbeau, Genesis P. Orridge, Iggy Pop, Henry Rollins, Siouxsie Sioux, SRL, Suicide, Sun Ra, Television, John Waters—V. Vale heeft ze allemaal (en meer) gehad. Burroughs leerde Vale zelfs messenwerpen.

      V. Vale is een hardnekkig figuur. Sinds 1977 trekt de redacteur, grafisch ontwerper, interviewer, muzikant en publicist (of, zoals hij het noemt, “amateurantropoloog”) een indrukwekkend cultureel paper trail dat nog steeds groeit. We nodigden Vale uit om een deel ervan mee naar Antwerpen te brengen, zodat we er bij Objectif Exhibitions een uitgebreid gesprek over kunnen hebben. Hij stemde toe.

      Om 18u op zaterdag 6 september duikt Vale één van de zeldzame complete sets op van Search & Destroy—het elf nummers tellende punkzine rond underground literatuur- en muziekcultuur dat Vale produceerde tussen 1977 en 1979. Om 20u vertelt Vale ons hoe startkapitaal van Lawrence Ferlinghetti en Allen Ginsberg leidde tot Search & Destroy, hoe dat weer leidde tot RE/Search Magazine, en hoe dit alles leidde tot RE/Search Publications. Natuurlijk passeren ook de vele figuren die Vale onderweg ontmoette de revue, naast een legertje hieraan gerelateerde onderwerpen—kunst, grafisch ontwerp, literatuur, muziek, self-publishing, en het belang van undergroundcultuur in het algemeen. In elk geval wordt het een hilarische avond vol verhalen—en misschien speelt Vale wel wat piano.

      Zoals altijd worden er iets te drinken voorzien.

      **NOOT**
      V. Vales 20 Romolo Place Suite B, San Francisco, CA 94133-4041 U.S.A. bij Objectif Exhibitions is deel van Tour & Destroy—een Europese tournee van één week rond Vales werk. Het volledige programma zetten we binnenkort online.

      Objectif Exhibitions dankt Tim Bryon, Karin de Jong, Valentijn Goethals, Elisabeth Klement, Joris Kritis, Tomas Lootens, Julio Cesar Morales, Julie Peeters, Nancy & Nick Phelps, Vivian Sky Rehberg, Ewoud Van Rijn, Pieter Verbeke en Marian Wallace.


    • 17—18 juli 2014 Chosil Kil You owe me big time

      Een mondelinge overeenkomst, maar daarom niet minder bindend–als “Artistiek” bestempeld om “Algemeen” te sparen, maar ook weer niet helemaal uit goede wil. Het blijft nog steeds Chosil Kils vloer.

      “You owe me big time.” Het is een lopende, voorwaardelijke tentoonstelling, een permanent werk, een functionele vloer, en een potentieel podium. Maar hoewel drie kurken de verticale scheiding tussen de twee verdiepingen van de ruimte blijven dichten, is beton een in stijgende mate ontembaar, levend ding.

      Weet u nog: een probleem stelde zich, een oplossing werd gevonden, een man kwam, een andere man volgde en had een gesprek met de eerste, een vrouw kwam, een nieuw probleem stelde zich, de tweede man kwam terug, een derde man kwam en tapijt rolde uit, maar Kil kwam met een tweede oplossing in een glas, en het scalpel moest wijken voor de slaghamer.

      Iets anders dan. Vuil behelst tijd, en bevlekt wat poreus is. Kil zal dus terugkeren om het 2014 en 2013 van de glans van 2012 af te schrapen–al boenend en bufferend. Het beton ondersteunt zwaar voetverkeer, en dat heeft zijn eigen esthetiek, maar dat deze schone lei intact moet worden gehouden is een VOORWAARDE. Noch performance noch reparatie, zullen responsieve toevoegingen als deze wanneer nodig de integriteit van haar werk blijven garanderen. En net zoals de behoeften van andere kunstenaars het noodzakelijk maken voor ons om die integriteit te compromitteren, zijn die compromissen integraal deel van de voortdurende ontwikkeling van haar werk.


    • 16 juli 2014 Jason Dodge


    • 25 juni—23 augustus 2014 15th Student Gravitational Acceleration of Antwerpen (Binnenplaats)

      De valversnelling van Antwerpen kan als volgt berekend worden:

      g = 9,780 327 (1 + A sin2 L – B sin2 2L) – 3,086 × 10-6 H m·s-2

      waarin:

      A = 0,005 302 4
      
B = 0,000 005 8
      L = breedtegraad 51°13′11″ N [breedtegraad Antwerpen]
      
H = 2 [hoogte van Antwerpen boven zeeniveau, in meter]

       

      Massa’s op binnenplaats:

      25,3 kg : Sony 60” LED EX720 Internet TV
      9 kg : ELGAS LPG gasfles
      4,4 kg : Raymond Roussels hoofd
      2,3 kg : Uitgebeende, gevilde kip
      0,9 kg : Kodak 1507987 Toner

      15th student is Pedro Moraes en Matthew Shannon bij Objectif Exhibitions


    • 21—25 mei 2014 Freek Wambacq Thunder, rumbling (Kunstvlaai, Amstelpark, Amsterdam)

      Het is geleidend materiaal, en het is niet alleen. Gekoppeld aan en verwrongen door zijn sferische buur, rolde Freek Wambacq het van de Foleytafel naar het Amstelpark voor Kunstvlaai 2014. Een park is niet de meest veilige plek om te zijn bij gebliksem, maar het signaal van Wambacqs geïmpliceerde donder rommelt hier slechts cognitief.

      Objectif Exhibitions werd uitgenodigd deel te nemen als initiatief binnen Kunstvlaai 2014.


    • 11 mei 2014 BA, BUA (CH)

      Op zondag 11 mei 2014 kwamen studenten en professoren van de afdeling Beeldende Kunst aan de Universiteit van de Kunsten in Bern (CH) naar Objectif voor een privé-rondleiding langs de objecten, geluiden, en verwerkte taal in Paul Ellimans tentoonstelling Body Alive with Signals, op de binnenplaats, het gelijkvloers, en in de kelder van Objectif Exhibitions.


    • 3 mei—28 juni 2014 Paul Elliman Body Alive with Signals

      Het licht fluit en licht rood op. Geleid door ferriet. Passage vindt nog steeds plaats in elektriciteit. Een warmtemotor die zijn eigen onderdelen reproduceert wanneer ze stuk gaan. Is het geld, of is geld enkel gedachte? Verloren binnen alles. Resonantie van een lege autobatterij. Niemand om de auto te spreken. De schaduw die dreigt weer tot leven te komen. Hoe dichter ik tot jou kom. De steunbalk onderaan de voorzijde. Het raam aan passagierskant, de glazen regulator. Deurhendeltrekkabel. Raamboordjes in topaas-parelmoer, zilverberk, staalgrijs, roest. Minerale afzetting van zout, gebroken glas, stof. Fabels waarin alle dingen leven en tekens geven. Stemmen die de geluiden van de pers of ijzersmid imiteren. Verfwinkelagaten. Richtingaanwijzerrood. Amber- en robijnkleurige achterlichten. Pulserend, nagenietend. Gebarend, fonetisch. Songs uit aswolken, rook en roet. Een erg verleidelijke geur. Mensen die hun eigen taal opmerken. Wandel rond en word wat er gebeurt. Weggedragen op een eindeloze riem. Geaard of in vlucht. Indicatoren zullen het je zeggen. De geschiedenis van die gevoelens. Toen het in de lucht hing.

      Van 3 mei tot 28 juni 2014 presenteert Objectif Exhibitions Paul Ellimans Body Alive with Signals—een solotentoonstelling die zich uitstrekt over de binnenplaats, het gelijkvloers en de kelderruimtes.

      Paul Elliman (°1961, GB; woont in Londen) stelde internationaal tentoon op onder ander de XII Baltic Triennial, Contemporary Arts Centre (CAC), Vilnius, LT (2014); Wallspace, New York, VS (2013); KUMU Kunstimuuseum, Tallinn, ES (2013); castillo/coralles, Parijs, FR (2013); Seoul International Typography Biennial, Seoul, KO (2013); Henry Art Gallery, Seattle, VS (2012-13); Museum of Modern Art, New York, VS (2013); Glasgow Centre for Contemporary Art, Glasgow, IR (2011); Marres Centre for Contemporary Art, Maastricht, NL (2010); en Performa, New York, VS (2009). Elliman werkt daarnaast als gastcriticus, -docent en -thesisbegeleider aan Yale University, Werkplaats Typografie en Rietveld Academie. Hij schreef essays voor tijdschriften en magazines als IDEA, Eye en Dot Dot Dot. Elliman ontving in 2014 de Fernand Baudin Prijs.


    • 3 mei 2014 2014 answers 1962: Raphael Montañez Ortiz in conversation with Chris Fitzpatrick


    • 24—27 april 2014 Tele- (3C-50B, Art Brussels)

      “het wordt voortgezet, verduisterd door de visuele hegemonie.”
      —Alan Burdick, Harper’s, 2001

      Compact, complex en concentrisch: het oor is een klein labyrint. Tegelijkertijd is het in essentie driedelig: een binnenoor in een middenoor in een buitenoor (of “pinna”). Gebruik makend van het buitenoor bepalen we de relatieve locatie van een gegeven geluid—boven of onder, achter, enzovoort. Het stuurt geluidsgolven naar het middenoor waar, aan één kant van het trommelvlies (of “tympanisch membraan”), de drie gehoorbeentjes (of “ossicula”)—de malleus, incus en stapes—zijn vastgehecht aan een spiraalvormige, met vloeistof gevulde, spits toelopende holle ruimte in het binnenoor, de “cochlea” genoemd. Wanneer geluidsgolven het buitenoor binnendringen, doorheen het trommelvlies en het basilaire membraan van de cochlea, stimuleren hun vibraties de tienduizenden microscopische haarcellen (of “cilia”) in het “orgaan van Corti”. We zetten deze vibraties om in elektrische zenuwprikkels en sturen hen via de gehoorzenuwen naar onze hersenen, waar een ander, meer cerebraal proces begint. En dat is zo ongeveer hoe wij horen.

      Van 24 tot 27 april, in de non profitruimte van Art Brussels 2014, presenteert Objectif Exhibitions een vierdaags programma van audio-uitzendingen door (veldopname-)kunstenaars en componisten. Met het prefix Tele- als titel, zal het programma uitgezonden worden vanaf een op de muur bevestigde, hypersonische directionele geluidsspreker naar een volledig aanpasbare Aeron stoel—één opname per keer, naar één luisteraar per keer. Het volledige schema en de individuele attributies van de deelnemers en hun contributies zullen enkel beschikbaar zijn binnen de toegekende kamer van 25m2.


    • 17 april 2014 Valentinas Klimasauskas and/or an Exhibition Guide In Search for Its Exhibition


    • 29 maart 2014 Robin Vanbesien lighting the throat = lighting the throat

      de keel verlichten = de keel verlichten

      Er is een pad dat als een gang is. Er is een gang die als een keel is. En dan is er nog zijn keel. Die geeft uitdrukking aan de prijs van iemand met een geschiedenis. Denkend aan wat hij heeft doorgemaakt, wordt het duidelijk dat hij getracht heeft zijn lichamen af te werpen op het pad, in de gang, in de keel.

      Gezien deze wereld enkel uit spiegels bestaat, kan elk afwerpen van een lichaam enkel voorgesteld worden als verschijning en enkel gevorderd worden als verschijning. En zo zoeken zijn lichamen naar oppervlakken die voortdurend glanzender en meer dimensionaal worden door een grotere pixelering.

      En dan is er nog deze ruimte—altijd zwakker en leger dan de ruimte die we ons niet kunnen voorstellen.

      Van 18 tot 21 uur op 29 maart 2014 nodigt Objectif Exhibitions je uit op de vertoning van een nieuwe videoproductie door Robin Vanbesien—gepresenteerd in tandem met andere fysieke elementen, en gevolgd door een lezing en discussie.

      Zoals altijd wordt er iets te drinken voorzien.


    • 12 maart 2014 BDes

      6 grafisch ontwerpers komen 6 tentoonstellingen binnen.

      Op woensdag 12 maart kregen bachelorstudenten van de afdeling grafisch ontwerp van de Rietveld Academie een rondleiding door de typografische topografieën in het kantoor van Objectif Exhibitions. Liudvikas Buklys bracht een schilderij aan het licht, waarna de groep Daniel Turners registraties op het gelijkvloers traceerde, alvorens af te dalen naar de kelder om er een selectie “Computer-Laser-Scratch” video’s van Raphael Montañez Ortiz te bekijken.


    • 15 februari—14 maart 2014 Frank Chu (Planetariumas, Vilnius)

      Požiūris į pasaulį ir interesai

      Frankas Chu yra įsitikinęs, jog Bilas Klintonas, Groveris Klyvlandas, Džordžas Bušas, Ronaldas Reiganas ir kiti buvę JAV prezidentai yra atsakingi už bendradarbiavimą su 12 GALAKTIKTŲ gyventojais bei vadovavimą CŽV, FBI, Universal Studios ir kitoms institucijoms bei korporacijoms, neteisėtai nusavinant jam, kaip televizijos ir serialo „Turtingiausia šeima“ žvaigždei, priklausančias pajamas.

      Pasak Chu, jis yra filmuojamas minėtame seriale nuo vaikystės ir tai susilaukė didelės sėkmės kitose galaktikose. Kadangi serialas filmuojamas slaptomis nematomomis kameromis, Chu teigimu, jis nežinojo, kad yra stebimas iki 1990-ųjų vidurio, kuomet gavo telepatines žinutes iš jį palaikančių buvusių KGB agentų ir Sovietų Sąjungos prezidentų.

      Chu itin domisi televizijos korespondentais ir reikalauja informuoti pasaulį apie jam padarytą skriaudą. Jis tikisi, kad ši viešumo banga sukels visuomenės nepasitenkinimą ir suteiks jam daugiau nei 20 milijardų JAV dolerių kompensaciją.

      Nuo 1998 metų Chu septynias dienas per savaitę protestuoja San Franciske.

      Frank Chu was co-produced by The Gardens, Vilnius, and was on display from 15 February until 14 March, 2014, in the round corridor on the 2nd floor of Planetariumas, Konstitucijos pr. 12A, Vilnius. An audio recording by Floris Schönfeld with Frank Chu looped in a connecting lobby.


    • 13 februari 2014 2012—14, "2012" (CAC Reading Room, Vilnius)

      Om 18u, op 13 februari, in de reading room van CAC, her(ver)telde Objectif Exhibitions’ directeur Chris Fitzpatrick 47 tentoonstellingen, events, workshops, boeken, residenties, en absurde ideeën voor fondsenwerving, geproduceerd tussen 2012 en 2014, in 60 minuten van geprojecteerde fotografische documentatie. Achteraf previewde onze grafisch ontwerpster Goda Budvytytè “2012″—een nieuwe publicatie over het programma van 2012 bij Objectif Exhibitions.

      Gepresenteerd door Rupert en Contemporary Art Centre (CAC), Vilnius, LT.


    • 1 februari 2014—7 juli 2015 Post Brothers Memoirs found in a bathtub, or what entropy means to me

      In 2013 kwam Post Brothers naar Antwerpen voor een residentie bij AIR Antwerpen en Objectif Exhibitions. Hij bracht ook een paar duizend sciencefictionboeken met zich mee, die hij alfabetische ordende tot een toevallige zomertentoonstelling van gesorteerde metadata en gescande covers. Sinds februari 2014 volgt Post Brothers het programma van Objectif Exhibitions­ door boeken uit zijn collectie te selecteren corresponderend met de programmawisselingen. De boeken werden gevonden in de badkuip van een voormalig informaticus in Berkeley, Californië (VS). Het is een verzameling. De selecties daaruit kunnen in de kantoorruimte bij Objectif Exhibitions bekeken, gelezen en geleend worden en bieden een nieuw perspectief op al het andere dat er te zien is.

      In het kader van deze tentoonstelling wordt een serie van risografische prints geproduceerd in samenwerking met grafisch ontwerpers Valentijn Goethals, Ine Meganck en Julie Peeters.


    • 1 februari 2014—31 januari 2015 Liudvikas Buklys Call it a night

      Op 5 maart 2014, 11:19 schreef Liudvikas Buklys:

      Dus, ik heb de mannen gesproken en ze verwachten langs Antwerpen te passeren zaterdag, rond 2 uur ‘s ochtends (als er zich geen problemen voordoen bij de douane, zeggen ze). Ik heb hen gevraagd om het naar jouw appartement te brengen in plaats van naar OE. Ze zullen ons een uur op voorhand bellen, en ze spreken Engels. Ze gaan machetes bij zich hebben, dus jij hebt er best ook één.

      Groeten,

      L

      Liudvikas Buklys (°1984, Vilnius, LT; woont in Vilnius) behaalde zijn diploma aan het HISK in Gent in 2012 en aan de Vilnius Academy of Fine Arts (2007). Hij stelde zijn werk recent tentoon tijdens (o.a.) de 9de Mercosul Biënnale, Porto Alegre, BR (2013); evenals solo- en groepstentoonstellingen bij Fondazione Sandretto Re Rebaudengo, Turijn, IT (2013-14); Lisson Gallery, Londen, GB (2013); sic! Raum für Kunst, Luzern, CH (2013); 1857, Oslo, NO (2013); Frutta, Rome, IT (2012); Galerii Noorus, Tartu, EE (2012); Contemporary Art Center (CAC), Vilnius, LT (2012); Tulips & Roses, Brussels, BE (2012); Kölnischer Kunstverein, Keulen, DE (2012); HIAP, Helsinki, FI (2011); Casino Luxembourg – Forum d’art contemporain, LU (2011); en Castello di Rivoli, Turijn, IT (2010). 


    • 1 februari—26 april 2014 Raphael Montañez Ortiz Computer-Laser-Scratch Videos, 1985-97

      Raphael Montañez Ortiz schreef Destructivism: A Manifesto in 1962. Hij pleitte voor de implementatie van destructie als productieve artistieke strategie en middel tot politiek verzet tegen gewelddadige impulsen en oorlog. Al meer dan vijftig jaar zet Ortiz theorie om in praktijk—van het vernietigen van piano’s tijdens concerten tot het deconstrueren van Hollywoodnarratieven via film of opkomende video- en computertechnologieën.

      Tussen 1985 en 1996 creëerde Ortiz meer dan vijftig ‘computer-laser-scratch’-video’s. In elk van deze wordt de tijd vervormd—tegelijkertijd opgeschort, opgebroken, en verlengd. Met een laserdiscspeler, een computer, en twee joysticks om het materiaal verder en terug te spoelen, creëert Ortiz haperende spatiotemporele lopen en lussen door korte fragmenten uit door hemzelf gekozen films te manipuleren. Hij verbond ook hun audio met een golfvormgenerator—daarmee de drijvende staccatoritme’s accentuerend en taal verder deconstruerend (van woorden tot fonemen, tot glossolalia, of onbedoelde woorden).

      Ortiz werkte bijna zes maanden aan één enkele video voor hij de resultaten van de verborgen performances op band opnam (nu overgezet op DVD). In zijn manifest uit 1984 over video beschrijft hij zijn project als “het uit elkaar halen en weer in elkaar zetten van de structuur van een frame en de originele seconden van een gebeurtenis, tot het aantal minuten van die gebeurtenis die nodig zijn om haar onderliggende geheim te onthullen: haar verborgen misdaad, zoals in Pushann Pushann, seksueel geweld, zoals in Beach Umbrella, buitensporig eroticisme, zoals in Back Back Back Back, of vervreemding en gevaar, zoals in het werk You Bust Your Bunns.

      In de handen van Ortiz werden schijnbaar eenvoudige fragmenten van 1 tot 10 seconden complexe 3 tot 13 minuten durende studies. En in elk van deze gevallen delfde hij verborgen inhoud op van onder de brokstukken van zovele gesloopte narratieven. Voor Ortiz’ solotentoonstelling bij Objectif Exhibitions zal er niet meer ge(de)monteerd worden. We tonen het volledige corpus.

      Raphael Montañez Ortiz (°1934, Brooklyn, New York, VS; woont in New Jersey, VS) is bijzonder hoogleraar in de kunsten in het departement Beeldende Kunst aan Rutgers University’s Mason Gross School of the Arts Visual Arts Department, New Brunswick, VS. Ortiz behaalde een bachelor- en masterdiploma aan Pratt Institute, Brooklyn, VS (1964) en een aggregaats- en doctoraatsdiploma aan Teachers College, Columbia University, New York, VS (1982). Hij stelde zijn werk tentoon bij het Hirschorn Museum, Washington, D.C., VS (2013-14); Tate Britain, London, GB (2013); Labor, Mexico City, DF, MX (2011); Museum Ostwall im Dortmunder U, Dortmund, DE (2010); Jersey City Museum, New Jersey, VS (2007); Institute of Contemporary Art, Philadelphia, VS (2004); Centre Régional d’Art Contemporain Languedoc-Roussillon (CRAC), Sète, FR (2002); Museum of Contemporary Art (MOCA), Los Angeles, VS (1998); de Whitney Biënnale, New York, VS (1997, 1995); en Museum of Modern Art (MoMA), New York, VS (1963); naast vele andere. Ortiz ontving de Grand Prix voor zijn video Dance Number 22 op het Internationaal Filmfestival van Locarno, CH (1993); was oprichter en eerste directeur van El Museo Del Barrio, New York, VS (1969); nam deel aan het Destruction In Art Symposium, London, GB (1966), waar hij de performance Mommy Daddy Self-Destruct opvoerde in het Mercury Theater, die dr. Arthur Janov citeerde als een belangrijke invloed in de ontwikkeling van zijn psychoanalytische methode. Ortiz schreef Destructivism: A Manifesto (1962) en voerde sindsdien meer dan tachtig Piano Destruction Concerts op in de VS, Groot-Brittanië, Oostenrijk, Duitsland, enz; zijn Destructed Pianos zijn opgenomen in internationale museumcollecties, waaronder die van MoMA, New York, VS; MOCA, Los Angeles, VS; Whitney Museum of American Art, New York, VS; Hirschorn Museum, Washington, D.C., VS; en TATE, Londen, GB.


    • 1 februari—15 maart, 2014 Daniel Turner 2 220

      Doorheen 2 220 wordt een afwezige hand aangeroepen. De hand is van Daniel Turner, die zijn solotentoonstelling volledig on site produceerde, op het gelijkvloers van Objectif Exhibitions. Entropie, en de ongenadige manier waarop velen zich daartegen verzetten, definiëren de oprechtheid van Turners werk. De rode draad doorheen zijn werk wordt gevormd door moeilijk te hanteren processen (corrosie, oxidatie) en materialen (kerosine, kwik, pek, zoutwater en wol), maar zijn chemische en procedurele formules en hun toepassing blijven ongedocumenteerd. Binnen elk van de materialen bestaat een directe en hypergevoelige link met de menselijke arbeid—in het bijzonder de arbeid van de restauratie.

      2 220 bevat drie tijdelijke werken, die aantonen dat alles dat betrouwbaar is, vatbaar is voor uitputting, degradatie en later ook verlating. De resulterende fenomenen suggereren hun manuele oorsprong. Maar hoewel ze te herhalen zijn, zijn ze niet te reproduceren. Hun stabiliteit, of instabiliteit, is afhankelijk van een waaier aan voorwaarden—van de producten beschikbaar in een gegeven regio tot de ruimtelijke en contextuele voorwaarden van een bepaalde ruimte. De materialen werken het best wanneer ze vervliegen, en het enige dat overblijft een residuele mentale toestand is.

      Daniel Turner werd geboren in 1983 in Portsmouth, Virginia, VS, en woont en werkt in New York. Zijn recente tentoonstellingen omvatten onder meer “Daniel Turner” bij Bischoff Projects, Frankfurt am Main, DE (2013); “Daniel Turner” bij Franklin Parrasch Gallery, New York (2013), “356 Sculptures” bij 356 Mission Road, Los Angeles, VS (2013); “Inside the White Cube” bij White Cube Bermondsey, London, GB (2012); “John McCracken + Daniel Turner” bij Franklin Parrasch Gallery, New York (2012); “Directions: Points of Interest” bij Massimo De Carlo, Milaan, IT (2012); “Bulletin Boards” bij Venus over Manhattan, New York (2012); “Daniel Turner” bij The Journal Gallery, Brooklyn, VS (2012); “The Perfect Man II” bij White Columns, New York (2011); “Four Rooms” bij Centre for Contemporary Art Ujazdowski Castle, Warschau, PL (2011); “Expanded Painting” tijdens de 5de Biënnale van Praag, CZ (2011); en “Modern Talking” bij Muzeul de Arta Cluj-Napoca, Cluj, RO (2011). Turner ontving drie maal de Virginia Museum of Fine Arts Fellowship award (2004-2009); was gastdocent aan New York University (2009-2010); en werd geselecteerd voor het residentieprogramma voor 2014 van Chinati Foundation in Marfa, Texas.


    • 18 januari—5 juli 2014 Bruce Conner Makes a Sandwich

      LEIDER, PHILIP / ADRIAN, DENNIS / HUNT, RONALD / CHAMPA, KERMIT / ALLOWAY, LAWRENCE / GOLDWATER, ROBERT / TILLIM, SIDNEY / PINCUS-WITTEN, ROBERT / GARVER, THOMAS H. [ghostwriter: BRUCE CONNER] * / ADRIAN, DENNIS / LIVINGSTON, JANE / ROBBINS, TOM / FRENCH, PALMER D. / WESTERMANN, H.C.

      ARTFORUM. Vol. VI, nr. 1, september 1967.

      Uitgegeven door: Charles Cowles, New York. Redactie: Philip Leider. Omslag: H. C. Westermann, Antimobile, 1966 (Charles S. Jules, N.Y.; kleur; met dank aan Allan Frumkin Gallery). Productiedesigner: Eddie Russia [Edward Ruscha]. Essays: “The Art of H.C. Westermann,” door Dennis Adrian; “The Constructivist Ethos, Part I,” door Ronald Hunt; “New Paintings by Albert Stadler,” door Kermit Champa; “Chuck Ginnever,” door Lawrence Alloway; “Problems of Criticism, I: Varieties of Critical Experience,” door Robert Goldwater; “Morandi: A Critical Note and a Memoir,” door Sidney Tillim; “The Trouble with Russian Painting,” door Robert Pincus-Witten; “Bruce Conner Makes a Sandwich,” door Thomas H. Garver [Bruce Conner]. Recensies: Sidney Tillim bij Robert Schoelkopf Gallery, Jack Beal bij Frumkin Gallery, George Bireline at Emmerich Gallery, Language at Dwan Gallery, David von Schlegell bij Royal Marks Gallery, en Juan Gris bij Saidenberg Gallery door Dennis Adrian; Peter Voulkos bij David Stuart Gallery, Wally Hedrick/Sam Tchakalian bij Fine Arts Pavilion, Newport Harbor, Balboa, John McCracken, Peter Stroud bij Nicholas Wilder Gallery, Martial Raysse bij Dwan Gallery, Marilyn Lasarow bij Herbert Palmer Gallery, John Hultberg, Standley William Hayter bij Esther-Robles Gallery, Howard Warshaw bij Felix Landau Gallery, en Jan Peter Stern bij Ankrum Gallery door Jane Livingston; Morris Louis bij Seattle Art Museum door Tom Robbins; en Painters Behind Painters bij California Palace of the Legion of Honor, Cubism: Its Impact in the USA, 1910-1930 bij San Francisco Museum of Modern Art, William Brice bij Art Gallery, University of California, San Diego, Mel Ramos, Peter Layton bij Berkeley Gallery door Palmer D. French. Bevat brieven aan de redactie als antwoord op Michael Fried’s essay “Art and Objecthood” van Peter Plagens, Allan Kaprow, en Lawrence Shaffer, evenals brieven met betrekking tot andere artikels door Jackson Wooley, Thomas F. Barrow, William Rubin, en Jo Baer. Illustraties: H.C. Westermann, A Rope Tree, 1964; H.C. Westermann, He-Whore, 1957; H.C. Westermann, Mysteriously Abandoned New Home, 1958; H.C. Westermann, Angry Young Machine, [n.d.]; H.C. Westermann, Memorial to the Idea of Man if he was an Idea, 1958; H.C. Westermann, Eclipse III, 1965; H.C. Westermann, Object Under Pressure, 1960; H.C. Westermann, Walnut Box, 1964; H.C. Westermann, White for Purity, 1959-60; H.C. Westermann, Plywood Box, 1964; H.C. Westermann, Imitation Knotty Pine, 1966; H.C. Westermann, Clean Air, 1964; H.C. Westermann, 28 Years Bad Luck, [n.d.]; H.C. Westermann, A Very Unusual Physician, 1956; H.C. Westermann, A Close Call, 1966; H.C. Westermann, Untitled, 1965; H.C. Westermann, Coming Through the Night…, [n.d.]; H.C. Westermann, Untitled, 1962; Scene from The Magnificent Cuckold, produced by Meyerhold, sets by Popova, 1922; Mikhail Larinov [sic], The Glass, 1911; Mayakovsky, Poster for ROSTA, (detail), ca. 1920; Lissitsky, double-spread from Mayakovsky’s For Reading Out Loud, 1923; Tatlin, Proposed Monument to the Third International, 1920; Larionov, Illustration for Kruchenikh’s poem, Half-alive, 1907; Vlademir Tatlin, Relief, 1914; Natalia Goncharova, The Machine’s Engine, 1913; Kasimir Malevich, The Guardsman, 1912-13; Tatlin, Corner Relief, 1915; Scene from Tarelkin’s Death, produced by Meyerhold, sets by Stepanova, 1922; View of Obmokhu, exhibition, Moscow, 1920; “Living Newspaper,” performance by “Blue Blouse.”; Albert Stadler, Land, 1967; Albert Stadler, Fans, 1964; Albert Stadler, Cliff, 1964; Albert Stadler, Squiggle, 1965; Albert Stadler, Venetian Blind, 1965; Albert Stadler, Reef, 1966; Albert Stadler, Smokestack, 1966; Albert Stadler, Intercept, 1967; Albert Stadler, Oasis, 1967; Albert Stadler, Solar, 1967; Charles Ginnever, Project II, 1959-61; Charles Ginnever, Untitled, 1963; Charles Ginnever, Blunderbus, 1963; Charles Ginnever, Wipe Out, 1964; Charles Ginnever, untitled sculpture, [n.d.]; Charles Ginnever, Dante’s Rig, 1965-6; Giorgio Morandi, Landscape, [n.d.]; Giorgio Morandi, Still Life, 1956; Giorgio Morandi, Landscape, 1958; Giorgio Morandi, Italian Landscape, 1963; Giorgio Morandi, Still Life, 1945; Giorgio Morandi, Still Life, 1950; Morandi. (all photos by Sidney Tillim.); Alexander Golovin, A. Stelletsij, the Sculptor, 1911; Alexai G. Venetsianov, Girl, [n.d.]; Leon Bakst, Turk with Scimitar, 1921; L. Chemesov, Catherine the Great Mourning the Death of Elizabeth, [n.d.]; Filip A. Malyvine, Girls, [n.d.]; Girgoriev, Portrait of Gorki, [n.d.]; Valentin Serov, Boy, [n.d.]; N. Goncharova, Rhapsodie Espagnole, 1916; Nicholas Roerich, Building the Ship, 1902; Kasemir Malevitch, Dancing Couple, 1905; Mikhail S. Larionov, Composition, [n.d.]; Valentin Serov, Mr. Posdniakov, 1908; Thomas H. Garver, Figure 1.: Kitchen and table; Thomas H. Garver, Figure 2.: Table Top; Thomas H. Garver, Figure 3.: 4 slices of bacon; Thomas H. Garver, Figure 4.: Banana; Thomas H. Garver, Figure 5.: Lettuce; Thomas H. Garver, Figure 6.: 3 slices of bread; Thomas H. Garver, Figure 7.: Miracle Whip; Thomas H. Garver, Figure 8.: Skippy Peanut Butter; Thomas H. Garver, Figure 9.: Butter; Thomas H. Garver, Figure 10.: One slice of bread; Thomas H. Garver, Figure 11.: Butter; Thomas H. Garver, Figure 12.: Application of butter; Thomas H. Garver, Figure 13.: Application of peanut butter; Thomas H. Garver, Figure 14.: The banana applied; Thomas H. Garver, Figure 15.: Miracle Whip placed on the underside of bread slice; Thomas H. Garver, Figure 16.: Lettuce picked up; Thomas H. Garver, Figure 17.: The second slice of bread; Thomas H. Garver, Figure 18.: Butter; Thomas H. Garver, Figure 19.: Swiss cheese; Thomas H. Garver, Figure 20.: Picking up the bacon; Thomas H. Garver, Figure 21.: The bacon; Thomas H. Garver, Figure 22.: The sandwich; Sidney Tillim, Champion, 1967; Sidney Tillim, Those Who Pass, 1967; Jack Beal, Nude with Patterned Panel, 1967; George Bireline, D.M.Z., 1967; Installation, Language show, Dwan Gallery, [n.d.]; David Von Schlegell, Tri Plane, 1967; Juan Gris, Arlequin, 1917; Installation view, Peter Voulkos Exhibition, David Stuart Gallery, [n.d.]; Wally Hedrick, Orb of Power, 1960; Sam Tchakalian, Green Spot, [n.d.]; John McCracken, Two Planks, 1967; Peter Stroud, untitled, 1967; Installation view, Martial Raysse Exhibition, Dwan Gallery, [n.d.]; Marilyn Lasarow, Polyoptic Shift II, 1967; John Hultberg, Ice Age, 1964; Stanley William Hayter, Seventeen, [n.d.]; Howard Warshaw, Man Reading, 1967; Morris Louis, Untitled, 1958; Morris Louis, Epsilon, [n.d.]; Morris Louis, Ksi, 1960-61; Morris Louis, Tau, 1960-61; Morris Louis, Overhang, 1960; Ralph Borge, untitled [n.d.]; Marsden Hartley, Movement #9, [n.d.]; Morris Kantor, Moving Figure, 1923; William Brice, Man at Table, [n.d.]; William T. Wylie, Any Grass, [n.d.]; Mary Snowden, P.G. & E., [n.d.]; [Frank Stella], Marriage of Reason and Squalor, 1967. Advertenties: M. Knoedler & Co., Inc., New York; Marlborough, New York, London, Rome; The Pace Gallery, New York; Betty Parsons Gallery; Howard Wise, N.Y.; The Architectural League of New York and the American Federation of Arts; Bertha Schaefer, New York; Dwan Gallery, NY; Kornblee, nyc; The David Mirvish Gallery, Toronto; Nicholas Wilder Gallery, Los Angeles; Bykert Gallery, New York City; Martha Jackson Gallery, new york; Seligman, Seattle; The School of the Arts Institute of Chicago; The Seven Arts Book Society, New York [full page with additional cardstock mailer insert, color]; Tibor de Nagy, N.Y.; Fischback, N.Y.; Richard Feigen, N.Y.; Terry Dintenfass, Inc., N.Y.C.; Pointdexter, New York; Andre Emmerich, New York; Alexandre Tolas, New York, Paris, Geneve, Milano, Roma; The New York Studio School of Drawing, Painting and Sculpture, N.Y.; Richard Feigen, Chicago; Nancy Singer, St. Louis; Leo Castelli, New York; Allan Frumkin Gallery, New York, Chicago; Cart & Crate, Inc, Los Angeles; AM Sachs Gallery, NY; Nancy Singer, St. Louis; Michael Walls Gallery, SF; Miss Dilly’s House, Los Angeles; Restaurant Voisin, New York City; ARTFORUM Subscription Order Form [cardstock mailer insert, color]; Capper’s Frames & Prints Inc., California; Esther-Robles Gallery, Los Angeles; East Hampton Gallery, NY; Gemini G.E.L., Los Angeles.

      periodieke publicatie
      zwart/wit en kleur
      geïllustreerde omslag
      offsetdruk
      geniet
      27 x 26,5 cm
      70 pp.
      oplage onbekend
      niet gehandtekend, niet genummerd
      uit privécollectie

      Objectif Exhibitions bedankt Julie Peeters voor het mogelijk maken van deze tentoonstelling.

      * Van de jaren veertig tot de late jaren zestig publiceerde Art News regelmatig een reeks tekstuele beschrijvingen en foto-essays die kunstenaars documenteerden terwijl ze werk produceerden (bijvoorbeeld Robert Goodnoughs “Pollock Paints a Picture” uit 1951, geïllustreerd met Hans Namuths foto’s van Pollock aan het werk). “Bruce Conner Makes a Sandwich” is duidelijk een parodie op die reeks. Hoewel volledig door Conner geschreven en in scène gezet, verleende Thomas H. Garver zijn naam als auteur, op voorwaarde dat Conner er op zijn beurt mee instemde de geplande consumptie van zijn eigen constructie weg te laten. Garver begaf zich naar Conners keuken om de nauwgezet getimede productie van een zogenaamde double-decker sandwich bestaande uit spek, Zwitserse kaas, banaan, sla, Miracle Whip, pindakaas en boter op sneetjes brood, te fotograferen. Ontworpen binnen dezelfde typografie en logica van de Art News-reeks, werd Conners bijdrage geweigerd door Art News. “Bruce Conner Makes a Sandwich” werd in plaats daarvan gepubliceerd in de uitgave van Artforum van september 1967 (Vol. 6, nr. 1, p. 51-55). Enkele maanden later zette Art News haar reeks stop.


    • 22 December, 2013—4 January, 2014 Winter

      Objectif Exhibitions is open van woensdag tot en met zaterdag tot 22 december 2013. Dan sluiten we even de deuren voor de feestdagen, en we heropenen op 4 januari 2014. Dan opent ook weer The Painter and the Deliveryman van Rosalind Nashashibi, nog tot tot 18 januari.


    • 21 april 2012—1 januari 2016 Nina Beier Four Stomachs (Sint-Annatunnel, Antwerpen)

      Nina Beier stopt niet met verteren. “Alles in acht genomen is Four Stomachs een machine”, maar in 2014 wordt Beiers vier jaar durende tentoonstelling een verstrengeling van concentrische machines. En de derde van haar vier ‘magen’ trekt ze veel verder open.

      Beier bracht 2012 door met het van het gezicht ontdoen van bustes in brons, plastic, keramiek en glasvezel, en het positioneren van deze groeiende populatie Facing Figures achter de ramen van onze buren. Een buste wordt altijd mismaakt geboren—zonder ledematen, gedeeltelijk, geabstraheerd.  Beier misvormde hen nog verder en ontdeed ze van hun verleden.

      “Koeien hebben vier magen en vergeten hun verleden nog voor het voorbij is.” En in 2013 stuurde Beier haar blinde wachters grazen, en zond een kudde van een heel ander kaliber uit om—in kleermakerszit—een nog meer private residentie te bezetten. Verticaal georiënteerd en op levensgrote schaal, verzegelden deze zeven volgepropte Portrait Mode kaders afgedankte kleding met dierenprints achter glas—en dat allemaal achter slot en grendel van een bewaker die ze in dienst nam om deze kudde ‘enkel op uitnodiging’ te domesticeren.

      Nu is het 2014 en zal Beier een wisselende reeks full-colour posters toevoegen aan het jaar, met tussenpozen, gechoreografeerd door toegankelijkheid en beschikbaarheid. De posters zullen roteren tussen de langs de roltrappen verspreidde advertentiekaders aan beide zijden van de Sint-Annatunnel—een voetgangerstunnel uit 1930, onder een rivier in Antwerpen.

      Hiervoor eigende Beier zich de fotografische taal van auteursrechtenvrije beeldbanken toe. Deze online schatkamers zijn gevuld met ambiguë maar suggestieve beelden—lege metaforen, gecreëerd voor doeleinden die onbekend blijven voor hun auteurs. Geüpload naar een cyclisch, kannibalistisch systeem, zijn hun cliche’s vrij van welke specifieke verwijzing dan ook. Waar het hier om gaat, is hoe een beeld wordt uitgebreid in complexiteit door andere stockfotografen—hoe de essentie van een gegeven motief wordt gekopieerd en vervormd.

      Door een vertrouwd motief tot in het absurde te imiteren en te overdrijven, en het dan in te voegen in een schijnbaar passende context, verdrinkt Beier haar beelden. Onderworpen, valt de intentie weg. Alle opties worden geoorloofd, geloofwaardig—geldig. En interpretatie is inscriptie.

      Van 6 maart tot 31 december 2014 is Four Stomachs open voor het publiek en gratis, elke dag tot 20u.

      Nina Beier (°Aarhus, Denemarken, 1975; woont in Berlijn) studeerde af aan het Royal College of Arts, Londen (2004). Startend in 2012, zal haar solotentoonstelling bij Objectif Exhibitions lopen tot 2016. Haar werk werd recent ook tentoongesteld bij o.a. Kunsthaus Glarus, CH (2014); Mostyn, Wales, GB (2013-14); Nottingham Contemporary (2013-14); Proyectos Monclova, Mexico City (2013); en Kunsthal Charlottenborg, Kopenhagen (2011-12); alsook in groepstentoonstellingen in het Centre Pompidou, Parijs (2014, 2013); Casino Luxembourg, LU (2014), Centre foor Contemporary Art, Glasgow (2014); Fondazione Sandretto Re Rebaudengo, Turijn, IT (2013-14); Musée d’Art moderne de la Ville de Paris (2013-14); Jakarta Biënnale (2013); Museum of Contemporary Art Detroit (2013); Moseion Bozen, Bolzano (2012); The Artist’s Institute, New York (2012); KW Institute for Contemporary Art, Berlijn (2012); Index, Stockholm (2012); Tate Modern, Londen (2012); Moca, Miami (2011); Extra City, Antwerpen (2011); en The Swiss Institute, New York (2011).

      Objectif Exhibitions dankt CM Antwerpen, Gemeente Zwijndrecht, kleuter- en lagere school Apenstaartjes en de stad Antwerpen voor hun medewerking aan dit project.

      logos_3

       

      2013

      Nina Beier voltooit geen tentoonstellingen. Hoewel de laatste zin in haar perstekst van vorig jaar tussen haakjes stond, was “(maar dat geldt ook voor Beier)” geen latere overweging dat terloops geuit werd, maar een signaal dat de overgang van de ene naar de andere maag gedurende dit jaar overschaduwde. Gevolgd door een punt, suggereerde de () een weglating die zou leiden tot een nog nauwere verstrengeling van het publieke / private.

      “Koeien hebben vier magen en vergeten hun verleden, bijna voordat het voorbij is.” Maar één jaar later blijft Nina Beiers Four Stomachs een machine, en drijft Beier haar parameters nog steeds aan. Nu de openbare dienst van haar twaalftal systematisch misvormde en verblinde schildwachten erop zit, heeft Beier ze op stal gezet.

      Ze werden vervangen door zeven grote werken uit Beiers Portrait Mode-reeks. Beier heeft ervoor gezorgd dat deze collectie van kaders—verticaal gericht, op menselijke schaal, en propvol afgedankte, met dierenmotieven bedrukte kleding die ze dit keer achter minder reflecterend, meer beschermend glas verzegelde—om de privéwoning van de directeur stijlvol te bezetten. Als een soort vervloekte trofee, wordt deze berg samengedrukte skeuomorfe kledingstukken gehoed door een poortwachter die zich ertoe heeft verbonden om samen te leven met een groeiende reeks vragen van economische, esthetische, conceptuele, professionele en, zoals slechts enkelen ooit zullen zien, huiselijke aard.

      Four Stomachs is nu alleen op uitnodiging.

       

      2012

      Nina Beier maakt geen ‘affe’ werken: ze blijven onderworpen aan hergebruik, herbetiteling, herdefiniëring en reanimatie. Voor Four Stomachs verwijderde Beier het gelaat van een reeks borstbeelden (bronzen portretten, plastieken paspoppen, keramische figuratieve volkskunst) en plaatst deze bustes voor de ramen van de appartementen die uitkijken op het binnenplein van Objectif Exhibitions.

      Koeien hebben vier magen en vergeten hun verleden voordat het goed en wel voorbij is. Een borstbeeld wordt altijd misvormd geboren—zonder ledematen, fragmentarisch, geabstraheerd. Beier verminkt hen verder, en ontdoet ze van hun verhaal.

      Door de afgeplatte, gezichtsloze voorkanten van de figuren vlak tegen het raam te plaatsen, sluit Beier op symbolische wijze hun blootgestelde binnenzijde af. De verpakking verpakt. Als observerende, ogenloze bewakers of zinloos gemaakte waterspuwers zullen ook zij bekeken worden—vast verankerd op hun plaats of van tijd tot tijd wisselend—, voor de volgende vier jaar.

      Al bij al is Four Stomachs een machine. Intuïtief kan zij zichzelf op elk moment heropstarten, of volledig stoppen (of Beier doet dat).


  • 2013


    • 22 December, 2013—4 January, 2014 Winter

      Objectif Exhibitions is open van woensdag tot en met zaterdag tot 22 december 2013. Dan sluiten we even de deuren voor de feestdagen, en we heropenen op 4 januari 2014. Dan opent ook weer The Painter and the Deliveryman van Rosalind Nashashibi, nog tot tot 18 januari.


    • 23 november 2013—18 januari 2014 Rosalind Nashashibi The Painter and the Deliveryman

      Renée, Philip, Chris—drie personages, met elkaar verstrengeld in twee gesynchroniseerde films, en geprojecteerd op twee geconstrueerde schermen. The Painter and the Deliveryman opent op 23 november en is een solotentoonstelling van nieuw werk door Rosalind Nashashibi. En net als Objectif Exhibitions zelf, is zij één van de personages in de loop.

      Het was Nashashibi’s specifieke intentie beide films af te spelen in de kelder. Hun bifocale gepingpong versterkt hun impliciete verwevenheid, en hun ondergrondse afzondering laat de lege inkomhal en binnenplaats, het kantoor en gelijkvloers functioneren als mnemonische doorgangen bij het naar buiten gaan.

      In The Deliveryman (2013) komt een pakje aan in het kantoor. Een generische, blanke mannelijke kunstadministrator spreekt in het Engels, en een gehaaste DHL-medewerker antwoordt in het Vlaams. Toch verloopt de communicatie minder via gesproken taal, dan via fysieke signalen—een gekrabbelde handtekening, standaard gedragscodes, context, uniformen, enzovoort. Na de dubbele transactie echter breekt de bezorger uit zijn uniforme rol, en een heel andere expressie kristalliseert op de binnenplaats.

      Ondertussen, in Basel, wordt de studio van de schilder eveneens geïnfiltreerd. In The Painter (2013 is een kunstenaar  aan het werk, elegant in uniform met verfbespatte schoenen en werkkledij—terwijl een andere kunstenaar ongezien off-screen observeert, regisseert en kadert. Nashashibi filmt meer dan het werk zelf, en grote, gespierde, abstracte schilderijen ontspruiten uit een combinatie van energetische en spaarzame gebaren. Met een niet aflatende ijver duwt en giet de schilder de stomme kleverige materie met, verrassend, een zwabber. Even later verschuift de focus naar een tekening van een lachend meisje op een paard—de staart omhoog, een hoop mest producerend. Het is getekend door de dochter van de schilder.

      Productie en ontlasting, angst, genot—ontlading. In elke film apart, of in hun combinatie, zijn de verschillende vormen van expressie uiteindelijk preverbaal. Een boodschapper die wordt onderbroken. Een schilder die een zwabber hanteert. En hoe afwezig ze ook blijft in de verhalen, het is onmiskenbaar Nashashibi’s stem die klinkt, worstelend met haar eigen complexe positie in dit alles.

      Rosalind Nashashibi (°1973, Croydon, VK; woont in Liverpool) behaalde een diploma aan de Glasgow School of Art in 2000. In 2015 zal ze een opdracht presenteren voor het Imperial War Museum in Gaza. Voorheen presenteerde ze werk in solo- en groepstentoonstellingen bij onder andere Murray Guy Gallery, New York (2013); Marcelle Alix Galerie, Parijs (2013); Tate Britain, Londen (2012, 2004); Musée du château des ducs de Wurtemberg, Montbéliard, FR (2012); CA2M Centro de Arte Dos de Mayo, Madrid, ES (2012); Pompidou Metz, FR (2011); de 10de Sharjah Biënnale, VAE (2011); Peep-Hole, Milaan, ES (2011); Tulips & Roses, Brussel (2010); Centre Pompidou, Parijs (2010); ICA, Londen (2008); de 5de Biënnale van Berlijn (2008); Manifesta 7, Trento, IT (2008); Berkeley Art Museum, Californië (2008); de 52ste Biënnale van Venetië (2007); en Kunstverein Frankfurt (2007). 


    • 14 november 2013 ( AN ) : OCTROLOGICALLED : INSTANCE( S ) : OF : ( A ) : TECHNITRONICED : PROPOSITION( S )

      Uiteindelijk is het een arbeidsgeschil. Sinds 1998 heeft professioneel protesteerder Frank Chu onvermoeibaar campagne gevoerd: in het verkeer tijdens spitsuur, op muziekfestivals, honkbalwedstrijden, of dichtbevolkte plaatsen waar nieuwscamera’s aanwezig zijn. Elke dag klaagt een ander van zijn serie protestborden onderdrukkers aan in een geheimzinnig lexicon georganiseerd binnen gecodificeerde grafische en informationele systemen.

      Van 18u tot 20u, op 14 november, zullen we enkele van deze borden selecteren, alvorens we een video-interview met Chu tonen, waarin hij beweert dat hij zijn hele leven al wordt gefilmd, gemonteerd, en uitgezonden als The Richest Family, in andere sterrenstelsels. Zijn de miljarden dollars in honoraria die Chu zoekt verduisterd door de 12 GALAXIES—een onkuis netwerk van geavanceerde buitenaardse volkeren in complot met oud-presidenten, -parlementsleden en -senatoren van de VS, en zelfs de CIA, FBI, NSA, Universal Studios, 20th Century Fox en andere agenten en agentschappen? Of herkadert Chu’s zaak het volledige universum als een mix van machten die onder één hoedje spelen met de VS? Hoe resoneert deze herkadering met de systematische schendingen van de privacy die internationale schaal plaatsvinden? En hoe weerklinken Chu’s parasitaire proteststrategieën en de materiële uitvoering ervan binnen een bredere kunsthistorische context?

      Er zal een discussie volgen.


    • 24 oktober 2013 Nocturne

      MORTEN NORBYE HALVORSEN
      Alluvium
      14 september—26 oktober 2013

      FREEK WAMBACQ
      Rain after snow
      14 september—26 oktober 2013

      FRANK CHU
      Jretdrostrenikal Exhibitions
      27 october 2012—

      NINA BEIER
      Four Stomachs
      21 april 2012—1 januari 2016


    • 12 oktober 2013 Freek Wambacq with Sean Lynch From weather to weather

      Beenhouwers, botanisten, bankiers, bibliofielen, en anderen—allemaal doen ze mee. Voor Rain after snow deed Freek Wambacq op 14 locaties een subtiele interventie, en trok zo een narratieve lus van stille geluiden doorheen Antwerpen.

      Deze geluiden zijn slechts geïmpliceerd. Wambacq is geïnteresseerd in hoe ‘Foley’-kunstenaars bij het creëren van filmische geluidseffecten, objecten kiezen omwille van hun sonisch potentieel en niet hun visuele aspect. Het resultaat is een reeks gedenatureerde objecten, die Wambacq opnieuw integreerde in  een visuele context. Hier, daar, en daar, koppelt Wambacq ze aan specifiek gekozen plaatsen om hun respectievelijke linguïstische capaciteit te versterken—alliteratie, onomatopeeën, woordspelingen, en in het bijzonder: hun narratief potentieel.

      Er is heel wat te zien en te zeggen. We nodigen u dus graag uit op zaterdag 12 oktober om 12u stipt. Askeaton Contemporary Arts zal weerman Sean Lynch afvaardigen om met Wambacq te praten over Rain after snow, en ons mee te nemen op een rondleiding langs de 14 locaties (plus nog wat dingen onderweg).

    • 14 september—26 oktober 2013 Morten Norbye Halvorsen Alluvium

      Het is één van vele vergelijkingen:

      Analoge magneetbanddesintegratie + snelheid = het schaven dat noodzakelijk is om buitenopnames te modelleren tot kiezelvlaktes. Geschuurd, afgerond en geaard, is de toon bijzonder. Water weerkaatst als weer. Insecten klinken als fagotten.

      Ondanks al het audiovisuele dat denatureert in Morten Norbye Halvorsens solotentoonstelling bij Objectif Exhibitions, is Alluvium diep gegrond in de natuur. Of misschien is het minder vast dan dat. Erosie is uiteindelijk een complex proces van overdracht, dat pastorale sporen als klei, slib, zand of grind nalaat. Water beweegt zoals het wil, en vervormt de aarde in zijn spoor. Toch laten deze stromen ook andere, symbolisch meer waardevolle sporen na—goud- en platinumerts, edelstenen. Waarde lokt dan weer andere krachten, waarvan de prospectie een andere soort erosie veroorzaakt—een materiële en relationele choreografie, weg verklaard door middel van mythologie (door degenen die blijven), en achtergelaten (door degenen die niet blijven), om geologisch naverteld te worden.

      Alluvium is zo’n conversatie. Twee videoprojecties in HD wisselen elkaar af op één scherm, omgeven door vier luidsprekers, die de kelder vullen met een marmercake van visuele en auditieve beelden, onderzoek, procedures en tijdelijkheid. Minerale tijd(en) binnen een vloerplan ten dienste van een schermplan.

      Halvorsens openluchtfilm—Placer—is opgenomen in een alluviaal goudveld in Finnmark, Noorwegen. Tracking shots van gebladerte, gesorteerde stenen, concave / convexe velden, en andere materie culmineren met metaforische dolomieten aan de Barentszzee. ‘Tracking’ is wellicht een passend woord voor de implicaties die Halvorsen oproept, en voor het onderwerp en de mythologische grondslagen van de film. Zowel beeld als geluid opereren als personages—soms gesynchroniseerd, soms onafhankelijk.

      In Vertical Belongings glijdt, vervormt en schrijdt een reeks beelden voort binnen vastgestelde parameters. 2 horizontaal, 1 verticaal, maar alle 3 over elkaar gelegd in 4:3, hun configuraties getriggerd door geluiden gesmeed in zijn studio. En deze processie van gedelocaliseerde informatie alterneert met Placer in loop—cyclerende stukjes papier, stokken, rubber, koper, mungbonen, druppelend zuur, en dansbare blokgolven.

      Er is ook een derde scherm. Noem www.reverbarium.com een afgelegen opslagplaats—toegankelijk van waar dan ook. Of noem deze website een lopende publicatie—een depot voor het herstarten en reanimeren van bureaubladsedimentatie.

      Morten Norbye Halvorsen (°1980, Stavanger, NO; woont in Berlijn) studeerde aan Falmouth College of Arts, UK, en Kunstakademiet Trondheim, NO, en had een residentie bij Palais de Tokyo, Parijs (2010-11). Hij presenteerde zijn werk tijdens de 55ste Biënnale van Venetië (2013) en in Fondation d’enterprise Ricard, Parijs (2012); tijdens de Mindaugas Triënnale, Contemporary Arts Centre (CAC), Vilnius, LT (2012); en in onder andere Galerii Noorus, Tartu, ES (2012); HIAP, Helsinki, FI (2012); Frutta, Rome, IT (2012); Kunsthall Oslo, NO (2011); Gaudel de Stampa, Parijs (2011); Centre Pompidou, Parijs (2010); South London Gallery, Londen (2010); Artists Space, New York (2009); en New Langton Arts, San Francisco (2008).

      Met dank aan Office for Contemporary Art Norway (OCA) voor de ondersteuning van deze tentoonstelling.


    • 14 september—26 oktober 2013 Freek Wambacq Rain after snow (+ dertien locaties in Antwerpen)

      Geluid is een reflectief medium. Het heeft ruimte nodig. En, eens gesitueerd in de ruimte, wint geluid aan resonantie, het verspreidt zich, en creëert context. Het is een te volgen spoor.

      Startend vanop het gelijkvloers bij Objectif Exhibitions, zal Freek Wambacqs solotentoonstelling Rain after snow echoën doorheen Antwerpen door subtiele interventies op meer dan een dozijn verschillende locaties. Een “aardverschuiving” in de Nationale Bank, “geweerschoten” in de bibliotheek, “ritselende bladeren” in het hoorcentrum—Wambacq installeert geluiden, maar op subtiele wijze. De geluiden blijven impliciet.

      Voor Rain after snow vertrekt Wambacq van zijn bekende serie tafelstillevens, die conventionele huishoudelijke objecten bevatten geselecteerd om hun onconventionele gebruik in de productie van filmische geluidseffecten. Binnen een gecontroleerde ‘Foley’ studio-omgeving, wordt een stapel handschoenen een zwerm vogels, een sexspeeltje op batterijen een aardbeving, vochtige antiloophuiden penseelstreken van olieverf, een stengel selder een brekend dijbeen. Maar bij het schikken van deze objecten tot suggestieve configuraties, focust Wambacq meer op hun geluidmakend potentieel dan hun visuele voorkomen, en op hun relatieve linguïstische capaciteiten­­—alliteratie, onomatopee, woordspelingen en, in het bijzonder, hun narratief potentieel.

      Hier en daar veegt Wambacq ze van de tafel, tot op een kaart die gevolgd kan worden om te navigeren doorheen een archipel van generatieve contextuele associaties.  Als regen volgt op sneeuw, kan het een gladde bedoening worden, maar het zijn deze glijpartijen in betekenis—en aandacht—die de wandeling tot zoveel meer dan enkel locomotie maken.

      Freek Wambacq (°1978, Brussel; woont in Brussel en Amsterdam) behaalde een diploma aan de Hogeschool Sint-Lukas, Brussel (2000), waar hij werkte in het experimenteel atelier. Hij presenteerde zijn werk in solotentoonstellingen bij (SIC), Brussel, BE (2012); Museum M, Leuven, BE (2011); Kunstlerhaus Bethanien, Berlijn, DE (2011); en Elisa Platteau, Brussel, BE (2009); en in groepstentoonstellingen bij Askeaton Contemporary Arts, IR (2013); Smart Project Space, Amsterdam, NL (2012-13); Galerie Catherine Bastide, Brussel, BE (2012); M HKA, Antwerpen, BE (2012); Spazio A, Pistoia, IT (2011); Casino Luxembourg, LU (2011); Queen’s Nails Projects, San Francisco, US (2009); en vele andere. In 2011 ontving hij de Prijs voor Jonge Belgische Schilderkunst van ING. 


    • 6 juli—14 september 2013 zomer

      Objectif Exhibitions zal na 6 juli gesloten zijn voor de zomer. Post Brothers blijft in Antwerpen om te werken aan Post Office, dat deel uitmaakt van zijn residentie bij AIR Antwerpen.

      Van 14 tot 17u, op zaterdag 14 september, komt Objectif Exhibitions terug met twee nieuwe solotentoonstellingen door Morten Norbye Halvorsen en Freek Wambacq. En natuurlijk heropenen ook onze lopende tentoonstellingen Four Stomachs door Nina Beier en Jretdrostrenikal Exhibitions door Frank Chu.

      We hopen u dan te zien.


    • 8 juni 2013 Tyler Coburn I’m that angel

      Tyler Coburns I’m that angel neemt de vorm aan van een breuk in de stroom—een stenige steen. Het ziet eruit en functioneert als een boek, maar het format gaat verder door het lek te dichten in de paraliteraire, confessionele en epistolaire voorgangers van onze virtuele moedertalen.

      I’m that angel, ontworpen door Eric Nylund, is achteloosheid als methode: een concretisering van gevonden quotes, terzijdes, notities, gedachten, en bombast. Maar het is evenzeer een cyclus van geschriften en publieke lezingen verteld vanuit het perspectief van een “content farmer”—een opkomend type van online journalist, aangenomen om artikels te genereren gebaseerd op woorden die pieken binnen Google Trends. De lezingen helpen ons na te denken over de omstandigheden waarin we met en tegen de computer werken. Bij sommige gelegenheden bezetten spreker en publiek sites die de fysieke vorm van het internet aannemen—bijvoorbeeld de enorme opslagplaatsen, tot de nok gevuld met servers. Of de lezingen gaan gepaard met videodocumentatie van deze servermagazijnen, om zo het datacentrum tijdelijk op te roepen binnen kunstinstellingen. In elk scenario stelt Coburn beveiligde ruimtes open waarin lezer en publiek reeds resideren, gezien we worden geconfronteerd met de materiële dubbels van onze virtuele subjectiviteiten, als data opgeslagen in servervorm.

      Beter dan toe te geven aan de schijnbare eigengereidheid van het cognitieve kapitalisme, nodigt Objectif Exhibitions u uit op 8 juni 2013, van 18u tot 20u, voor de presentatie van Coburns alternatief—I’m that angel.

      Tyler Coburn (°1983, New York; woont en werkt in New York) behaalde een bachelordiploma in Vergelijkende Literatuurwetenschap aan de universiteit van Yale, en een masterdiploma aan de universiteit van Zuid-Californië. Hij presenteerde zijn werk bij het Institute of Contemporary Arts, Londen (2012); LA><ART, Los Angeles (2011); het Whitney Museum of American Art, New York (2010); FormContent, Londen (2010); en SculptureCenter, New York (2009).


    • 25 mei—6 juli 2013 Angie Keefer Who's there? (14u tot 22u, woensdag-zaterdag)

      Why bother?, 2013
      16mm, kleur, zonder geluid
      2’45″, loop
      uitgave: 6 exemplaren
      titel variabel

      Angie Keefer (°1977, Huntsville, Alabama; woont in Hudson, New York) studeerde af aan de universiteit van Yale, New Haven, Connecticut (1999). In de gedaanten van kunstenaar, schrijver, amateuringenieur en occassioneel bibliothecaris, stippelt Keefers speculatieve non-fictie uitvoerige routes uit doorheen gespecialiseerde informatie. Ze stelde tentoon, voerde op, doceerde, of produceerde op andere manieren bij—onder andere—Office for Contemporary Art (OCA), Noorwegen (2013); Witte de With, Rotterdam (2013); Yale Union, Portland (2013); de São Paulo Biënnale, Brazilië (2012); Museum of Modern Art, New York (2012); The Banff Centre, Canada (2012, 2011); Kunsthal Charlottenborg, Kopenhagen (2012); Artists Space, New York (2011-12); en Contemporary Art Centre (CAC), Vilnius (2011). In 2010 richtte Keefer mee The Serving Library op, een vzw en kunstenaarsorganisatie gewijd aan het publiceren en archiveren in een continue loop. Ze is ook één van de hoofdredacteurs van The Serving Library’s zesmaandelijkse publicatie The Bulletins.

      Deze tentoonstelling is te zien in alternerende hoedanigheden tijdens de normale openingsuren, van woensdag tot en met zaterdag van 14u tot 18u, en verlengde openingsuren, van woensdag tot en met zaterdag van 18u tot 22u. Zes weken omvattend, is dit de eerste van drie herhalingen, die lopen tot in 2014.


    • 25 mei—6 juli 2013 Antanas Gerlikas Waif Shadow

      Een palmboom, een oog, en de verlengde herhaling van die boom—bieden de abstraherende eigenschappen van een schaduw zelfs zonder pen geen interessante dysmorfe representaties? Deel van het punt is dat de lijn omgekeerd anders is. Als we deze tekening van Antanas Gerlikas lezen als hiëroglief, dan vraagt de auteur ons misschien om onze schaduwen tot in minder symmetrische palindrome dimensies te duwen, en hen niet te zien als dubbele sporen, maar als unieke verdraaide ruimtes.

      In elk geval wordt Palm Tree niet getoond in Waif Shadow. Of misschien wel—niet als zichzelf, maar via een kronkelende rearticulatie. Touw. Afwezig, is de tekening niet gereduceerd tot studie; het fungeerde al als alternatief communicatiemiddel, als non-verbale uitleg, een conceptuele lasso, en een esoterisch diagrammatisch grondplan voor Gerlika’s solotentoonstelling in de kelder van Objectif Exhibitions.

      Een handtekening is een spoor van een singulaire aanwezigheid, een overeenkomst van voorwaarden—contractuele lijm­—maar als het een vorm heeft, omlijnt zijn perimeter dan ook een ruimte? Honden volgen trouw hun eigenaar, en apporteren met enthousiasme, maar als een stok ook onafhankelijk van de hond een meting van beweging kan bieden, kan het dan ook iets anders zijn dan een stok? Dergelijke vragen rijzen bij Gerlikas’ transmutatie van vormen, beelden, ideeën en zelfs V-vormige dromen tot tekst, tot geluid, tot twee of drie dimensies. Hij stipt de kelder met woordraadsels, en het vergt tijd om ze te kraken. De verklarende ruimte tussen twee versies van dezelfde video kan echter een aanwijzing geven: een groepering van anonieme hoofden belemmert het zicht op de aarde van buitenaf en ontheemt de zon door haar geïmpliceerde locatie te vervormen. De aarde roteert niet, maar de vreemde aanwezigheden van haar verplaatste ontvangers hollen de vorm van de aarde onophoudelijk uit door een proximale, luminescente, en temporele bedekking.

      Het zijn schaduwen, maar niet geschaduwd.

      Antanas Gerlikas (°1978, Plung, Litouwen; woont in Vilnius) behaalde een diploma aan de Vilnius Academie voor Beeldende Kunsten (2007). Zijn werk werd recent gepresenteerd in groepstentoonstellingen bij Galerii Noorus, Tartu, EST (2012); The Gardens, Vilnius (2012); HIAP Helsinki (2012); Contemporary Art Centre (CAC), Vilnius (2012); en Frutta, Rome (2012). Zijn dromen werden uitgezonden vanuit het Litouwse Paviljoen op de 55ste Biënnale van Venetië (2013); en zijn video’s reisden al naar meer dan 30 internationale plekken via PROJECT 35 VOLUME 2.


    • 18 mei 2013 Gintaras Didžiapetris Color and Device

      “De compact disc of CD is één van de meest iconische technologieën van onze tijd. Het is een optische laserschijf, waarvan de vorm doet denken aan die van een netvlies. Informatie wordt opgenomen op een spiraalvormig spoor waarvan de dichtheid een diffractie van licht veroorzaakt. Er gaat dus een karakteristieke schijn uit van het oppervlak van de schijf, die een volledig spectrum aan waarneembare kleuren laat zien.

      Abstractie wordt zowel geïnformeerd door de wereld, als aangeleerd—een concreet en gekend deel van de werkelijkheid dat bestaat en gedeeld wordt binnen verschillende contexten en in vele gradaties van complexiteit. Abstractie en realiteit liggen dan ook twee gradaties dichter bij elkaar dan men zich zou inbeelden.”

      —uittreksel uit de publieke aankondigingen rond Color and Device

      Gintaras Didžiapetris is een kunstenaar. Op 5 april 2013 opende de tot op heden meest omvangrijke solotentoonstelling van zijn werk bij het Contemporary Art Centre (CAC) in Vilnius, Litouwen. Ze heet Color and Device, en komt naar Objectif Exhibitions, Antwerpen. Maar hier zal ze een meer gebalde vorm aannemen, naar een ander soort begrip. Van 12u tot 21u, op 18 mei, tonen we Didžiapetris’ trilogie van 16mm films en bijbehorende posters, achtereenvolgens, en voor slechts één dag:

      Optical Events, 2010
      16mm film, kleur, zonder geluid
      3’33”, loop

      (Te zien van 12u tot 15u)

      Optical Events doet wat het belooft—het is een stille serie van optische gebeurtenissen. Ingelijst, opgenomen, afgedrukt, geprojecteerd, en ontvangen, vormen deze interieure en exterieure beelden een eenheid, maar één die deelbaar is. Elastisch. De film kan starten op elk frame. De film start op elk frame.

      Dan is er nog een elliptisch hiëroglief om bij stil te staan. Misschien is het een suggestieve vraag. Of het is een signaal—een beginpunt waar we narratieven aan opleggen of afleiden? Misschien verwijst haar scherpe perimeter naar de vele andere perimeters die we doorheen de film zien—een overlappend raster graverend in onze ogen, de decimalen afrondend tot een minder gebroken cijfer (en de randen verzachtend)?

      A Byzantine Place, 2011
      16mm film, kleur, zonder geluid
      4’22”, loop

      (Te zien van 15u tot 18u)

      Wat resulteert er uit Florentijnse epifanieën die hun Livornese tegenhangers vinden in een mozaïek van onwaarschijnlijke iconen?

      Ingewikkeld. Versierd. Een Byzantijnse plek.

      Transit, 2012
      16mm film, z/w, zonder geluid
      10’25”, loop

      (Te zien van 18u tot 21u)

      Voertuigen, informatie—lijsten. Van New York tot Napels in zwart en wit, heeft de afwezigheid van kleur een gelijkmakend effect, maar ook de snelheid in dit alles doet dat. Niet reduceerbaar tot de herhalende reisverslagen van een dwalend oog, komt het soms dichter in de buurt van een drager—van de zwervende natuur van mensen en, in het bijzonder, van hoe mensen dingen gebruiken: systemen, treinen, auto’s, voeten, kinderwagens, obers, roltrappen, printers, lichten, karren, borden, banken, verkoopspraatjes, rollen, montagebanden, brillen, computers, steno, enzovoort.

      Tegen het eind van de film verandert een menselijk silhouet het perspectief. Afbakening, blokkage—wat vertelt de afwezigheid veroorzaakt door deze enkelvoudige aanwezigheid ons? Zien we onze systemen en relaties stollen in een geïnverteerde schaduw die ons in zijn spoor meesleept, eerder dan andersom? Is enkelvoudigheid een verstopping in het systeem? Of, als we om het verduisterde hoofd heen kijken—naar zijn randen, misschien is de genetwerkte staccato pulsering die dan aan de oppervlakte komt vanuit de wazige periferie van het hoofd wat we zouden moeten proberen te horen. Misschien is een simpele herpositionering van de nek alles dat we nodig om een juiste kijk op de zaken te krijgen.

      Drie verschillende versies van deze tentoonstelling worden gepresenteerd in 2013 bij Contemporary Art Centre (CAC), Vilnius, Objectif Exhibitions, Antwerpen, en Villa Croce Museum of Contemporary Art, Genua.


    • 3 augustus 2013 / 24 mei—
      1 september 2013
      Post Brothers Post Office (Met AIR Antwerpen)

      Pathologisch productief, kan Post Brothers een spasme genoemd worden—Batailles ‘accursed share’ gepersonifieerd. Zoals elke goede tekenfilmfiguur, lijkt Post Brothers buiten de wetten van de fysica te opereren. Als een machine staat hij boven elke uitputting en gaat verder dan wat gepast, verwacht, of ogenschijnlijk nuttig is.

      Post Brothers: “een kritische onderneming die Matthew Post bevat.” Inderdaad, hij is ondernemend, maar in een anti-ondernemende manier. Om te beginnen schrijft hij (genereus). Geef hem een woordtelling van 2.000 tekens en er staan 20.000 woorden. Toch is “schrijver” te beperkt. Post Brothers loopt er de disciplinaire kantjes af—kunstenaar, curator, criticus, medewerker, verzamelaar, kwakzalveracademicus—om zo vormen van kennisconstructie en -circulatie in vraag te stellen, te chargeren, en te deconstrueren, tot op het punt van instorting (de onze, de zijne, of beider).

      Opererend vanuit een in onbruik gestelde goederenlift in Oakland, Californië, maar internationaal werkend, is Post Brothers een in toenemende mate rondtrekkend personage. In dezelfde lijn zal Post Brothers deze zomer doorbrengen in de opslagruimte van onze kelder, waar hij onze in onbruik gestelde lift zal ombouwen tot Post Office—een Europese buitenpost, een permanent werk, een statisch voertuig voor het circuleren van ideeën, en één van de vele resultaten die zullen voortkomen uit zijn drie maanden durende residentie bij AIR Antwerpen.

      Post Brothers (°1984, Los Angeles, woont in Oakland, Californië) is een kritische onderneming met Matthew Post—een onafhankelijk curator en schrijver die vaak werkt vanuit een lift in Oakland, Californië. Post Brothers behaalde een master Curatorial Practice aan het California College of the Arts, San Francisco (2009); en een bachelor in de beeldende kunsten aan het Emily Carr Institute in Vancouver (2006). Momenteel heeft hij een residentie bij AIR Antwerpen, en hij had voorheen al een residentie bij CCA Ujazdowski Castle A-I-R Laboratory, Warschau (PL), waarbinnen hij Clinamen cureerde—een tentoonstelling bij het Xawery Dunikowski museum voor beeldhouwkunst (Krolikarnia), een departement van het Nationaal Museum van Warschau (2013).

      Post Brothers werkt occassioneel als losse werkkracht voor Objectif Exhibitions (2012-2016). Hij cureerde tentoonstellingen en presenteerde lezingen en projecten in Polen, Mexico, Canada, de VS, Duitsland, Oostenrijk, België en China, waar hij meewerkte aan een videoclip en een onuitgevoerd scenario in de 9de Shanghai Biënnale (2012). Zijn essays en artikels werden gepubliceerd in Annual Magazine, de Baltic Notebooks of Anthony Blunt, Cura, Fillip, Kaleidoscope, Mousse, Nero, Pazmaker, Punkt, en Spike Art Quarterly, evenals in kunstenaarspublicaties en tentoonstellingscatalogi. 


    • 11 mei 2013 David Kasprzak Bruce Conner

      “I’d like a piece of the reel.”

      Er hangt een spoel van 16mm-film aan een spijker achter een kassa in Bird & Beckett, een boekhandel in San Francisco. Geruchten doen de ronde dat het gaat om een verloren film van Bruce Conner, of tenminste wat er overblijft van zijn verloren film. Aan het eind van zijn leven vroeg Conner de winkelhouders om de film op te knippen tot bladwijzers voor klanten, op vraag. En dat deden ze, doen ze.

      We hebben de film niet gezien. Hij is nooit tevoren vertoond, en de meeste mensen weten niet af van zijn bestaan. Films zijn altijd collages, maar Conner was een pionier in de montageruimte. David Kasprzak spendeerde het laatste jaar met het oprapen van Conners stukjes—boeken kopen, bladwijzers verzamelen, en de stukjes film terug aan elkaar knutselen. Het kan alleen maar onvolledig zijn, maar dichter dan Kasprzaks benadering zullen we niet komen.

      Van 18u tot 21u op zaterdag 11 mei, presenteert Kasprzak Bruce Conner bij Objectif Exhibitions. Om 19u30, met de hulp van geheugensteuntjes als een deurknop en het laatste portret van Conner (door Ari Marcopoulos), zal Kasprzak uitleggen hoe een film van één van de belangrijkste kunstenaars en experimentele filmmakers van de 21ste eeuw eindigde onder een stapel boeken. Om 20u sluiten we de deuren, laten we de luiken naar beneden, en vertonen we wat overblijft van Conners verloren film—voor de eerste en enige keer.

      Misschien loopt hij maar voor een minuut, maar achteraf worden het weer bladwijzers.

      Bruce Conner (°1933, McPherson, Kansas, VS; †2008, San Francisco, VS) behaalde een bachelor in de beeldende kunsten aan Nebraska University in 1956, en studeerde aan de Brooklyn Museum Art School and University of Colorado. Zijn werk is getoond in solotentoonstellingen bij: Museum of Contemporary Art Denver, Colorado (2012); Kunsthalle Zurich, Zwitserland (2010); en Berkeley Art Museum, Berkeley (2008); en in groepstentoonstellingen en biënnales als: P.S.1, New York (2011); de 6de Momentum Biënnale, Moss, Zweden (2011); MoMA, New York (2011); Wattis Institute for Contemporary Arts, San Francisco (2010); Whitney Museum of American Art, New York (2010); en Museum of Contemporary Art, Los Angeles (2009); en nog vele andere.

      David Kasprzak (°1983, Florida; woont in San Francisco) is kunstenaar, curator, schrijver en mede-oprichtend directeur van Will Brown, een tentoonstellingsruimte in San Francisco. 


    • 21 april 2013 Peter Meanwell, Olof Olsson & The Baltic Notebooks of Anthony Blunt, Sissel Tolaas Tilting the Collector (The Stage, Art Brussels)

      Ophangen, aankopen, inpakken, verzenden, ophangen—zelfs in de context van een kunstbeurs is het makkelijker gezegd dan gedaan. Aan de éne kant is er de wet van het afnemend rendement, waardoor de andere kant met lege handen achterblijft. Voor een bepaald ras van verzamelaars is het zoals Susan Stewart stelt: een verzameling kan enkel onvolledig zijn, en wordt altijd gedefinieerd door wat eraan ontbreekt. Zeker, de marktwaarde is nooit gelijk aan de culturele waarde, maar verzamelen is niet enkel een sport. Het kan een argument zijn.

      Rijke filistijnen op zoek naar zeefdrukken die bij de sofa passen, vampirische speculanten, onbaatzuchtige, welwillende archivisten—dit soort goedkope reducties en romantische overdrijvingen struikelen over het VIP-kaasplankje en zien het intrigerend vreemde gebied over het hoofd dat de de wereld van de verzamelaar schraagt.

      Aan de hand van drie individuele lezingen tijdens Art Brussels, spreken BBC-radioproducer Peter Meanwell, kunstenares en geurwetenschapster Sissel Tolaas, en de experimentele publicatie The Baltic Notebooks of Anthony Blunt (via kunstenaar Olof Olsson) over hun respectieve praktijken en processen. Samen drijven hun presentaties ‘het verzamelen’ naar beduidend uitgebreidere lichamelijkheden en, vanuit dit uitgebreide veld, een meer complex begrip van materialiteit (in het bijzonder in relatie tot die dingen die we vaak als ‘gedematerialiseerd’ of ‘vluchtig’ zien).

      Tilting the Collector vindt plaats zondag 21 april 2013 om 14u op ‘The Stage’ op Art Brussels—een amfitheater speciaal ontworpen voor de beurs in Terminal 3.

      Peter Meanwell is producer bij BBC Radio 3—het Britse nationale radiostation dat klassieke muziek en opera, maar ook wereldmuziek, jazz en kunsten brengt. Wonend en werkend in Londen, reist Meanwell vaak naar afgelegen of perifere plekken op zoek naar geluiden en muziekvormen die anders ongehoord zouden blijven, om ze op te nemen voor het nageslacht en ze uit te zenden als cultureel erfgoed. Meanwell werkt daarnaast mee aan The Wire Magazine en Songlines Magazine en is co-auteur van The Breakfast Bible—een gedrukt compendium van ontbijtrecepten.

      Sissel Tolaas is een gerenommeerd kunstenares, onderzoekster en wetenschapster die woont en werkt in Berlijn en een persoonlijke bibliotheek bezit van om en bij de 7000 geurmonsters en 2500 moleculen. Ze werkte als geurexperte voor uiteenlopende organisaties en bedrijven, waaronder NASA, MoMA en Ikea, heeft bachelordiploma’s in chemie, taalkunde, wiskunde en beeldende kunst, en behaalde een doctoraat in chemie. Tolaas ontving verschillende internationale beurzen, onderscheidingen en prijzen.

      The Baltic Notebooks of Anthony Blunt hebben hun thuisbasis in Vilnius, en worden samengesteld door Valentinas Klimašauskas and Virginija Januškevičiūtė. De Notebooks hebben als bedoeling te mediëren, genereren, en echte gebeurtenissen te suggereren. Gebruik makend van de ingebeeld hedendaagse observaties van Brits kunsthistoricus en Sovjetspion Sir Anthony Blunt als ambulante denklocus, bestaan de Notebooks permanent online, en occasioneel in druk—incrementeel groeiend, in pagina’s, niet in uitgaven. Performance kunstenaar Olof Olsson voorziet in de generatieve overdracht, waardoor de Notebooks kunnen spreken. 


    • 23 maart—4 mei 2013 Simon Dybbroe Møller Männer und Moral

      1741 kg. Hier boven, wikkend en wegend, dienen we te vermelden dat het gewicht van een dusdanig gepolijste onhandigheid wordt ondersteund door de drie opeengestapelde totemfiguren die de kelder bevolken—sokkels, socles, onbaatzuchtige dragers gehuld in de gelaagde anonimiteit van hun uniformen. In gedachten verzonken, volbrengen zij hun nut. Ze doen hun werk(en) voortreffelijk.

      Het is zwaar, want het is geladen, maar ANIMATE V is een anagram met slechts drie deuren, waarvan elk een onbeperkt aantal pistes opent. “Je kan ernaar kijken [...] Je kan erover praten, het bespreken. [...] Je kan erin rondrijden. [...] Laten we erover nadenken.” Het scherm staat bol, dus als het breekt, moet het speciaal besteld worden. Met de kofferbak open wordt echter duidelijk dat de figuur van imperfectie ons sympathiek genegen is. De coupé van de toekomst reed immers niet op de openbare weg van onbegrensde mogelijkheden. Vorm overschreed functie en een generatie van intellectuelen kwam terecht bij de garagist—keer op keer opnieuw.

      Ondertussen, in 2011, rent een man doelloos rond.

      “De mop gaat als volgt: een kunstenaar, een wetenschapper, en een industrieel betreden een—” Wel, ze betreden een showroom voorzien van tapijt, maar Objectif Exhibitions is geen dealer. In ons heringerichte kantoor zijn we een winkel begonnen om de markt te verkennen en statistieken te bespreken: DE0T06 (Renault), 2,001–3; 4642,00 x 1827,00 x 1627,00 mm; “Aubergine”, de Notenkraker; København; werk en vrije tijd; vooruitgang en desillusie; buitenlandse gerechten en rode wijn; bitterheid. De muren zijn bekleed met nog meer gesprekken. Vlezige beelden van gastronomische ontmoetingen tussen Labskaus, Gulasch en Bœuf Stroganoff werden gezamenlijk uit de plaat gehaald. Uitbesteed en gedrukt op een nieuwe ondergrond, vormen ze een menu dat geserveerd wordt in een onnatuurlijke commerciële taal, om verkooppraatjes te houden in aanlokkelijk groteske toonaarden.

      Een verchroomd logo dat 90 graden gekanteld is, verandert in een mond, maar dit medium consumeert niet—het ontlast. Het spuwt al het zweet en al de wijn, motorolie, en sigarettenas uit die men uit een berg in sweatshops gefabriceerde T-shirts zou kunnen wringen—een ectoplasmische articulatie van een adagium dat vaak verkeerd geïnterpreteerd wordt:

      “Alleen dat wat breekt, kan echt mooi zijn.”

      Objectif Exhibitions stelt u met veel plezier Männer und Moral voor—een solotentoonstelling van Simon Dybbroe Møller—op de gelijkvloers én in onze kantoor- en kelderruimtes. Een openingsreceptie zal plaatsvinden van 18u00 tot 20u00 op zaterdag 23 maart en de tentoonstelling kan bezichtigd worden tot 4 mei 2013.

      Simon Dybbroe Møller (°1976 Aarhus, Denemarken; woont in Berlijn) studeerde van 1999 tot 2001 aan de Kunstakademie Dusseldorf en tot 2005 aan de Städelschule voor beeldende kunst in Frankfurt. Dybbroe Møller toonde zijn werk al in solotentoonstellingen bij o.a. Andersen’s Contemporary, Kopenhagen (2013); Hyundai Gallery, Seoul (2012); UMMA Projects, Ann Arbor, Michigan (2010) en Frankfurter Kunstverein, Frankfurt / Main (2009). Zijn werk werd gepresenteerd in groepstentoonstellingen in het Museum for Contemporary Art in Detroit (MOCAD, 2013); Zamek Castle, Posnan (2012); Centre Pompidou, Parijs (2011); Extra City, Antwerpen (2011); Museum Ludwig, Keulen (2010), alsook in verscheidene biënnales waaronder de zesde Nordic Biënnale voor hedendaagse kunst, Moss, Noorwegen (2011) en de Turijnse Triënnale in Italië (2008).


    • 21 maart 2013 Extra Academy #13

      Aangezien Extra City Kunsthal momenteel renovaties ondergaat, gaf Objectif Exhibitions onderdak aan Extra Academy #13, met Marianne Flotron als gastspreker.

      Extra Academy is een spontane alliantie tussen Extra City en de twee kunstscholen van de stad, de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en Sint Lucas Antwerpen. Het ontvouwt zich in samenwerking met een netwerk van genodigden en studenten.


    • 9 maart 2013 Six Books, Behave Like an Audience

      Brussel, 28 februari 2013

      Beste vrienden,

      Graag wil ik jullie uitnodigen voor wat ik ons laatste drankje zal noemen… Als eindproject voor Objectif vroeg ik zeven kunstenaars die in het kader van mijn programmatie tentoonstelden om elk een songtekst te schrijven met in het achterhoofd late avondconversaties met vrienden. De kunstenaars waren enthousiast en niet veel later bereikten me de teksten voor zeven songs, waarna ik drie kunstenaars vroeg om deze in samenwerking te componeren, op te nemen en op te voeren. Het resultaat is zowel een nieuwe band genaamd Concert met daarin Chris Evans (UK), Morten Norbye Halvorsen (NO) en Benjamin Seror (FR) en een plaat getiteld “Behave Like an Audience”. De plaat is klaar en zal voorgesteld worden bij Objectif Exhibitions op zaterdag 9 maart om 18u, gevolgd door een live performance van Concert om 21u bij Homey’s (St. Paulusplaats 24, Antwerpen), een café en occasioneel poppodium.

      We grijpen deze voorstelling ook aan om wat meer vertellen over enkele van Objectifs publicaties. Gedurende mijn laatste twee jaar bij Objectif (2010-2012) produceerden we een aantal publicaties, waaronder twee kunstenaarsboeken, boeken met interviews met de kunstenaars die we toonden, een monografie, en wat curatorieel onderzoek. De meeste van deze publicaties werden gemaakt in samenwerking met andere ruimtes en werden uitgegeven door onze partner Sternberg Press. De boeken en de plaat zijn die avond te koop. We hopen dat u erbij bent voor de launch en het eerste optreden van Concert!

      Met vriendelijke groet,
      Mai Abu ElDahab

      Bekijk VINYL
      Bekijk BOEKENLIJST

      Met dank aan Wiels Centrum voor Hedendaagse Kunst (Brussel) en Nadine vzw (Brussel) en bijzondere dank aan Win Van den Abbeele voor zijn eindeloze vrijgevigheid.


    • 8 maart 2013 Language is not transparent

      Deze week hebben kunstenaars Pitteloud & Van den Bosch in Objectif Exhibitions de masterclass Language is not transparent geleid met MA studenten van St. Lucas Hogeschool voor Beeldende Kunst en Design en de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Antwerpen. Na een private rondleiding in de lopende tentoonstellingen bij Objectif Exhibitions en verschillende dagen van intensieve presentaties en discussies, heeft elk van de elf MA studenten projecten gecreëerd die gerelateerd zijn aan, of enkel bestaan uit taal.

      U bent van harte welkom op vrijdag 8 maart, van 18.00u-20.30u, voor de eindpresentatie van deze masterclass. Language is not transparent zal plaatsvinden als een tweëenhalf uur durende tentoonstelling in de kelderruimte van Objectif Exhibitions, met nieuw werk van Roxanne Bauwens, Joachim Beens, Rens Cools, Jonathan Huygens, Elise Jansegers, Katinka de Jonge, Kaat Meylemans, Heiderose Mohr, Ayu Peeters, Claudia G. Sosa, Maija Tuohino.


    • 26 februari 2013 Adam Kleinman

      Er is een adagium dat de ronde doet in Amerikaanse militaire scholen, dat stelt dat amateurs spreken over strategie, terwijl professionelen het over logistiek hebben. Meer dan door woorden van wijsheid voor het winnen van een oorlog, wordt de economie—een oorlog met andere middelen, misschien—evenzeer gewonnen of verloren door de implementatie en controle van beheerssystemen. Denk maar aan de KPI, of Key Performance Indicators—arbitraire en vaak niet-vrijgegeven datasets gebruikt om te bepalen hoe goed iemand het doet in zijn of haar job; ga je in tegen deze vaak verborgen criteria, dan bestaat de mogelijkheid dat je jezelf terugvindt aan de verkeerde zijde van de onderhandelingstafel, of erger.

      Discussieer met ons, op 26 februari om 19u, over hoe uiteenlopende esoterische marktkwantificaties opgezet worden, en met welk doel—of het nu gaat over hoe Six Sigma gebruikt wordt om efficiëntie te verhogen en hiërarchie te versterken in grote corporaties, of waarom, onder de stelregel van de bonustheorie, bazen buitensporig gecompenseerd moeten worden, terwijl ze niet geacht worden echt werk te verrichten of veel verantwoordelijkheid op te nemen. Bij wat één van de meest groteske voorbeelden hiervan is, zal de discussie even halt houden in een periode uit de ‘go-go’ jaren negentig, toen een groep Nobelprijswinnaars dacht dat ze de toekomst kon voorspellen door een complex prijzenmodel te combineren met een vorm van obscure berekeningen die oorspronkelijk bedoeld was om de trajecten van ballistische raketten na te trekken. Om Stalin te parafraseren: kwantiteit kan een geheel eigen kwaliteit bezitten; echter, kwantificatie lijkt vandaag de enige kwalificatie voor waarde te zijn.

      Adam Kleinman (New York City) is samensteller van Witte de Withs komende online magazine sinds eind 2012. Hij is schrijver en curator en voormalig verantwoordelijke voor het publieke programma van dOCUMENTA (13). Kleinman was curator bij Lower Manhattan Cultural Council, waar hij het interpretatieve menswetenschappelijke programma “Access Restricted” uitbouwde. Kleinman ontwikkelde ook LentSpace, een cultureel centrum en tuinontwerp door Interior Partners, dat een nieuwe functie gaf aan een volledig, leegstaand huizenblok in Manhattan. Daar cureerde Kleinman “Avenue of the Americas” (2010) en “Points and Lines” (2009). Kleinman levert regelmatig bijdragen aan tentoonstellingscatalogi en tijdschriften waaronder Agenda, Artforum, e-flux journal, Mousse en Texte zur Kunst.

      Deze lezing werd georganiseerd als uitzending binnen Agnieszka Kurants solotentoonstelling 88.7 (26 januari—9 maart 2013).


    • 22 februari 2013 Aaron Schuster Levitation

      Om 17u, bij koffie en rond een zwevende meteoriet, sprak Aaron Schuster over levitatie.

      Aaron Schuster is schrijver en filosoof. Hij behaalde zijn bachelordiploma aan Amherst College, Massachusetts (VS), met een specialisatie in juridische theorie, en een masterdiploma en doctoraat in de filosofie aan de KULeuven (BE). Hij is momenteel een hoofddocent in de afdeling Beeldende Kunst aan het Sandberg Instituut, Amsterdam, en beursstudent aan het Institute for Cultural Inquiry in Berlijn. Hij doceerde aan PARTS in Brussel en werkte als onderzoeker binnen de afdeling Theorie van de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Hij publiceerde en gaf lezingen rond psychoanalyse, continentale filosofie en hedendaagse kunst, en heeft regelmatig bijdragen in tijdschriften als Cabinet, Frieze en Metropolis M.

      Deze presentatie werd georganiseerd als uitzending binnen Agnieszka Kurants solotentoonstelling 88.7 (26 januari—29 maart 2013).


    • 31 januari 2013 Nocturne

      31—1—13

      AGNIESZKA KURANT

      88.7
      26 januari—9 maart, 2013

      FRANK CHU
      Jretdrostrenikal Exhibitions
      27 oktober, 2012—

      Dexter Sinister, Watch Wyoscan 0.5 Hz
      22 september, 2012—30 maart, 2013

      NINA BEIER
      Four Stomachs
      21 april, 2012—1 januari, 2016

      FRANCE FICTION
      Cabinet d’ignorance
      21 april, 2012—30 maart, 2013


    • 29 januari 2013 Polyphonic Poltergeists

      Van 12u tot 19u, op 29 januari, leidde Agnieszka Kurant een workshop met kunstenaars van het Piet Zwart Institute in Rotterdam en Sandberg Instituut in Amsterdam. Kurant gaf eerst een rondleiding door haar solotentoonstelling 88.7, gevolgd door een discussie tijdens de lunch. Daarna daalden we af naar de kelder, waar Kurant uitvoerig inging op de centrale ideeën in haar werk en ze de resultaten presenteerde van onderzoek dat ze deed in Antwerpen, Brussel en Gent naar ruchtmakende of onvoltooide ‘fantoomwerken’ door Marcel Broodthaers. Nadien presenteerde elk van de kunstenaars van beide instituten anekdotes, ideeën of woordelijke uiteenzettingen over hun eigen werk, die bediscussieerd werden in groep, via de ideeën die door Kurant werden geïntroduceerd. Tijdens de dag viel de term ‘polyfonische klopgeesten’—dit werd vervolgens de titel voor de workshop. De dag werd afgesloten met drankjes.


    • 26 januari—9 maart 2013 Agnieszka Kurant 88.7

      Onzichtbare krachten zijn er in overvloed. Agnieszka Kurant speurt hen op via de leesbare effecten die ze veroorzaken – politiek, sociaal, economisch, psychologisch, enzovoort, met hun diverse hyphenaties. Het is een bijzondere lijn, die zich op duister terrein begeeft. Spoken en speculatie, paranormale fenomenen, taal, immaterialiteit, feit/fictie en andere lichtvoetige dichotomieën, zwarte markten, zwarte dozen, onbekende onbekenden, collectieve intelligentie, de onontwarbare verstrengeling van verleden, heden en toekomst, plus overwicht, diefstal, copyright en intersubjectieve handelingsbekwaamheid.

      Ze is op weg naar Antwerpen, op de uitkijk voor conceptuele kunstvervalsingen en onvoltooid werk, en ze brengt een leviterende meteoriet en een radiostation met zich mee. Objectif Exhibitions zal een reeks stiltes uitzenden—dramatische pauzes geselecteerd uit politieke toespraken sinds het ontstaan van de stemopname. Chronologisch gesplitst, wordt het ‘geluid’ van deze voorgeschreven manipulatieve affecties doorgegeven via radiogolven van magnetische spoelband. Zullen hun spookachtige kwaliteiten versterkt even bezeten klinken als de afwezige woorden die door deze stiltes werden benadrukt? Wie bezit deze stiltes?

      Andere fantomen zullen bezit nemen van de uitzending. Meer dan een paar honderd fictieve boeken bezetten de pagina’s van eigenlijke fictieboeken, en Kurant geeft hen langzaamaan drie dimensies en hun eigen ISBN-nummer. En door enkele krantenredacteuren te vragen de toekomst neer te schrijven zoals voorspeld door een professionele helderziende, geeft Kurant ons de mogelijkheid de New York Times in 2020 te lezen. Tenminste zolang het onder 26 graden blijft—wordt het iets warmer, dan verdwijnt de toekomst. Kurants wereldkaarten tonen dan weer eilanden die nooit bestonden. Maar toch bestaan ze. Sommigen waren voorbedachte brouwsels—de uitvindingen van slimme verkenners die toekomstige ontdekkingstochten trachtten te schragen. In andere gevallen waren deze spookeilanden simpelweg verschijningen die de werkelijkheid binnentreedden door als werkelijkheid te verschijnen. Territoriaal conflict, oorlog, belangrijke economische transacties, of de wereld fictionaliseren door een cartografische fout te inkten in haar representatie—de gevolgen van deze afwijkende eilanden tonen de materiële inzet van schijnbaar immateriële fenomenen.

      Agnieszka Kurant (°1978, Łódź, PL; leeft en werkt in New York) vertegenwoordigde Polen op de Biënnale van Venetië in 2010 (in samenwerking met architecte Aleksandra Wasilkowska). Haar werk werd getoond in solo- en groepstentoonstellingen bij o.a. CoCA, Torun, PL (2012), Witte de With, Rotterdam, NL (2011), Performa Biennial, New York (2009), Athene Biënnale (2009), Frieze Projects, Londen (2008), Moskou Biënnale (2007), Tate Modern, Londen (2006), Mamco, Genève (2006) en Palais de Tokyo, Parijs (2004). Kurant had residenties bij Location One, New York (2011-2012), Paul Klee Center (Sommerakademie), Bern, SU (2009) en ISCP, New York (2005). In 2009 stond ze op de shortlist voor de International Henkel Art Award (MUMOK, Wenen, AU). Sternberg Press publiceerde Kurants monografie Unknown Unknown in 2008.


    • 23 december 2012—4 januari 2013 Winter

      Objectif Exhibitions is open tot en met 22 december 2012. Dan zullen we kort sluiten voor de feestdagen en heropenen we op 5 januari 2013, met Voltaire’s Armpit van João Maria Gusmão en Pedro Paiva, opnieuw te zien tot 12 januari 2013.


  • 2012


    • 23 december 2012—4 januari 2013 Winter

      Objectif Exhibitions is open tot en met 22 december 2012. Dan zullen we kort sluiten voor de feestdagen en heropenen we op 5 januari 2013, met Voltaire’s Armpit van João Maria Gusmão en Pedro Paiva, opnieuw te zien tot 12 januari 2013.


    • 6 december 2012 Nocturne

      JOÃO MARIA GUSMÃO & PEDRO PAIVA
      Voltaire’s Armpit
      17 november 2012—12 januari 2013

      FRANK CHU
      Jretdrostrenikal Exhibitions
      27 October, 2012—

      Dexter Sinister, Watch Wyoscan 0.5 Hz
      22 september 2012—30 maart 2013

      NINA BEIER
      Four Stomachs
      21 april 2012—1 januari 2016

      FRANCE FICTION
      Cabinet d’ignorance
      21 april 2012—30 maart 2013


    • 25 november 2012 9535 words on 2012

      * Gezien de uitzonderlijke lengte zal dit interview geleidelijk aan vertaald worden.

      9535 words on 2012:
      Chris Fitzpatrick in conversation with Post Brothers

      Post Brothers: This year you joined Objectif Exhibitions as its new director, and I’m intrigued by how you’ve reorganized the institution’s programming into a succession of overlapping solo exhibitions. Each seems to exist within its own temporal scale, but collides with others at different points along the way, so time seems to be a core element in your programme. Since at least 2008, you’ve been exploring the temporality of exhibitions through quirky maneuvers as an independent curator, but for your tenure at Objectif, did you start with the intention to temporally distort the existing conventional structures of arts institutions?

      Chris Fitzpatrick: Simply having “tenure,” as you say, was a big shift. When I was working independently before, I travelled on a project-to-project basis to organize exhibitions from one context to another. That’s a different sort of continuum. Now I live in the same city where I work, and I’m contracted here in Antwerp for four years. To their credit, the board doesn’t renew the director’s contract, so this specific length of time became a starting point for thinking about what the programme would be, how it would be structured and could operate, and which artistic practices would inflect the programme and, in a larger sense, the situation here in Antwerp.

      PB: How long has Objectif Exhibitions been around?

      CF: Since 1999. Philippe Pirotte, Win Van den Abbeele, and Patrick Van Rossum founded the organization when the Flemish subventions became available for the visual arts. Philippe was the first director, and the three of them made a lot of solo and group exhibitions, editions, and publications. When Philippe went to Switzerland to work as the director of Kusthalle Bern, Win became the second director of Objectif Exhibitions. Then, in 2007, they hired Mai Abu ElDahab, who moved it to this current location. She focused the programme largely on production-based solo exhibitions, with discursive events, performances, publications, Circular Facts. It all makes for a great lineage to join.

      PB: You were hired in November, restructured, and then reopened in April, which was very quick. What were those first months like?

      CF: Fun and frantic. I pretty much created the programme in hotels, bars, and on flights. It’s good to be out of time.

      PB: What’s the first thing you did at Objectif?

      CF: We exhibited ourselves to our neighbors by throwing a party for all of the residents living above us in our building.

      PB: Do your neighbors come by regularly?

      CF: Some, but one family and their pet rabbit Luka have gotten involved in various ways. So the new programme started right here, above our heads, in our own building, and we’ve worked outwards. Win is the president of our board and, for several months, I think he and I went out almost every night in Antwerp. I wanted to see everything and meet everyone I could—artists like Luc Tuymans or Guillaume Bijl, galleries like Office Baroque, Micheline Szwajcer, van der Mieden, which later moved to Brussels, Stella Lohaus Gallery, which has since closed, plus Marc Ruyters at H/ART, institutions like M HKA, Extra City, LLS, NICC, underground spaces like Gunther, bars like Witzli Poetzli, Scheld’apen, Ra’s kitchen and shop, and so on. Early on, Mai introduced me to Etienne and Margot at Etablissement d’en Face—a really important space in Brussels—and that’s where I finally met Jos de Gruyter and Harald Thys. Of course Win and I also went to Gent, Leuven, and other places so I could learn more about what’s going on in Belgium.

      PB: Do you think your plans made sense to people then—the different durations?

      CF: At first I had a few people ask me if we’d made a mistake with the dates of Nina’s four-year exhibition, but by now I think it makes sense. Time also led to space, because everything we’re doing is grounded in an interest in presenting exhibitions at differing physical scales, and in seeing how they could cohabit Objectif Exhibitions. But although the lengths have varied widely, most of our exhibitions lasted six-weeks. It seemed important to begin with at least some regularity and familiarity. In 2013, the ground floor and basement spaces will also host a few exhibitions of different durations and at some point we’ll probably abandon any pre-set duration whatsoever.

      PB: Why didn’t you move Objectif to a new location again?

      CF: I didn’t think this was an economy to expand in, but quite frankly I really like our space. I just followed its architecture and carved up our premises into zones in order to determine what types of exhibitions we could accommodate, and how to arrange them—temporally and spatially.

      PB: The office, the basement, the windows of your neighbors in the shared courtyard, the ground floor—

      CF: In some cases the artists have dictated these decisions, while others stemmed from an interest in expanding without getting any bigger.

      PB: How so?

      CF: By using all available space. By thinking of all space as available. We didn’t fix up our decrepit basement. We just cleared it out, closed off our storage and wood shop with something between a door and a wall, and now we regularly programme the basement as its own exhibition space, with its own obstacles and advantages, but we still treat it the same as all of the other spaces—without hierarchy.

      PB: There’s no primary space and no primary programme.

      CF: Well, a white rectangle is no better than a basement.

      PB: They’re different.

      CF: It often feels like spaces have a main programme plus a supplementary parallel programme, which feels really supplementary; instead, we try and present everything at the same level, or at the level most appropriate to the exhibition or to the practice being exhibited. But to go back to your question about time from another, simpler angle, if every exhibition lasts the same length of time then doesn’t that assume that all artists produce the same type of work, and have the same needs? We’re obviously not the first to experiment with scale, duration, or mediation, but the reason durations are such a central focal point here is that I don’t think of exhibitions as fixed periods of time for presenting finished work. They can be engines. They can be extensions of the practices exhibited. Those practices can be enunciated, so to speak, in the artist’s own dialect.

      PB: And the “exhibition” becomes only an event within a broader duration.

      CF: A duration from before, which outlasts its time at Objectif Exhibitions, but which can’t be separated from its time with us once it passes us.

      PB: The watch, for example.

      CF: We’re exhibiting Dexter Sinister, Watch Wyoscan 0.5 Hz for six months, but it will live other lives afterwards, and it has been living others since September. And they’re exponential. In 2013, it will appear on Anthony Elms’ wrist, as he goes in and out of the Institute for Contemporary Arts in Philadelphia, as part of White Petals Surround Your Yellow Heart. It’s an exhibition Anthony organized separately from ours, but I like that our exhibitions will overlap in different time zones.

      PB: The watch is an open edition, right?

      CF: Yes, which allows it to be doubled, tripled, more—in various contexts, time zones. We supported its production this year with Halmos in New York, which is Erik Wysocan’s imprint, and with Yale Union in Portland, Oregon, which is definitely one of the most interesting places in the US. I think we’ll see the watch continue to diffuse further and further from the art context that helped bring it into being. Sometimes it will come back, and sometimes it will oscillate between commercial and creative economies. Wysocan and Dexter Sinister are not turning huge profits. And we’re not turning any. That’s not what this “product” is about.

      PB: It reminds me of Henri Bergson’s notions of duration—a subjective notion of space-time where the experience and registration of time is not limited to the broken movements of hands on a clock. This watch seems to be the perfect version of this.

      CF: Well, I’ve always liked how even a stopped clock is right twice a day, though this doesn’t pertain to a reverse-engineered digital Casio with a 24-hour display—repeatedly scrolling, as it does, from left to right, and with one line segment out of the seven segments comprising each digit appearing at a time. You can tune it to your own circadian scroll. It becomes functional.

      PB: You’re exhibiting a timekeeper that is always in the process of becoming and arriving. It is always in between times.

      CF: Exactly, the time that starts on the left is never the time that makes it to the right.

      PB: You mentioned scale earlier, and I wonder if time was also on your mind because Objectif is a relatively small organization?

      CF: Yes, time is always an issue, like money, but here it’s generally ticking in a positive way. Everyone wears various hats. It’s fluid. I couldn’t do all of this alone, but a small team is not a handicap. We can act quickly and responsively.

      PB: No need to waste time drafting memos when they’d only be going six feet from your desk.

      CF: There’s very little fossilization here, that’s absolutely true. Take Nina Beier’s exhibition Four Stomachs, for another angle. It extends for four years, but still there’s a sense of urgency. It’s always changing. In some cases, Nina decides something should move and we make that happen, or the reverse. In other cases, a new neighbor decides to get involved and we add another bust to the population above. In 2013, Nina’s whole project will change.

      PB: How?

      CF: Nope, not yet. Come back in March next year.

      PB: Okay, so the timing is neither a contrived plan, nor something haphazard, but always dependent on a variety of conditions that are changing.

      CF: The various chains of events are interesting, too. When I invited you to write a letter to Nina’s exhibition, we knew I would read it aloud in the courtyard while the rabbits ran through Will Rogan’s exhibition.

      PB: This was during An Evening Inside Four Exhibitions.

      CF: Right, but back then I couldn’t have known that Annual Magazine would later ask Nina for a text and that she would submit your letter as a bloated caption for images documenting a different body of work. You’ll eventually see that she was using it as a sort of cross-fade between the first and second “stomachs” in her ongoing exhibition. Even if it’s only in hindsight, these types of distribution, confusions, mirroring, or splitting roads into sinuous forks—they accumulate, and they’re meaningful, planned or not.

      PB: They show the productive qualities of an exhibition.

      CF: Yes. Laura Kaminskaite’s Exhibition opened unannounced on our windowsill, to give another example. It was able to exist in peripheral vision for a period—available as anything else, but unclear what it was exactly. I would say it was an exhibition, and a preternatural “conversation” between objects. The flowers—those garish drip-fed RGB rainbow roses—came from different distributors in Amsterdam and were repeatedly replaced over the course of the exhibition. It was a real chameleon.

      PB: A series of stand-ins.

      CF: But of course the single living flower, the mouth-blown glass vase, the sugar cube, and the whole setting appeared differently once it was announced as an exhibition versus when it existed hidden in plain view.

      PB: You celebrated her exhibition’s closing as an opening or reversed vernissage.

      CF: And, with it, we released a text. So things shift between choreographed or improvised, or sometimes it’s both simultaneously.

      PB: You said “hidden in plain view” a minute ago, and that seems to be an important part of what you are doing. Chosil Kil’s exhibition, You owe me big time, also extends subtly through your space—underfoot and over time. You could walk right over it when, in fact, not only was the floor resurfaced as a permanent work—or at least one that will exist until the next director remodels or moves the organization—but also a tile from another part of the floor was replaced with another work, which will likely also last long beyond the normal parameters of the show itself.

      CF: Chosil grouted that new tile you’re referring to into the basement floor, that’s true. But this object, which she calls Osmosis, was actually removed after her show closed. She camped overnight inside Objectif Exhibitions in July with Peter Meanwell and Francesco Pedraglio, and then she took the original loose tile she found down there with her from Antwerp to Gwangju. She convinced a traditional Ceramist house to replicate it in yellow clay, rotten leaves, and tree ash. They were confused because they make exquisite pottery, not tiles, so Chosil had to go through several ritual tea ceremonies to get them to agree. After her exhibition, she asked that we put the original back where she found it in our basement, but now the original has been permanently fixed in place and Osmosis is nowhere to be found.

      PB: So the duplicated, swapped tile became a sort of bracket for the exhibition—a marker for when the show was “on” and “off”—while the floor upstairs became the lasting trace that supports and influences other works by other artists long into the future?

      CF: It’s Chosil’s ground floor now. You owe me big time is a stage on which everything else will take place, but always with varying degrees of visibility. And concrete is a strange substance; it reveals things it hid before at will.

      PB: Like what?

      CF: Imprints of the wood beams that supported the plaster for our walls, for example, that didn’t recede and weren’t visible. We surmised that they were stored mnemonically in the concrete. After the floor was refinished, they were visible.

      PB: The watch is also “hidden in plain sight”. It’s an exhibition that doesn’t exist in the space at Objectif, at least not all the time, but instead resides on your wrist. How does this bring Objectif’s influence beyond its doors? How does it insert its augmented temporality into other situations?

      CF: Well, I think you said it. I exhibit Dexter Sinister, Watch Wyoscan 0.5 Hz wherever I go, at Objectif Exhibitions and in other situations. I show it to people. We talk about it. A related advertisement also circulates through magazines, but it doesn’t advertise the exhibition. It advertises the object and the ideas that fuel the object. We took out a full page in Mousse, for example, and in the perfect issue, as there were a few articles about time, including an interview about the 10,000-year Clock of the Long Now.

      PB: The magazine can be thought of as a parallel mobile exhibition itself and a complicit extension of your exhibition at Objectif. Circulating the ad inserts the idea of the watch and the exhibition into an unpredictable and widely distributed discursive programme—the magazine itself with all of its other contents.

      CF: That’s a nice way to think about it, but it’s not exactly parallel. The watch itself and the advertisement of the watch are inextricable. Also, this year the watch went with me to Estonia, Vancouver, the U.S., and other places—crossing various time zones to be exhibited in other places and even in other exhibitions, including the San Francisco Pavilion in the 9th Shanghai Biennale.

      PB: It wasn’t listed as part of your pavilion though. The artists, groups, and figures you included are based in San Francisco, which makes the watch’s presence in the biennale a parasitic inhabitation. You burrowed one of your exhibitions within another one of your exhibitions.

      CF: The watch is also sold through Halmos online, through Project No. 8 and the New Museum in New York, Stand Up Comedy in Portland, and Ooga Booga in Los Angeles. And it’s available at Ra in Antwerp. Aaron Flint Jamison and Robert Snowden suggested that once Frank Ocean wears the watch, the line should be discontinued—”game over”.

      PB: The ads add another form of temporality and implicit discursive positioning, while the commercial dispersal of the objects is yet another way of infecting time, but Frank Ocean? The goal is influence in a sense, a kind of notoriety?

      CF: That’s how the commercial world works, we think. Snowden says Frank Ocean still has his copy of Dennis Rodman’s memoir, Bad As I Wanna Be, so it’s possible. Probably the biggest challenge would be competing with Ocean’s Rolex. In any case, I think the impetus comes from wanting to see what happens when art leaves art.

      PB: It reminds me of French revolutionaries firing at the clocks to resist the tyranny of time—the abstraction of time becomes even more abstracted here.

      CF: I’d like to see someone try firing shots at a cesium atom. This watch feels more like “time” than any normal watch I’ve seen—even one with analog, rotating hands. Angie Keefer came to Antwerp wearing one for a site visit in preparation for her exhibition here next year in 2013. Her watch had an orange light. Mine’s green. Our waiter had on the same watch, but it was a normal Casio. Seeing them all together, his looked like it was frozen, or wrong somehow.

      PB: It’s almost a Futurist, or at least highly energetic, portrayal of time.

      CF: Well, the time might scroll quickly and incessantly, but this makes reading it a slower affair than the Futurists might have enjoyed. Plus a Casio is a fairly archaic device. In the ad, and in the tiny offset booklet that comes with the watch, Dexter Sinister remind us that time is “both point AND duration”.

      PB: —which seems exactly what your procession of exhibitions seems to indicate. Again, what I appreciate is that this playfulness with time disrupts the conventions of art exhibitions and institutional programming. There are temporary events, month-long shows, multi-month-long shows, seasonal festivals, Münster every ten years, Kassel every five, Venice every two, but on the whole there’s very little temporal experimentation.

      CF: I see what you mean, but of course there’s been tons of experimentation and there are others like Yale Union, Artist’s Institute, CAC Bretigny, and so on. I think the unfortunate problem is that, despite whatever experimentation, the conventions ultimately haven’t really changed as a result. In the coming years we’ll push this aspect of the programme even further, and we’re not alone in this by any means, but honestly, what we’re doing at Objectif Exhibitions should just be normal. It’s simple enough. Why hang a watch on a wall as a fetish? Or why put a flower on a pedestal? Why exhibit everything for the same length of time? Put the watch on a wrist, the flower on a windowsill, and give them enough time to do what they do. If it sounds conservative for the display to follow the utility, I don’t care, because it’s what best suits the work.

      PB: Your wrist points back to your thinking about the spaces you have at your disposal, and about identifying certain forms of activity within different contexts within and outside of the spaces. Nina asked you to arrange for your neighbors to provide the windows in their private residences as a site for her exhibition. You’ve made your office—typically a site of administration, production, and discourse—into a silent site of display.

      CF: Right, with Cabinet d’ignorance, France Fiction has a one-year exhibition in our office. It takes place within a vitrine transplanted from their former space in Paris, which they curated collectively, and which was also called France Fiction. They were interested in the history of the cabinet d’ignorance—these crypto-museological containers for objects of unknown origins or functions. We adopted their cabinet, and gave them full curatorial autonomy. They first concealed its contents with an embroidered black veil when we reopened in April with the new programme. There has since been a rather performative unveiling, followed by two rotations of objects within the cabinet and, just recently, another performance in which they cut the veil into fragments and then wrapped the objects on display with the fabric. The exhibition is extremely hermetic and obscure, but perhaps it’s slowly explaining itself in its own language—a frustrating container for aliens of unknown utility.

      PB: The objects are revealed and obfuscated simultaneously by the forms of display containing them—

      CF: The displayed objects and the means of their display are dissolved, that’s true, and this obfuscation is also extended through mediation or, in this case, the lack of mediation. What can I say about what I don’t know? That’s a question here.

      PB: Finding unknown knowns.

      CF: Giving tours, I’ve stood in front of the cabinet and openly speculated.

      PB: You mentioned mediation. And I’ve read that you present exhibitions with differing “billing”.

      CF: Amplitude. Laura’s show opened unannounced. We have an exhibition I can’t tell anyone about until 2016. We’ve presented some things privately, while certain activities were announced after they were already over, and other things were sent out as widely as possible via newsletter to our audiences and to the press, as well as through advertisements in publications like Mousse and De Witte Raaf. João Maria Gusmão and Pedro Paiva asked me to write a longer text about each of the ten films in their exhibition, while they produced an even longer text to offer a companion to the ideas, theories, phenomena, and anecdotes they were thinking through with the films. Neither text is a direct translation of the exhibition. I have regular discussions with our designer Goda Budvytytè about how to deal with the shifting levels of information and needs of the artists.

      PB: So each project informs the way it is disseminated, advertised, contextualized—even if that is nothing at all.

      CF: Right, as tough as that is, even if that is nothing at all.

      PB: This interest in mediation extends to the content of your shows in general, and your avoidance of a typical discursive programme in your first year.

      CF: The exhibitions were a discussion.

      PB: And like I said before, there seems to be a complex look into forms of hiding and delivering knowledge—and generally through presentations that are sometimes so spare they seem to be economical critiques of supersized spectacle. You also had two simultaneous shows that operated as a sort of dialectic.

      CF: You mean What Remains and Halation?

      PB: Exactly. Anthony Discenza’s exhibition, What Remains, had no objects except speakers and seating cushions. The sound piece was a cut and pasted procession of contextualizing material, as if the voice was describing a hidden visual situation, elevating secondary information as the primary site for information. So he had this exchange of senses, where language supplemented an unknown or missing experience. Conversely, Anna Franceschini’s exhibition, Halation, was only the primary sensory material—pure image and affect being delivered. Here you have pure affect and detached language presented separately, but simultaneously.

      CF: Split by a floor, but true. With What Remains, Anthony collated textual descriptions of visual events into a manuscript, which was then read aloud by a professional voiceover actor. Anthony’s transition from one description to another hinged on the recurrence of the words “what remains,” which are really written way too often. Listening, a mind could suspend the impossibility of these incongruous descriptions being contiguous. They blended. The recorded voice could be followed and, if followed closely, a mind would construct a visual experience out of all of the audible descriptive imagery. Downstairs, in the dark, Anna’s show was very visual—gritty, but visual—save the sound of the projectors. Afterwards, we sent Anna’s exhibition to Auckland, New Zealand, where it went on display at St. Paul Street. It had a very different character in their austere space, versus our raw basement. The mental process of construction was similar to that of What Remains, but Anna and Anthony employed different forms. The exchange of senses you mentioned was certainly at play, and both were somehow complimentary and confrontational.

      PB: Both were attempts to glean knowledge from excesses of information, or in spite of little information.

      CF: Overlooked things—a writing tick, night labor. Anna honed in on these magnificent sights that we don’t necessarily register as such, whereas Anthony offered the conditions for something magnificent to come from all of this banal blather that gets written in and out of art. Similarly, what happens when Triin Tamm’s thoughts around exhaustion and withdrawal, surrogacy and collective production, or containers and generators, are put into proximity with Will Rogan’s protracted inquiry, handwork, magicians and agency, failure and comedy? There’s always something playing out between the exhibitions, whether it’s articulated or not.

      PB: And yet they don’t depend upon that contextualization.

      CF: They’re solo exhibitions.

      PB: Certainly Will Rogan was interested in hiding and revealing as well in Curtain.

      CF: Collages, lightboxes, video, mobiles—I liked that a fifty percent redaction makes a trick more visible somehow, or that a lightbox could push a page’s recto through its verso and amplify the abstraction that already exists on the opposing sides of a catalogue page. His looping video, Time Machine (Destroyer), is a technological anachronism, and a perceptual tool pushed to new functions—infinitely. The rabbits loved it.

      PB: What interested me most about the dialectic between Discenza and Franceschini is that, while your positioning forced a specific form of internal cognition, both exhibitions catalyzed this process by giving only parts, so as to force a conceptualization. They also seemed to elicit a cinematic notion of time—a piecing together of elements to form a narrative—and that was true for Rogan’s exhibition as well.

      CF: There’s something really intriguing to me about Rogan sitting there erasing those magicians from so many magazines, by hand, over and over and over, for so many years—the intensity of that focus. Animating.

      PB: It’s kind of like closing and opening the shutter to find the blind spots in our vision that resist sight yet allow sight to happen. You don’t just see the work, but you see the seeing of the work.

      CF: Right, or as you’ve said before, “those islands of lost acuity that allow sight to be seen”.

      PB: Gusmão and Paiva certainly achieve this. Let’s go back to pointing, or to seeing the exhibition or the object as a marker—a demarcation of a zone or period where activities, ideas or objects converge. Of course this depends on the secondary information you develop with the artists to contextualize, identify, and disperse the works. Franceschini’s and Discenza’s exhibitions operated as pointers, and Gusmão and Paiva also seem to be pointing to a whole host of issues—philosophical, psychological, technological, biological, cinematographic, and so on.

      CF: Gusmão and Paiva had me reaching for books I haven’t read in years, and for others I’ve never read. Their references are wide and their work is as deep as you can swim. Yet there’s something so material and immediate in their imagery that I could imagine your great-grandmother walking away from their exhibition viewing the world all over again for the first time.

      PB: Cataracts and all?

      CF: Especially.

      PB: But where pointing is normally tied to the fingers, Gusmão and Paiva are in a way celebrating the armpit as the core of identification—not only of a certain human exceptionalism, but also as a kind of base fulcrum that is the “in between” of cause and effect.

      CF: An axis, not an axiom.

      PB: And spooling along that axis, the films seem to contain their own armpits—zones where parts fold, converge, and disperse. But the camera itself seems to also function as a prosthetic arm, extending the body in time and space. Where is the armpit as you see it?

      CF: Generally, the armpit goes unseen. When that’s not the case, hair also has something to do with it.

      PB: The chimps in your basement have hair everywhere.

      CF: Almost.

      PB: So hair, defaced heads, a comedy mask, four stomachs, and an armpit—are there any other body parts that have appeared or will appear? Is this just a coincidence or are you building a piecemeal body à la Frankenstein’s monster for the space?

      CF: Voltron.

      PB: But it’s less metallic. Plus there was a hand, a foot, horns, and some snouts in Franceschini’s 16-millimeter film. If this programmatic body gains sentience, could Objectif become Subjectif, à la Pinocchio? Can Objectif/Subjectif revolt against its master/director and direct itself?

      CF: As exciting as it would be to see the programme go self-aware and stage a mutiny, the truth is that we’re already watering those seeds. We’ve been around since 1999, so we’re sticking with the name Objectif Exhibitions, but I once saw “JRETDROSTRENIKAL EXHIBITIONS” on one of Frank Chu’s serial protest signs. Plus Adam Kleinman put forward the idea of making a temporary “Roast Beef Exhibitions” recently and, at a certain point, Rosalind Nashashibi suggested “Absorbif” as an alternative, so things are already getting strange.

      PB: Okay then, away from the body, you’ve had ignorant cabinets, pulsing images, scrolling timepieces, neighbor parties, obstetrical turtles, processions of descriptions, and redactions that are additions.

      CF: And phantom floors. Rabbit invigilators.

      PB: Lost walks in the park.

      CF: The reformative forest. And stunt double artists.

      PB: Triin Tamm?

      CF: Triin couldn’t be here for her opening, so she got another Estonian woman named Triin Tamm—a business administrator living in Antwerp—to attend in her place. She’s a “certified scrum master”.

      PB: I wanted to get to that. So here you have a number of “solo” exhibitions that exist at the same time, like having guests that arrive and leave at different times on their own paths and schedules. These solo presentations also include groups like France Fiction and duos like Gusmão and Paiva, but who is the real Triin Tamm if she sent one in her place?

      CF: She’s an artist.

      PB: It seems that working directly one-on-one with artists is important to your programme, but when an artist’s identity so often exists through surrogates doesn’t this complicate that part of your agenda?

      CF: Triin just doesn’t want to make personal concessions and have to exhaust herself to meet the demands of the industry—work, work, work, travel, travel, work, travel.

      PB: Outsourcing one’s presence?

      CF: It’s about trying to meet artists on their own terms, for their work, or for the way they work, even if they can’t meet face-to-face. I think through this gesture Triin was saying something along the lines of, “I’d like to be there, but I can’t be there, so I’ll find another me to be me in my stead.” There wasn’t much fanfare about her stand-in’s presence, but trust me, she was there.

      PB: The exhibition was called Wasn’t There Yesterday and involved a collection of 35-millimeter slides called the Carousel Collection, which were solicited from many other artists. Were those artists there?

      CF: A few came through at different times. And this population grew, as slides were arriving throughout the exhibition, in envelopes. I’d rearrange the order of the slides each week—adding, shifting, subtracting, pairing, contradicting, and so on. For as spare as Tamm’s exhibition appeared, there was a lot of presence in the basement—that of all of the artists participating in the looping, circumambulating Carousel Collection, plus their accession forms, which seemed almost like correspondence art. And there was a peephole so you could see the projection through the wall while reading the titles and verifying the individual authors of each slide. Everyone’s name was listed. There also were two hidden framed works: one was visible only from the ambient light from the slide projections, and then there was Last Step First—the functional, but shrunken, sauna model near our basement windows.

      PB: She had you open the windows.

      CF: Every day, for a meteorological and conceptual distribution of air near the sauna. Together, they felt like a symbol—of the necessity to slow down sometimes, to not work too hard, and to not be everywhere at once. We later had Audrey Cottin downstairs in Tamm’s exhibition during An Evening Inside Four Exhibitions. Audrey engaged in dialogues with visitors at one end of the basement—behind a wall that used to be there—while Kassandra Stiles read an alphabetical free-association manuscript Cottin wrote. Kassandra slowly spoke each word—from Alien to Zombie—in time with each clicking slide in the looping Carousel Collection.

      PB: Kassandra Stiles is your intern?

      CF: No, she’s our “Actualizer”. In September she also performed a work by Chosil Kil, called It’s your birthday (two quarters), for two straight hours, throwing half-euros in elegant arcs, waiting for them to land, bounce, roll, and stop, then slowly walking over to pick them up and repeat in different directions. It also made a nice reverberant sound on the concrete floor when the coins dropped, spun, and slammed into the walls.

      PB: And after the opening?

      CF: Whoever was in the office would demonstrate the piece. I performed it for the video documentation. Chloé Dierckx performed it on Saturdays. Kassandra performed it during a “Nocturne”—that’s an occasional evening when all of the Antwerp galleries, museums, and institutions stay open a bit later for crawling enthusiasts.

      PB: Again, a kind of surrogacy, like with Triin Tamm. The implication of timing in the title Wasn’t There Yesterday—it’s as if one just missed her. I also like how Triin manages to stay outside but is polite enough to find a compromise. The surrogate is both her own Triin and herself, the artist Triin—a sort of singular multiplicity that exists as an alien both in the artist’s absence and through the scrum master’s temporary presence.

      CF: A twin Triin.

      PB: I see all of this connecting to the way you regard exhibiting an expanded notion of “practices” and not just works; the objects are outsiders that appear within—they are detached from their origins and the artist’s trajectory yet are integral.

      CF: I like to think that each artist speaks a different dialect, and we’re an intercom.

      PB: I heard that Chosil’s MDF arc also worked as a speaker.

      CF: Right, Wear your plate was a massive, perfectly curved sculpture in MDF and it spanned upwards from the floor, halfway up the wall, then arched upwards, just under our ceiling lighting system, before descending down a pillar to the floor in the center of the space. It looked like it was about to burst. Two people, though, at either side with their back’s facing, could communicate quite clearly. It amplified conversations.

      PB: With all the different temporalities, forms of communication, and origins of these international artists, Objectif could also be an airport terminal where everyone is on different time zones yet exists momentarily in the same place.

      CF: Like I said earlier, we sent Anna’s exhibition, Halation, to New Zealand, and we also sent Triin’s Carousel Collection—full of new slides from its time at Objectif Exhibitions—to CAC in Vilnius, who then sent it to Baden-Baden, and so forth. Chosil made a work using material from our broken freight elevator, which is going to be exhibited in London at David Roberts Foundation in 2013. We like to see our nouns circulate.

      PB: I’m thinking again about choreography, or maybe it’s that I see you orchestrating some sort of symphonic composition. Yet knowing your experience in experimental music accounts for the dissonance—minor 7ths, silences, and explosions.

      CF: It’s largely planned out, and the dialectics or productive collisions you noted are definitely there, but one of the things about curating solo exhibitions in this manner that’s different from curating group exhibitions is that there is really no impulse to choose specific works based on how they function within some sort of topical or thematic construct. It’s the reverse. I ask the artists what they want to show and we go from there. Those conversations have taken as little as thirty minutes and as long as four months. I can see what you mean about the programme being an orchestrated whole, but I can also see these exhibitions existing independently, however close their proximity. In any case, if we hit a minor 7th in all of this, I’m happy.

      PB: It seems like you’ve also integrated this form of temporal distortion into the funding structure of the organization itself. One of the roles of a director is to secure operating funds during their tenure, but also to provide for the future of the space, and to think about the future of the institution after them.

      CF: Two Futures.

      PB: I understand Two Futures as a kind of absurd funding or membership scheme, and can only assume that you know it’s likely a doomed venture. You wrote that, “it has been made clearly to the attention of Objectif Exhibitions that one future is not enough.” What do you mean by this? Are these futures parallel or perpendicular possibilities? And the oddest thing is the way that you’ve written the invitation in horrible English grammar and odd language reminiscent of a junk email scam. If it’s a parody, what’s the motivation behind this parody? What are you saying about how organizations are funded and the limitation of single futures?

      CF: That was a lot of questions. Let me see. The awkward language does come from those familiar spam emails offering to put six million USD into your account from the widow of some late General or oil barren. Really they’re looking to drain your bank account. That’s a particular type of manipulative language and address, which is sent out blindly, and I find it interesting, creative, as scams and cons often are. On one hand, this project is indeed a legitimate way to raise additional money—at least towards the five percent I’m required to raise on top of our subventions—but it’s also clearly a parody of American-style fundraising, edition-hawking, commercial gallery-tapping, crowd-sourcing Kickstarter campaigns, and auction-dinner-type-thinking in general, for which we simply don’t have the personnel to sustain. I mean, I’ve personally donated bits of money to kickstarter campaigns to support projects by friends, but it I wonder if in the end it encourages entrepreneurship. Fundraising is something for publicly funded institutions like ours to think critically about, as there’s a real danger to this way of thinking in this particular moment.

      PB: Because the right wing is in power now in Antwerp?

      CF: Even before it was already quite clear that the city of Antwerp is more interested in running its own populist cultural programme than supporting proven institutions like ours. Summer festivals.

      PB: That’s surprising since you bring a lot of awareness and an international audience to Antwerp, when everything seems centered on Brussels.

      CF: I like Antwerp. I live here. More and more people from Antwerp are coming to Objectif Exhibitions, which I’m happy about, but we also have visitors from all over—Brussels, Gent, Lisbon, Luxemburg, London, Los Angeles, Barcelona, Vilnius, New York, Milan, Warsaw, and so on. We need both, simultaneously. What’s happening politically in Antwerp is complex, so when asked who provides our funding the simple answer is the Flemish Community.

      PB: The Flemish Government?

      CF: Right, the Vlaamse Gemeenschap. They increased our funding this year, and for a full four-year funding cycle. That says a lot in their favor, and in ours. I mean, we’re not sitting around coasting comfortably by safely exhibiting marquee names and we’re not catering the programme to some imagined mass audience’s wishes.

      PB: And you’re showing Belgian artists abroad.

      CF: So far, I showed works by Ruben Bellinkx, Jos de Gruyter & Harald Thys, and Steve Van den Bosch in a group exhibition I curated for a contemporary art festival in Estonia. We’ll show work by another Belgian artist, Freek Wambacq, at Objectif Exhibitions in 2013, but not because he’s from Belgium. If the programme is predominately international it’s because it’s productive to bring in alien voices and hear how they resonate in Antwerp. I’m one such alien. With the increase we received this year, I think the Flemish Community clearly understands Objectif Exhibitions to be sending and receiving a two-way broadcast in and out of Antwerp, and that it’s far more beneficial than the money spent—further reaching, longer lasting.

      PB: Plus your communications are in English and Dutch now.

      CF: We just started communicating bilingually this year. It’s more than translation. It’s interpretation and interpolation.

      PB: It must take a considerable amount of time and money.

      CF: Well, we’re in Flanders, and that’s our policy now. I don’t speak Dutch. I’m clearly a foreigner here—a foreigner who much prefers cities to nations, and one who doesn’t care about an artist’s nationality or postal code. When I speak highly of the Flemish Community, when we release Dutch translations, and when we place the Vlaamse Leeuw logo online and in print, it’s not to say that Objectif Exhibitions identifies as Flemish. We are, however, an extremely important part of the contemporary art scene in Flanders, but this scene is also part of a larger international scene. It’s simply about reciprocity. The logo should tell you that the Flemish Government is progressive enough to fund an experimental programme full of difficult artistic practices. That’s something. That’s a lot.

      PB: So the Flemish Community covers your operating costs, and you’re augmenting the lack of city support with Two Futures until they come around?

      CF: The dues to join Two Futures are on an absurd sliding scale between 2 and 2000 euro, while everything members receive is distributed equally, regardless of how much money was donated, which is illogical from an economic perspective. If you donate 2 euro the item and postage costs more than the donation. So it’s a parody—a project. I think a larger problem is that there’s a misconception floating over Antwerp that contemporary art is elitist, and therefore alienating, because it’s an intellectual, rather than technical or purely retinal pursuit. You can’t have an opinion about a programme if you haven’t come seen it for yourself. I explain our exhibitions to people at our opening receptions, nocturnes, and during our regular hours, and I like doing that. We’re not Twitter. Exhibitions require a little time.

      PB: What does this small faction want, a return to Flemish painting?

      CF: Actually the Flemish painting tradition is an astounding legacy to celebrate, but so is post-war art in Belgium, conceptual art and a whole lot since, and I’d extend that to today. Anyways, as I said, I’m generally really happy with Antwerp, and people seem interested in what we’re doing at Objectif Exhibitions. But to go back to Two Futures, I want to make it abundantly clear that it’s okay if it fails, because it’s not out to succeed—at least not as an actual fundraising mechanism. The amount of private or alternative funding a director can bring in is not an indicator of the value of a programme. The market value of art is not an indicator of its cultural value. The amount of visitors attending an exhibition does not validate the work on view. Populist and market forces are interesting to look at and think about critically, but they tend to breed concessions, careerism, conformism, regression, sycophantic behavior, object fetishization—they’re ultimately stultifying.

      PB: What’s after the future?

      CF: Probably Sun Ra.

      PB: Like a cow’s stomachs, projects and funds can be reallocated, digested, and redistributed into possible and real futures and presents. Whether Two Futures raises or loses money, this form of building support brings people deeper into the fold and shows they have an influence beyond just a singular path, but on many paths.

      CF: The money Two Futures generates can be reallocated into the things we’ll be sending to our members in a sort of closed loop—orbiting the programme, but elliptically—so that it gets closer and further at different points and times.

      PB: I read it also as a very funny riff on the idea of “futures trading” in speculative market economies that connects that investment to the soothsaying of investment in the arts—the risk involved is one of the exciting things about supporting an art space. The futures can commingle, but they can also feedback.

      CF: Sure, but in futures trading, the interests of the buyer and seller are of course very different. They’re betting against each other’s predictions about a future price. With Two Futures, our members are “patrons”. Their interest is the same as ours—exhibitions.

      PB: What if members are really speculating that the ephemera, items, information, and access they’ll receive in return for joining Two Futures will be worth money in the future?

      CF: These things have cultural value right now. That’s why we’re producing them. If they accrue financial value then there’s a consensus about their worth. If they can be flipped on the secondary black market then there’s a demand that outweighs the markup, but again, using market value to gage cultural value is wrongheaded at best.

      PB: Let’s talk about “boustrophedonic processions” and about this movement back and forth, this re-reading, this kind of alternating linearity you’re thinking about.

      CF: Boustrophedon is an old way of inscribing text bi-directionally, where every line alternates in the opposite direction, with the characters reversed.

      PB: The word comes from Greek.

      CF: Yes, “as the ox ploughs” is how I’ve seen it translated. Processions, we know, move forward.

      PB: Sidewinding?

      CF: Wrapping. Darius Mikšys and Jennifer Teets came to Parkbos Antwerpen with me, which is a massive artificial forest on the other side of the water from Objectif Exhibitions. It’s big, and it’s made up of row after orderly row of trees, which were planted that way, but seem to outgrow the confines of their construction in different seasons. So it seemed the perfect site—for proceeding not exactly forward, but back and forth, row to row, like oxen. It’s textual somehow, if off the tablet.

      PB: Just as you seem to be continuously re-reading the exhibition space itself—observing the courtyard, neighbors’ apartments, basement, elevator, office—you make the park itself both the object and site of the exhibition.

      CF: Parkbos was exhibited and it is an exhibition. It exhibits itself. It’s unclear to me exactly what will take place there when we return in 2013. This year, it was research. And what was found was quite amazing, but what else can be expected when going through a forest, trying to just simply look and not write? We think we found some leads. Darius might disappear on a boat into virtual reality, or into the patent office.

      PB: There’s no fixed path for the project, as it involves progressively going forwards and returning, which I think is a good way to think about research sometimes. You’re letting the site determine the next step—like the rows of the trees growing back into a forest they never were before.

      CF: Right, it’s a machine becoming nature. It doesn’t want to be orderly. It’s a forest. And it’s already interesting, that’s the thing. So it takes little more than a couple steps to create an event for the forest to be exhibited—the challenge here is to do as little as possible in the face of so many possibilities. The project is very much following that trajectory, and slowly. I’m not sure if the 2013 trip will be a culmination or a continuation.

      PB: This potentially endless procession, this “boustrophedonic” movement, and its potentially endless development, along with the idea of having multiple futures, make me think of your repeated work with Frank Chu—professional protestor and intergalactic movie star. He’s an alien in an already alienated world.

      CF: His conceptions of time, space, corporality, and dimensions are vast to say the least.

      PB: He seems to exist in multiple places and times at once. Each day, he protests in San Francisco, with his signs, to inform us all of his labor dispute about royalty rights for his unwilling participation in an intergalactic reality TV show—

      CF: The Richest Family.

      PB: —which continues to be filmed on earth.

      CF: In what he calls “live performances” of his protests—

      PB: —which are screened and syndicated through galaxies we didn’t know existed. So, all at once, we have Frank the person in San Francisco or Oakland, California, and his reproduced images from the past and present, on earth and in other galaxies, existing in a cosmic future.

      CF: Other than the almost imperceptible circulation of a footnote I found on an old business resume of Frank’s, we started his exhibition without “showing” anything material. His life is an exhibition. In 2013, we’ll have a slow procession of signs on display, but this year, we haven’t been exhibiting his daily activities in any traditional manner. Instead, we’ve been exhibiting his work simply by recognizing that it exists and is already being displayed elsewhere. He doesn’t need an institution to exhibit his work because he is an institution.

      PB: —and far more mobile.

      CF: Frank told me he is a reincarnation of the last emperor of China. The Chu dynasty. History doesn’t often speak of a Chu dynasty, so that’s one of many other histories he has implicated. He primarily protests in San Francisco, so people compare him to Emperor Norton, but that frame of reference squares him in simply as an eccentric. I see him as an artist. Actually, I see more of André Cadere in Frank’s work—informational codification, public presentation, parasitic inhabitation of other events, and so on.

      PB: He willingly exhibits his work everyday, enters it into other frameworks, and he is also exhibited at all times, unwillingly.

      CF: Maybe he’s a counter-exhibitionist. He’s being filmed all the time by what he describes as “top-secret hidden cameras that disappear into thin air”, and yet he’s actively trying to be filmed by legitimate news cameras or amateur videographers to talk about the fact that he’s being filmed. He knows every cameraperson, news reporter, and knows on which date he was published in which newspaper.

      PB: Is it a fact that he’s being filmed?

      CF: Is it a fact that he’s constantly receiving messages telepathically from his allies—the former Soviet and UN presidents? Is he also constantly enduring telepathic mental sabotage from his enemies—the 12 GALAXIES and their various nefarious networks on earth and across the 1000 GALAXIES? Whether fact, allegory, or indicting symptom of an abysmally flawed social system and pervasive media culture in the US, the 12 GALAXIES are real because their effects on Frank are real, legible, and relentless. I’ve seen it firsthand: discrimination, harassment, violence, and bribery. For example, I think the security staff at the Westin Bonaventure Hotel in Los Angeles is definitely working with the 12 GALAXIES.

      PB: How so?

      CF: I went back to San Francisco to work on the San Francisco pavilion for the 9th Shanghai Biennale. And one of the artists I included was Floris Schönfeld, who was also interested in Frank. Floris and I met with Frank over chicken teriyaki for several days. Frank didn’t want to go to Shanghai because he doesn’t like to travel, but he hadn’t been to Los Angeles in some time. Since Universal Studios works in collusion with the 12 GALAXIES populations, we decided to drive down to LA and visit Universal Studios—we’d take a vacation, but also produce a video. Since Frank is being filmed all of the time for The Richest Family, Floris and Frank decided to film a simultaneous episode, and entangle the two. We entered their episode, which was altered by ours. It seemed appropriate that we stay at the Westin Bonaventure because Blade Runner was filmed there. On our last day, Frank knocked on the door of my hotel room, and was visibly frazzled. The hotel security had harassed Frank, profiled him, and even tried to trick him by saying his room number didn’t exist. He produced his key and my business card, since I booked the room, but they still followed him into the bathroom and tried to break down the door of his stall. All Frank did was post a letter in the lobby.

      PB: And you confronted them.

      CF: Of course, and as you can imagine, the head of security was a typical tough guy. The only thing missing were the bolts in his neck. He and a slimy manager—who thought offering us a free breakfast would make things right—tried to turn it all around on us when they noticed Floris filming me from across the lobby. They made Floris erase the footage, but they weren’t too bright. I emphatically refused the breakfast, and we kept the footage.

      PB: Did you wear a wireless microphone?

      CF: We never stopped recording.

      PB: And if they find out and take you to court?

      CF: They won’t. Frank would get paid, and we’d have a field day in the media.

      PB: For Frank, was it an isolated incident, or was this the work of the 12 GALAXIES?

      CF: 12 GALAXIES, of course.

      PB: I’m realizing that Frank’s entire existence is inseparable from his work. His conspiratorial reality is fully integrated with everything he does and everything that happens to him, and that would include his serial signs, the video coverage he gets, the letters he writes to the media, the voicemails he leaves on their hotlines, his televised appearances, and the articles written about him. They are all traces within his story, but it seems that when his signs appear in exhibitions without his presence—without his activation—they can only ever be markers for the broader work he does.

      CF: Right, like I said, he doesn’t like to travel, so the signs can’t be activated that way in Antwerp. We’ll show them and talk about them. It’s an exhibition that will slowly filter in and out of our physical premises in a variety of guises.

      PB: As if tuning in, but always on—like TV waves?

      CF: I don’t care about protest posters. I’m not interested in commodifying dissent, institutionalizing it, or fetishizing its material culture. For me, Frank’s signs are something else, much more. His exhibition is a period to work though just what that is exactly. We may have a sign on display, we may have a whole space full of them, we may host a screening, call a linguist, read a letter, write a book, or there may be nothing to see at all, but as you say, it’s always on.

      PB: As long as he keeps going?

      CF: His plight will likely outlast the programme, but yes.

      PB: Here there is again this sensitivity to the artist’s practice—this role of just pointing unless another mode is deemed necessary. It’s an unusual way to “exhibit” someone’s work. But I think what is important here, especially for Frank, is exactly that you’re curating it. You know that he’s not just some comically eccentric figure, while so many others can’t get past what they perceive to be psychological and physical difficulties.

      CF: This is a longer engagement for me. Frank doesn’t self-identify as an artist exactly, so he gets what he calls “campaign donations” from us and I purchase his signs so he can make new ones.

      PB: When you were working with Frank on the biennale, you made a deal with Signographics in San Francisco.

      CF: They agreed to produce a certain amount of Frank’s future signs for free in exchange for a sponsorship placement in the biennale’s catalogue. Frank has been calling in his terminology and instructions to Signographics for years. I think of them as his studio, as his fabricator, so to speak. It’s all just an attempt at non-patronizing patronage. I’m not a psychiatrist. Whether Frank has a condition or not, whether there really is an intergalactic trans-temporal conspiratorial network embezzling his royalties as a movie star or not, what he is doing is worthy of recognition. Bottom line.

      PB: What’s going to happen in 2013 at Objectif?

      CF: We’ll see a major shift in Nina’s exhibition, more from Frank Chu, the conclusion of Cabinet d’ignorance, the redistribution of Dexter Sinister, Watch Wyoscan 0.5 Hz, an event in Antwerp’s pedestrian tunnel, plus we are planning seven six-week exhibitions, a one-day exhibition with the first and only screening of the remaining part of an unknown Bruce Conner film, a three-day exhibition of film loops, which will remotely extend and disrupt a longer exhibition in Vilnius, a summer residency in collaboration with AIR, and a scattering of occasional elliptical events, talks, screenings, and intercom telephone conversations presented in ways that privilege those who maintain the right proximity, plus the release of our first annual publication. We’ll be making four of these—one for each year while I’m here. Each publication will look back on everything we did in 2012 through new texts by Julian Myers-Szupinska and Alex Ross, a group-interview with the artists who exhibited in 2012 by Jonas Zakaitis, as well as plenty of photographic documentation.

      PB: Two Futures.

      (Dit interview werd opgenonen in Antwerpen op 25 november 2012)

      Post Brothers is a critical enterprise that includes Matthew Post—an independent curator and writer currently working from an elevator in Oakland, California. Post received an MA in Curatorial Practice from the California College of the Arts in San Francisco and a BFA from Emily Carr Institute in Vancouver, Canada. He has recently presented curatorial projects at Galerie Kamm, Berlin (2012); Proyectos Monclova, Mexico City (2011); and Yerba Buena Center for the Arts, San Francisco (2010-11); among many others. He also included both a video and an unrealized screenplay in the 9th Shanghai Biennale, Shanghai, China (2012). Post’s essays and articles have been published in Spike Art Quarterly, Fillip, Nero, Kaleidoscope, Mousse, Pazmaker, and the Baltic Notebooks of Anthony Blunt, as well as in artist publications and exhibition catalogues.


    • 17 november 2012—12 januari 2013 João Maria Gusmão & Pedro Paiva Voltaire's Armpit

      VIEW PDF

      In het verlengde van de vreemdheid van een uitgestrekte arm, is Voltaire’s Armpit een driedelige zone van naturalistisch onderzoek – een okselstandige intersectie, waar tien stille 16mm-films door João Maria Gusmão en Pedro Paiva opgesplitst werden in drie fysieke en temporele ruimtes die biologische en technische vergelijkingen, filosofische demonstraties, psychologische illustraties en parawetenschappelijke observaties samenbrengen doorheen Objectif Exhibitions.

        PROJECTOR 1

      Disproportioneel groot, en ‘vliegend’ tegen een snelheid die moeilijk te rijmen valt met het werkwoord, transporteert een reeks bijen meer dan enkel pollen wanneer zij Euclideaanse hoeken afronden en ons binnenin de representatie doen landen – tot in de daadwerkelijke constructies (en distorties) van het zicht, tot in de verstrengeling van representatie met ideatie. In een andere film tikt een metalen instrument op hypnotiserende wijze – een pendulum, al doet een mogelijke antropomorfische gelijkenis anders vermoeden. Hoewel bijgesneden en bij momenten versteend, denaturiseert zijn metronomische slepen op gepaste wijze zowel de mechanische benadering van tijd en haar visuele registratie. Bovenaan een derde film komt een onderbuik voorbij. Auto’s worden geconstrueerd in functie van onze maten – een prothese, maar een menselijk instrument. En toch, vanuit deze geïnverteerde oriëntatie, is wat langskomt iets meteorologisch. We zien wolken rollen en met hen de overdracht van esoterische en exoterische kennis, tegelijkertijd.

      Een circulerende beweging, een afstandelijke, van de achterkant belichte hand, een reeks eclipsen en vonken, en de groeiende focus verorbert de verduistering. Meer dan hoe een vis zijn wereld ziet, brengt de toenemende scherpte in deze vierde film een ‘in beeld brengen’ in beeld. Dus, overzien of overschrijven? Die vraag lijkt in de lucht te hangen bij de ontmoeting tussen de mechanismen van het visuele met de gevisualiseerde mechanismen. En dit breidt zich uit tot een vijfde film. Vanuit parallactische perspectieven van wisselende innerlijkheid en betrokkenheid (allemaal gemonteerd in de camera zelf) bestuderen we een watermolen als die watermolen – vastgemaakt aan en meedraaiend met zijn wielen, water, riemen, zwengels en andere componenten, of van buitenaf (maar die nabijheid fluctueert naargelang de opaciteit van de ene afbeelding die van de andere verbreekt).

        PROJECTOR 2

      Een man beklimt de film, alsof hij wordt vertraagd door veel meer dan enkel zwaartekracht, één rollend frame per keer. Er is iets entomologisch aan zijn bestijging – zijn oksels, de binnenkant van zijn ellebogen, de achterkant van zijn knieën, ze schijnen gelijkgesteld. Tezelfdertijd schiet ons de ongrijpbare draf van het paard Occident te binnen. En nu we het toch over Muybridge hebben, een naakte vrouw lijkt uit een foto te zijn gewandeld tot in een andere film van Gusmão and Paiva. Gefotografeerd aan duizend frames per seconde, versterken de slaapwandelende eigenschappen van de film de contradictorische betekenis van haar bestemming. Beweging/stilte, poeisis/verduistering/instrumentalisatie – in bed stappend en een deken over zich heen trekkend, strekt haar versluiering zich uit naar de inherente nevel van de technologische onthulling.

      Maar als een schildpad zijn hoofd uitstrekt tot in deze mosaïek van film – anders uitsluitend door mensen bevolkt – komt deze fysionomie eigen aan de reptielen als een soort spectrale buitenmenselijke geboorte naar buiten. Buitenaardse verloskunde. Hij draait het hoofd naar links voor een beter zicht met zijn rechteroog, en ziet de wereld voor een eerste keer. Je kan de wereld ook doen verdwijnen. Kinderen weten dit, net als hun moeders. In een vierde film spelen twee jonge meisjes en hun moeders een vertrouwd en schijnbaar onschadelijk spel. In een enerverend tempo geprojecteerd, speelt het net traag genoeg om op illustratieve wijze de nadruk te leggen – verwijst deze heuristische oefening naar een zekere solipsistische oriëntatie, een bepaalde fixatie op herhaling?

        PROJECTOR 3

      Een kamer, zichtbaar vanaf een vastgelegde positie, met daarin een roestvrij stalen pot, die kokend water bevat – soep. Er komen aapachtigen tevoorschijn. Ze onderhandelen over de ruimte van de soep – de kamer, de soep, haar pot, en de hitte die opstijgt uit de pot. De onzichtbare hitte wordt zichtbaar gemaakt doorheen een reeks interacties met de soep. Ondertussen laat één aapsubject, dat wellicht een raap voor een raap aanziet, zich niet afschrikken.

      Vanuit de voorgrond zien de apen ons, of zien zij de mechanismen waar wij hen door zien? Voor ons is het visuele effect misschien hetzelfde. Maar hier, in de kelder van Objectif Exhibitions, schijnen ze te materialiseren van de projector op de muur, tot in onze ogen, om zo geregistreerd te worden in onze breinen. Suggereert hun ‘recht voor de raap’-aanpak een zeker bewustzijn. Bieden zij ons een aapachtige spiegel van onszelf – hurkend, met de armen omhoog om onvrijwillig de hersenen te krabben?

      De films draaien, de projectoren klinken, en betekenis wordt overgedragen van de éne film op de andere, van de ene verdieping naar de andere – door te bestaan, en te bestaan in bijzonder verwantschap. Is dit een macroscopische montage van de technische en biologische wereld of, net omgekeerd, een boemerang het oog weer in? En doorheen dit alles, komt de fixatie van Gusmão en Paiva op de enigmatische bewegingen van de menselijke arm in beeld, niet als een axioma, maar als een as, waarop hun beelden en ideeën roteren en impliciet samensmelten tot iets metafysisch, filosofisch, absurds, en indrukwekkend productiefs? Hebben de bijzonderheden die zij vonden in (of door) de menselijke oksel de kunstenaars een conjecturaal zwart gat geboden waarin alle vragen – en daarbij ook al hun antwoorden – worden opgeslokt?

      João Maria Gusmão (°1979, Lissabon, Portugal; woont en werkt in Lissabon) en Pedro Paiva (°1977, Lissabon, Portugal; woont en werkt in Lissabon) startten hun samenwerking in 2001 tijdens hun studie Schilderkunst aan de Faculteit voor Schone Kunsten van de Universiteit van Lissabon, waar ze afstudeerden in 2002. Voor deze tentoonstelling bij Objectif Exhibitions hadden ze al solotentoonstellingen bij Fri Art, Centre d’art de Fribourg (CH) (2012); Kunstnernes Hus, Oslo (NO) (2012); Kunsthaus Glarus (CH) (2012); Museo Marino Marini, Firenze (IT) (2012); IMO Projects, Kopenhagen (DK) (2011); Ikon Gallery, Birmingham (GB) (2010); FRAC – Ile-de-France Le Plateau, Parijs (FR) (2011); de 53ste Biënnale van Venetië (IT) (2009); en het Wattis Institute for Contemporary Art, San Francisco (USA) (2008); naast vele andere internationale solo- en groepstentoonstellingen. 


    • 2 november 2012 Filling our reading glasses with Rosalind Nashashibi

      Vrijdag 2 november—met Rosalind Nashashibi, Raimundas Malašauskas, en Issue #6 van Drawing Room Confessions.

      Taverne Espérance
      Rue du Finistère 1-3
      1000 Brussel

      20:00-22:00

      Rosalind Nashashibi behaalde een diploma aan de Glasgow School of Art in 2000. Onder haar solo- en groepstentoonstellingen vinden we Contemporary Archeologies (met Lucy Skaer), Musée du château des ducs de Wurtemberg, Montbéliard, FR (2012); Telling everything, not knowing how, CA2M Centro de Arte Dos de Mayo, Madrid (2012); Sharjah Biënnale, VAE (2011); Woman Behind a Cushion, Tulips & Roses, Brussel (2010); Repetition Island, Centre Pompidou, Parijs (2010); Manifesta 7, Trento, IT (2008); Scotland & Venice, 52ste Biënnale van Venetië (2007); Pensée Sauvage—On Freedom, Kunstverein, Frankfurt (2007); and Displaced, Hammer Projects, UCLA Hammer Museum, Los Angeles(2003). In 2003 was Nashashibi de eerste vrouw om de Beck’s Future prijs te winnen van ICA Londen voor haar film The State of Things (2002).

      (Gepresenteerd met Tulips & Roses, Brussel)


    • 27 oktober 2012—22 november 2014 FRANK CHU Jretdrostrenikal Exhibitions

        CATALOGUE

      Elke week geeft Frank Chu opdracht voor een nieuw bord dat hij zal gebruiken in zijn dagelijkse publieke protestacties. Elke week wordt een ander bord tentoongesteld in ons kantoor.

       

      15—22 november 2014

      WALSCH
      EUCHROZILLIONS OF POPULATIONS
      FOX : LETROGRENIOL COVERAGE
      VUTROFUONIUL
      TORRENTIAL RESUMPTIONS
      MOTROJRUNIAL

       

      8—14 november 2014

      WHITESTONE
      TUCKROVILLIONS OF POPULATIONS
      BBC : WATROSTRENIKOL NETCASTS
      VICRODRENICAL
      CENSORSHIP CIRCUMSTANTIVE
      [EU] SATROCRENIKUL

       

      1—7 november 2014

      MILLMAN
      5,395,000,000 GALAXIES
      NBC : TRATROJENIAL COVERAGE
      GRETCHOTENIAL
      ROUGHSHODDED CAVEATS
      STITROKANIAL

       

      25—31 october 2014

      WITHERELL
      12 GALAXIES
      JAKROLINETUL PLUTONIUM
      ABC : KOTROPENTICOL COVERAGE
      GUTROSATIKAL
      LYMPHOCYTES HEPATOCYTES
      CONTRAINDICATIONS

       

      18—24 october 2014

      ROBERTS
      UTROVRULLIONS OF POPULATIONS
      ABC : OTRODROLLIKUL
      CELESTIAL COSMOPOLITANS
      ETROSTROLITOL

       

      11—17 october 2014

      WESTHOFF
      OXPHROGILLIONS OF POPULATIONS
      PBS : CUSGROKENIKUL NETCASTS
      PRESERVATIONS SANCTUARIES
      ITJROSENIKEL

       

      4—10 october 2014

      FICKEL
      RUTROXILLIONS OF POPULATIONS
      BBC : VETROTENIKIL BROADCASTS
      NOTROJUNIOL
      PENTECOSTAL SELF-DEFILEMENT
      LATROKENICUL

       

      27 september—3 october 2014

      MCKOWAN
      XESGORSILLIONS OF POPULATIONS
      NBC: ASKORZENIKUL WEBCASTS
      EMANATIONS COMMERCE
      ZESPORKRENICAL

       

      20—26 september 2014

      GLUSMAN
      LACKROKILLIONS OF POPULATIONS
      CBS : KETROTRUNIAL WEBCASTS
      GOTROJRENIKOL
      MICROFINANCES OUTSOURCING
      CHUCKRORONIEL

       

      13—19 september 2014

      BRANCH
      QUETROWRULLIONS OF POPULATIONS
      ABC : YOTROKRULLITOL ROCKETPORTS
      PREFECTURE IMMOLATIONS
      KRATROSTELLIGUL

       

      6—12 september 2014

      ORANGE
      YATJROWRULLIONS OF POPULATIONS
      ABC : CUTROJRULLITUL
      INTERCELESTIAL ESTATES
      POTGRODRULLICOL

       

      28 juni—5 september 2014

      HEINAN
      GATROPHILLIONS OF POPULATIONS
      FOX : HUTRODRENIAL WEBCASTS
      PITROWRONIUL
      COVENANTS REMISSIONS
      FATROGRUNIOL

       

      21—27 juni 2014

      RUDOLPH
      LITROVULLIONS OF POPULATIONS
      ABC : PATROGRONIKOL
      SAUCER STATIONS
      KRETROJRULLITOL

       

      14—20 juni 2014

      WILLISTON
      ZEXPRONOLLIONS OF POPULATIONS
      ABC : XAVROGRUNICAL
      INTERCELESTIAL SOCIETIES
      VISJROJRELLITOL

       

      7—13 juni 2014

      COOPERBERG
      RUTROKRULLIONS OF POPULATIONS
      CBS : NETROGRELLITAL
      INTERPLANETARY TECHNOCRATS
      LATROJRELLITOL

       

      31 mei—6 juni 2014

      RICHARDS
      XOTROYOLLIONS OF POPULATIONS
      NBC : VITROSTRELLIKAL
      PYROCLASTIC THERMITES
      ZATKROWRONITUL

       

      24—30 mei 2014

      KELLERMAN
      SHASTROYILLIONS OF POPULATIONS
      CBS : ISDRODRENIGOL NETCASTS
      GARGANTUAN SENTORIAN
      DRUSKROSTENIKUL

       

      17—23 mei 2014

      BRANTLEY
      NESGROKILLIONS OF POPULATIONS
      CNN : XOSFROZENIKUL COMCASTS
      EXEMPLARY HELIPADS
      PSYCHRJRENICAL

       

      10—16 mei 2014

      FARMINGDALE
      HISJROHILLIONS OF POPULATIONS
      ABC : ESPROKENIKOL WEBSITES
      PROMENADES PATERNALISMS
      PHESTROSENICAL

       

      3—9 mei 2014

      BINGHAM
      ISDROLILLIONS OF POPULATIONS
      NBC : LASGROTENICAL PODCASTS
      COMMERCE PRELIMINARIES
      ZUSGROGRENIKUL

       

      26 april—2 mei 2014

      HASSELBECK
      JOTROGALLIONS OF POPULATIONS
      CBS : ETROTONICUL NEWSPATHS
      ELECTROCHEMICAL MULTITIERED
      FITROCENIKUL

       

      19—25 april 2014

      TEDFORD
      CESFROJILLIONS OF POPULATIONS
      NBC : BUSJROWRENIEL NETSITES
      SEASCAPE LEGACIES
      ISTRODRENIKAL

       

      12—18 april 2014

      HOUGHTON
      AXCRONOLLIONS OF POPULATIONS
      CBS : LIXTROCRELLICOL ROCKETSTATIONS
      PRACTICALITY ANTI-MISCEGENATIONS
      YUXTROWRELLIKOL

       

      5—11 april 2014

      RAYNER
      ITRODULLIONS OF POPULATIONS
      ABC : YUXKROGRENIGOL SOCIETIES
      MICROTUBULE DENTRITES
      VOXGROKRONITUL

       

      29 maart—4 april 2014

      HUSTON
      FECKROWILLIONS OF POPULATIONS
      TASS : YETROWRENIOL NETCASTS
      NECROXENIKUL
      ENDOSCOPISTS GASTROINTESTINAL
      JOKROGRENICAL

       

      22—28 maart 2014

      SULLENBERGER
      VETROLILLIONS OF POPULATIONS
      NBC : ETROJRENIEL BROADCASTS
      THETROSTRUNICUL
      CHARTERS SECTORS
      XYTROTHRENIKOL

       

      15—21 maart 2014

      ALDRIDGE
      LOTROTHULLIONS OF POPULATIONS
      ABC : NETRODRULLIKAL SAUCERPORTS
      PUMMELING MICROCOSM
      KRATROCHELLICOL

       

      8—14 maart 2014

      PHILLIPS
      12 GALAXIES
      SOLARUNIKEL UNCONSTITUTIONALITY
      PACSAT : KASTRONOTICUL COVERAGE
      GUSKOKETICAL
      LIBERTARIANS PAROCHIAL
      PEDOPHILES

       

      1—7 maart 2014

      RATLIFF
      12 GALAXIES
      TETROGONIC ATTEMPTED FALSE ARESTS
      CBS NEWS : THE EARLY SHOW
      MEGOGONIC
      INFILTRATED APPELLATE
      INSURRECTIONS

       

      22—28 februari 2014

      GREENWALD
      OCTGRODILLIONS OF POPULATIONS
      ABC : XISBROGRENICAL NEWSCASTS
      OCASSIONAL COURTEOUS
      MOSTRODRENIKUL

       

      15—21 februari 2014

      McCLOSKEY
      PASKROKILLIONS OF POPULATIONS
      FOX : MUSTROSENIKUL WEBCASTS
      PULMONARY INSTITUTES
      VESGROJENIAL

       

      8—14 februari 2014

      McCARDELL
      STETROZILLIONS OF POPULATIONS
      PBS : KRATROWRONIEL NETCASTS
      WUTROCRENIKOLL
      AVID CONTROVERSIAL
      CRYETROGRONIULL

       

      1—7 februari 2014

      WORTHINGTON
      3,650,000 GALAXIES
      CBS : LITROSTRENICAL BROADCASTS
      GRATRORENIAL
      CONTRARIANS ASPERATIONS
      JOTROGRENIKUL

       

      25—31 januari 2014

      CORKER
      PATROPROLLIONS OF POPULATIONS
      NBC : FETROJRULLITOL
      INTERPLANETARY CULTURES
      MYTROKRELLICAL

       

      18—24 januari 2014

      FINGERS
      GOXTROPRULLIONS OF POPULATIONS
      NBC : DUVROKRULLIKAL
      INTERGALATIAL CIVIL ATTORNEYS
      BIZKRODROLLITOL

       

      11—17 januari 2014

      MARCH
      LOSTROWROLLIONS OF POPULATIONS
      ABC : TUSTROCHELLIKUL
      STARWARS GALACTICA
      XUSTROPHRELLITOL

       

      4—10 januari 2014

      WASSERMAN
      12 GALAXIES
      UPROSTRENIKOL PHENOBARBITALS
      NBC : EYEDROQUENICAL COVERAGE
      ZAKSBROJENIKUL
      ANGIOTENSINS APOPLECTIC
      VASODILATORS

       

      21 december 2013—3 januari 2014

      RYANBALL
      JUTROJRILLIONS OF POPULATIONS
      BBC : SITGROSTENIAL NETCASTS
      AGGREGATE VENTUROUS
      XOTROCRENIKAL

       

      14—20 december 2013

      CAVE
      JITROJRAWILLIONS OF POPULATIONS
      CBS : HUTROWRELLITOL ROBOTS
      AGRICULTURAL MOMENTUM
      DETROTHRELLIKUL

       

      7—13 december 2013

      PATTINSON
      YETROKRILLIONS OF POPULATIONS
      ABC :RHUTROKRENIEL WEBHOSTERS
      SHAREHOLDERS MORATORIUMS
      WHITCROJRENIKUL

       

      30 november—6 december 2013

      MIFFLIN
      SOXSTROSULLIONS OF POPULATIONS
      NBC : DROXPRODRELLIKUL SPACESTATIONS
      SUBROGATING HEMORRHAGING
      TUXTROCHRELLICAL

       

      23—29 november 2013

      ABRAMOFF
      ETROPRULLIONS OF POPULATIONS
      TASS : PRITROGRULLICOL SAUCERPORTS
      EPIDEMICS MOLYBDENUM
      TRUTROGRELLIPOL

       

      16—22 november 2013

      DANVERS
      ASGROVILLIONS OF POPULATIONS
      CBS : TUSWROKENICOL NEWSCASTS
      CONJURING CONGRESSIONS
      ISDROBENIKEL

       

      9—15 november 2013

      GITTLEMAN
      12 GALAXIES
      ZIKROJENIKOL MICRONUCLEUS
      CBS : PSYTROPENICAL COVERAGE
      STILTZERSUTIKUL
      PANCURONIUMS VANCOMYCINS
      TENOFOVIRS

       

      2—8 november 2013

      SCHERER
      CLETROSTALLIONS OF POPULATIONS
      BBC : PRATROJRENIKUL SOCIETIES
      GRTGROGRENICAL

       

      26 oktober—1 november 2013

      LASHLEY
      JUSDROCILLIONS OF POPULATIONS
      BBC : FOSGROJRENIKAL PODSITES
      LIQUIDITY EUPHORIA
      LESDROSENICOL

       

      19—25 oktober 2013

      PARKVILLE
      ROSKROPHILLIONS OF POPULATIONS
      TASS : YUSCRORENIEL NETSITES
      REVISIONISTS REDUCTIONS
      VISTROJRONICOL

       

      12—18 oktober 2013

      DUDLEY
      XOTROGRILLIONS OF POPULATIONS
      NBC : KETROJRENIKEL WEBCASTS
      MONTAGES TAXATIONS
      ZITROCRENICUL

       

      5—11 oktober 2013

      SULZBERGER
      OTRONILLIONS OF POPULATIONS
      CBS : ITROXENIKAL COVERAGE
      YOTROJRENIEL
      STACCATO STENTORIAN
      JITROWRENIUL

       

      28 september—4 oktober 2013

      WATERHOUSE
      KITROWILLIONS OF POPULATIONS
      CBS : CRUTROKRUNIEL PODCASTS
      LOTROSTRENICOL
      CULTURES FOUNDATIONS
      PROTROWRENIKUL

       

      21—27 september 2013

      BECKITT
      VETROSILLIONS OF POPULATIONS
      CBS : FRUTROSENIEL BROADCASTS
      ITROJRENIUL
      PREDESTINATIONS DESCENSIONS
      CRETRODRENIOL

       

      14—20 september 2013

      BROAD
      7,325,000,000 GALAXIES
      CBS : ZUTROVRENIAL COVERAGE
      XITRORENIAL
      MONOXIDES POPULOUS
      ATROSTRENIAL

       

      6 juli—13 september 2013

      TEMPLETON
      12 GALAXIES
      ALFOCRATIC EXPLOITATIONS
      PARAMOUNT
      DAKOCRACY
      SANCTIMONIOUS
      EVISCERATED SYNOPSIS

       

      29 juni—5 juli 2013

      PAULSON
      12 GALAXIES
      SOLOTETIKAL FASCISM
      PBS : FIGROZENICUL COVERAGE
      YOTROGRETIKOL
      RAPACIOUS PREVALENT
      VEST GES

       

      22—28 juni 2013

      HOUSELEY
      75,850,000 GALAXIES
      TASS : HOTROKENIAL BROADCASTS
      THYCROJRENIAL
      REDEMPTIVE DOCTRINES
      SHOTROWRENIAL

       

      15—21 juni 2013

      [B][E][R]NARD
      ESJROSILLIONS OF POPULATIONS
      ABC : OSTROJENIKOL NETSITES
      MATRIARCHS MATRIMONIES
      USCROKENICAL

       

      8—14 juni 2013

      DEAVER
      VATROGILLIONS OF POPULATIONS
      NBC: XETROTUNIKUL PODCASTS
      WHETROTRENIOL
      CONTEMPORARIES ELUCIDATE
      ETYETROTONICAL

       

      1—7 juni 2013

      IMPEACH
      BUSH
      12 Galaxies
      Guiltied to a
      Technitronic
      Rocket Society

       

      25—31 mei 2013

      ROXBOROUGH
      9,665,000,000 GALAXIES
      NBC : XETROKRINIUL COVERAGE
      STRATRODRENOL
      RECIDIVISMS STIGMATIZING
      TRUTROSTRUNIAL

       

      18—24 mei, 2013

      HARRINGTON
      12 GALAXIES
      BETOGONIC ATOMIC TERRORISTS
      CBS NEWS : FACE THE NATION
      ULTROGONIC
      TANTAMOUNTED
      EPITOMIZED INCENTIVES

       

      11—17 mei 2013

      HOCKSTADER
      12 GALAXIES
      BASKROXONICAL VAGRANCIES
      ABC : XUSKORUNICAL COVERAGE
      WESTRONOTICAL
      IMMINENT TIOCONTAINMENTS
      PREHYPERTENSIVES

       

      4—10 mei 2013

      SCHKADE
      12 GALAXIES
      BEXCROLETIKUL UNJUSTICES
      BBC : KOTROPREDICAMENTED COVERAGE
      ZEXGROPENTIKAL
      ERUPTED DASTARDLY
      ELATIONS

       

      27 april—3 mei 2013

      MULLANEY
      12 GALAXIES
      BENUKRENIC OCCUPATIONS
      FORTUNE: OLTGITRATIC COVERAGE
      ILTGUTRITICALLED
      CONSPICUOUSED ONEROUSED
      GALLANTRY’S

       

      20—26 april 2013

      COLLEYVILLE
      895,000 GALAXIES
      ABC : NUTROPHRENICOL BROADCASTS
      YALTRODRUNIQUO
      DECIPHERING STUPORS
      KRUCKTHROCENIAL

       

      13—19 april 2013

      BOISE
      6,965,000,000 GALAXIES
      TASS : CRACKOGRENIAL PUBLICATIONS
      XAXJROKRONIOL
      REPRIMANDS CHASTISEMENTS
      VIXGROSTRUNIEL

       

      6—12 april 2013

      MINTON
      12 GALAXIES
      GATROVRENIKAL ENCHANCEMINTS
      BBC : ATKROHONIGOL COVERAGE
      PLYDRODRENICOL
      PLYOMETRICS CYSTITIS
      METASTASIS

       

      30 maart—5 april 2013

      PERSINGER
      12 GALAXIES
      YELTZTORONIKUL RELOCATIONS
      CNN : PSELZTORXINACUL COVERAGE
      GOXKROZENIKAL
      YELTZTORONIKUL RELOCATIONS
      ORTHOKERATOLOGY

       

      23—29 maart, 2013

      RAIZAKIS
      12 GALAXIES
      QUINTRONIC
      EMBEZZLEMENTS:
      ZEGNATRONIC
      SUBROGATED
      CAMPAIGNS

       

      16—22 maart 2013

      LEDGER
      FITGRORILLIONS OF POPULATIONS
      CBS: UTTERDRENIEL FOOTAGES
      HUTCROJENIKOL
      INEXTRICABLE GAUNTLETS
      XYROCKROHENICAL

       

      9—15 maart 2013

      BRUSTEIN
      OXPROVOLLIONS OF POPULATIONS
      ABC : THOXKROKELLIKUL SPACELINERS
      ATONEMENT RESONATED
      ZIXTRODRELLICAL

       

      2—8 maart 2013

      NAYMAN
      UTROCULLIONS OF POPULATIONS
      NBC : TRATROJRELLICAL SPACEPORTS
      SYNERGISTIC PARADIGM
      FITROPHENICOL

       

      23 februari—1 maart 2013

      BERNHARDT
      ZACKROSELLIONS OF POPULATIONS
      ABC : XETROJRUNICAL
      ACQUIESCENT CANTOR
      WRETROTUNIKAL

       

      16—22 februari 2013

      SIMMONS
      EXJROVILLIONS OF POPULATIONS
      ABC : BYTROSTENICAL PODWATCHES
      BRISTLECONES ENTANGLEMENTS
      AXGROTENICAL

       

      9—15 februari 2013

      WECHTER
      LITROXOLLIONS OF POPULATIONS
      CBS : MATROGRELLICUL SAUCERCENTERS
      EXTRACTIONS COMPRISED
      PETROWRELLIKUL

       

      2—8 februari 2013

      CUTHBERTSON
      FOSKROVOLLIONS OF POPULATIONS
      CBS : OSPROJRELLITAL SPACECRUISERS
      AESTHETICALLY CANONICAL
      KRASJRODRULLICUL

       

      26 januari—1 februari 2013

      MERIWETHER
      UTROPRULLIONS OF POPULATIONS
      ABC : PRETROGRELLITOL ROBOTICS
      GESTATIONAL PREVALENCE
      OTROWRELLIGUL

       

      27 oktober 2012—25 januari 2013

      *               An Assistant.

      (AN) : ULTIMATE : ZEGNATRONICED : ANALYSISED : (A) : TECHNITRONICED : SUBSTANTIATED : ULTRATRONICED : IMPOSSIBILITIED : WITH : ALTRALOGICALLED : THEORETICALLED : DECTROLOGICALLED : CONSTANTANEOUSED : ZEGNALOGICALLED : IMPROBABLED : OCTROLOGICALLED : CONTINUOUSED : OMEGALOGICALLED : IMPROBA-BILITIES : OF : MEGATRONICED : SUBROGATED : HEXTROLOGICALLED : INSTANTANE-OUSED : PENTROLOGICALLED : DISPOSITIONS : WITH : SEXTROLOGICALLED :  INTERRED-GALATIALLED : OMEGATRONICED : RHETORICALLED : ULTRALOGICALLED : CONTINUI-TIES : OF : TECHNILOGICALLED : ESCALATED : BETATRONICED :  SKEPTICALLED : QUADROLOGICALLED : DEPOSITIONS : ( A ) : ZEGNATRONICED : RELEVANT : CIRCUM-STANTIALLED : PENTRONICED : AWESOMED : THEORETICALLED : ULTRALOGICALLED : RELUCTANTED : MEGALOGICALLED : STATISTICALLED : CONSTANTANEOUSED : HEXXED-TRONICED : APOCOLYPSED : ( AN ) : ALTRALOGICALLED : INSTANTANEOUSED : DECKED-TRONICED : RANDOMMED : TECHNITRONICED : CONTINUITIED : OF : ( A ) : TRIOLO-GICALLED : PERCEPTIONS : ( AN ) : OCTRONICED : AERONAUTICALLED : ZEGNALOGICALLED : PROPOGATED : PENTRONICED : THEORETICALLED : ULTRALOGICALLED : ASCERTAINMENT’S : ( AN ) : OCTROLOGICALLED : INSTANCE( S ) : OF : ( A ) : TECHNITRONICED : PROPOSITION ( S )

       

      Frank Chu (°1960, Oakland, California, VS; woont en werkt in Oakland) is een professionele betoger en een intergalactische televisie- en filmster. Hij studeerde bedrijfsadministratie aan de University of California, Berkeley; California State University, Hayward; Merritt College, Oakland; en Laney College, Oakland, alvorens hij een diploma in bedrijfsadministratie behaalde aan het College of Alameda, California. Chu presenteert zijn lopende reeks plakkaten in dagelijkse betogingen in en rond San Francisco Bay. Naast zijn solotentoonstelling bij Objectif Exhibitions, maakten ze recent ook deel uit van groepstentoonstellingen als Portable Holes, San Francisco Pavilioen, 9de Shanghai Biënnale, Shanghai, China (2012); Sõida tasa üle silla (Ride gently over the bridge), Galerii Noorus, ART IST KUKU NU UT Festival, Tartu, Estland (2012); en Psymulation: Reenactments of the Present, Photo Epicenter, San Francisco, VS (2008). Zijn campagne werd ook getoond in Nero Magazine, Rome (2011); The San Francisco Chronicle (2010); The San Francisco Bay Guardian; The San Francisco Business Times; en talrijke andere publicaties. Chu stond ook regelmatig op het podium van de intussen ter ziele gegane 12 GALAXIES nachtclub in San Francisco (2003-8), die naar hem vernoemd werd.


    • 25 oktober 2012 Nocturne

      CHOSIL KIL
      You owe me big time
      22 september—3 november 2012

      Dexter Sinister, Watch Wyoscan 0.5 Hz
      22 september 2012—30 maart 2013

      NINA BEIER
      Four Stomachs
      21 april 2012—1 januari 2016

      FRANCE FICTION
      Cabinet d’ignorance
      21 april 2012—30 maart 2013


    • 22 maart 2013 / 22 september—3 november 2012 CHOSIL KIL You owe me big time

      22 maart 2013

      Een vrouw kwam aan in januari, een probleem stelde zich—praktisch, esthetisch, en conceptueel. Dus de man van september jongstleden verscheen opnieuw om drie oplossingen in het beton te boren. Maar het was niet haar vloer die hij verluchtte (of de onze). Sinds een half jaar behoort de vloer toe aan Chosil Kil. En bijgevolg ook de gaten.

      You owe me big time. Het is een lopende tentoonstelling, een permanent werk, een functionele vloer, en een potentieel podium, maar beton is een ontembaar, levend iets. Een man kwam aan in maart. 95 lopende meter tapijt werd over Kils vloer gelegd, en een auto werd over het tapijt gereden.

      Intussen werd een andere auto op een trein gereden. Kil arriveerde in Antwerpen met drie flessen rode wijn. Eén voor één ontkurkte ze de flessen, en de wijn werd geconsumeerd. Haar glas plaatsend over elk gat in haar vloer, verwijderde ze met een mes een cirkelvormige lapje tapijt. Vervolgens plaatse ze er een kurk in en hamerde erop tot hij gelijk was met het oppervlak van het beton. En herhalen.

      Noch performance, noch herstelling, zullen responsieve toevoegingen als deze zich voortzetten als noodzakelijkheid om de integriteit van haar werk te garanderen. Tegelijkertijd maakt net onze noodzaak om die integriteit te compromitteren als tegemoetkoming voor de behoeften van de andere kunstenaars, deel uit van die voortdurende ontwikkeling van haar werk.

      Chosil Kil
      You owe me big time, 2013
      Betonnen vloer, acryl, vulmiddel, KURKEN
      884,5 x 1.569,5 cm

       

      22 septembre 2012

      You owe me big time. Het is een tentoonstelling, een permanent werk, een functionele vloer, een potentieel podium, maar beton is een ontembaar, levend iets. En blijkbaar zit het vol fantomen. Kils stappen zijn blijvend lopende. Ter kennismaking kampeerde ze in Objectif Exhibitions, op de vloer, voor een nacht—osmose.

      Er kwam een man aan. Hij spendeerde vier dagen aan het strippen, vullen en overspuiten van de ruwe beton die het gelijkvloers en de kantoorruimtes van Objectif Exhibitions bedekt. Tapijtstrepen, remsporen, schaafwonden, schrammen, krassen, deuken, rode wijn, gele verf, mislukte chemische spoelingen, een raster van plakbandresten—vier jaar, uitgestippeld en ingesijpeld in één mnemonische millimeter, werd weggevaagd. En toch ook weer niet, het kwam terug aan de oppervlakte. Het zit in het beton.

      Er kwam een andere man aan, om te converseren met de eerste. Ze flankeerden een preverbale derde, die de tweede lipsyncte, heen en terug, voor de eerste. “Hij zegt dat de lijnen die vandaag in het beton zijn verschenen daar altijd zijn geweest, maar nog niet naar de oppervlakte waren gekomen. Eigenlijk herinner ik me nu dat dat precies de plek is waar drie balken vier jaar geleden een hoop muurpleister ondersteunden.” Een palimpsest, een spectrale boemerang—het verwijderen van de glanslaag van het beton bracht de oorsprong van de vloer aan het licht, groef haar slapende overblijfselen op, legde haar sporen bloot, en opende de communicatielijnen. “De verweerde inscripties kunnen opnieuw naar boven komen, of voor de eerste keer, morgen, over twee maanden, of over vier jaar, naar believen?” Het beton bepaalt.

      Chosil Kil (°1975, Seoul, Korea; leeft en werkt in Londen) studeerde af aan het Royal College of Art, Londen (2004). Haar werk werd getoond in solotentoonstellingen bij Galerie Opdahl, Berlijn (2012); Gyeonggi Museum of Modern Art, Gyeonggi-do, Korea (2010); Art Sonje Lounge Project (met Sunah Choi), Seoul, Korea (2010); en het Somerset House, Londen (2008); en in groepstentoonstellingen tijdens de 9de Gwangju Biennale, Korea (2012); Hollybush Gardens, Londen (2012); het Contemporary Art Centre of South Australia; Adelaide (2012); Frutta, Rome (2012); Museum of Contemporary Art Sydney, Australië (2011-12); National Museum of Contemporary Art, Gyeonggi-do, Korea (2011-12); Marcelle Alix, Parijs (2011); en The Bailey House, Los Angeles (2010).


    • 22 september 2012—30 maart 2013 Dexter Sinister, Watch Wyoscan 0.5 Hz

      Zo is de tijd—zowel punt als duur. Dit is hoe ze kan verbuigen en verdraaien. Een week, een seconde, een seizoen: allemaal zijn ze specifiek en discreet, maar geen één is hetzelfde. Het heden kan worden opgedeeld in een eindeloos aantal lengtes, van een enkele vibratie van een cesium atoom tot de display cyclus van een digitaal horloge.

      Dexter Sinister, Watch Wyoscan 0.5 Hz is een reverse-geëngineerd digitaal Casio horloge. Een piepkleine computer vervangt de bestaande electronica en is geprogrammeerd zodat hij de huidige tijd langzaam weergeeft van links naar rechts over de vloeibaar kristallen display, per 2 seconden 1 cyclus voltooiend. Het horloge is geproduceerd door Halmos, New York, met steun van Objectif Exhibitions, Antwerpen en Yale Union, Portland.

      http://www.halmos.us.com

      PDF


    • 29 juli—22 september 2012 Zomer

      Na 28 juli sluit Objectif Exhibitions de deuren voor de rest van de zomer.

      Zaterdag 22 september van 18u tot 20u keert Objectif Exhibitions terug met twee nieuwe solotentoonstellingen. Chosil Kils tentoonstelling vindt plaats op het gelijkvloers en in de kelderruimtes gedurende zes weken, maar omvat ook een nieuwe permanente interventie die blijft lopen tot lang na het huidige programma. Ondertussen zal Dexter Sinister, Watch Wyoscan 0.5 Hz gedragen worden aan de pols van de directeur gedurende zes maanden, binnen en buiten Objectif Exhibitions, constant. En natuurlijk heropenen onze lopende tentoonstellingen Four Stomachs van Nina Beier en Cabinet d’ignorance van France Fiction.

      We hopen u dan te zien.


    • 18 juli 2012 Camping

      We deden afstand van onze sleutels. Op 18 juli reisden Chosil Kil, Peter Meanwell en Francesco Pedraglio van Londen naar Antwerpen om een nacht te kamperen in Objectif Exhibitions. Vastbesloten op de betonnen vloer te slapen, doorzochten de drie eerst het gebouw naar benodigdheden—een tafelkleed, akoestisch isolatieschuim, twee bankkussens, iets opblaasbaars, en ga zo maar door. Op algemene aanvraag werd Halation de hele nacht herhaald afgespeeld, zodat Kil, Meanwell en Pedraglio zich ondergronds konden warmen aan de virtuele vuren in Anna Franceschini’s films, ondertussen zoekend naar de akoestisch meest reflecterende posities.

      De ochtend kwam en droeg de sporen: gammele, vijandige pluchen sculpturen, een lange, smalle reep leer rond een pilaar gewonden. Ze vertrokken met een weerkaatsende audio-opname, en speelden het opnieuw af tijdens een lezing in Kassel, als onderdeel van dOCUMENTA (13).


    • 8 juli 2012 Boustrophedonic Procession (Research)

      Darius Miksys en Jennifer Teets gingen Parkbos Antwerpen in om na te denken over de mogelijkheid van een boustrophedonische processie met Chris Fitzpatrick. Boustrophedon is een oude vorm van bi-directionele inscriptie, waarbij elke tweede regel alterneert in de tegengestelde richting, met gespiegelde karakters—een omwikkeling. Etymologisch komt ‘boustrophedon’ uit het Grieks en betekent het ‘als een ploegende os’ (specifiek verwijzend naar hoe de os keert en weerkeert aan beide uiteinden van een veld). Processies daarentegen hebben slechts één richting. Voorwaarts.

      Parkbos Antwerpen is een artificieel bos. Het binnengaan was een gebeurtenis en een onderzoek naar een toekomstige gebeurtenis. En met ‘gebeurtenis’ bedoelen we tentoonstelling. Parkbos Antwerpen werd tentoongesteld, stelt zichzelf tentoon en is zelf een tentoonstelling. Het is ook als een machine. Na het verkennen van de geordende rijen met bomen en kustlijn gedurende enkele uren hadden Miksys, Teets en Fitzpatrick slakken en naaktslakken aangetroffen, aliens, Amazonische baldakijnen en carbonnesten, Vibhuti mest, paarden, konijnenkool, voorgeschreven branden, luchtzegeningen, wolkbreuken, “the stroboscopy of the strawberry”, ruimtepakken, ambergrijs, inkt uit bladsporen, vinylkrassen, truiweven, wandelende naalden, Predator, het Higgs-deeltje, gezichtsmaskerinname, parasitische horzeldracht, Robert Musil, petroleumraffinaderijen, brieven vouwen, paddenstoelen en sponzen, honden, dolfijnen, seizoenen, Vlaamse schilderkunst, parkour, cruisen, paradoxale lichamelijkheid, plantverdediging, dubbeling, omkering, heropvoering, roosters, antennes, antropocentrisme, artificiële intelligentie, os-keren en Safaitisch/Sabeaans/Grieks/puntmatrix spiegelschrift, onder anderen.

      Er was geen publiek uitgenodigd. De gebeurtenis werd gedocumenteerd, maar de resulterende video is geen secundaire compenserende optekening. Zeker, het is een mnemonisch instrument voor Miksys, Teets en Fitzpatrick, maar video circuleert ook vlot. Het is een generatief instrument—voor afstandsoriëntatie, ijsbreken en rekrutering.

      Ze keren inderdaad in 2013 terug, samen met anderen.


    • 26 juni—22 september 2012 LAURA KAMINSKAITĖ Exhibition

      Onaangekondigd openend, combineerde Laura Kaminskaites Exhibition twee bescheiden gesprekspartners. En sinds 26 juli kwamen deze langzaamaan in beeld, aan de hand van perifeer zicht en double-takes, op de vensterbank van ons kantoor—een fotosynthetisch platform voor een bovennatuurlijke conversatie.

      Het is een conversatie die wij niet kunnen horen, dus belden we Kaminskaite via de intercom. “Bij het vergelijken van taal met beeld,” vertaalde ze, “definieerde een laat achttiende-eeuwse taalkundige zelfstandige naamwoorden als vormen, adjectieven als kleuren, en het werkwoord als het canvas zelf, waarop kleuren zichtbaar worden.” Als de vaas in Untitled (Four Walls and an Exhibition) “een afgebakende tentoonstellingsruimte” vormt, fungeert de regenboogroos als “een kameleon, of vervangende tentoonstelling.” Gevraagd naar Sugar Entertainment, bracht Kaminskaite “de esthetiek van een white cube” tentoonstellingsruimte in verband met “de capaciteit van suiker een flauw maar betrouwbaar verslag te brengen van de gebeurtenissen waarvan het getuige is.” Wij opperden geruchten over helderzienden die suiker als medium gebruiken, en de astrale informatie die het bevat via hun vingertoppen kanaliseren. “Vergeet de vingertoppen,” zei ze, “wat kan er behouden worden wanneer Sugar Entertainment oplost in koffie, of in eender welke andere drank?” Elke avond nadat Objectif sluit, “smelten beide werken tot duisternis.” Ze nemen “op solide wijze de fysieke ruimte in, maar verliezen hun vorm zonder licht”. Intussen “verliest een klontje suiker,” voegde ze toe, “zijn vorm in een drinkglas, maar de smaak van de vloeistof bezit de inhoud van alles dat in het glas is opgelost—inclusief de suiker en zijn informatie.”

      Na het ophangen van de telefoon dachten we niet langer over Kaminskaites blokvormige kristallijne koolhydraat als een cryptisch documentarisch apparaat, maar wel (performatief, expansief, rythmisch) als een amorfe machine voor transtemporeel smaakgemijmer. Potentialiteit gekwadrateerd, gekubeerd zelfs. En we dachten niet langer over haar injectie-gemodificeerde, van verf doorvoede roos als een geurende, schuimende, levende RGB-druk, maar zagen haar nu als een bedrieglijk geschakeerde, palimpsestische site van inscriptieve mentale projectie—een paradoxaal onbeschreven spectrum.

      Exhibition sluit 22 september 2012.

      Kaminskaite (°1984, leeft en werkt in Vilnius, Litouwen) toonde haar werk in solotentoonstellingen waaronder Walking in a Title, The Gardens, Vilnius (2012); Exhibition, Objectif Exhibitions, Antwerpen (2012); en in groepstentoonstellingen waaronder Sparrows, Contemporary Arts Centre (CAC), Vilnius (2012); An Evening with Doctor Sheppard, Contemporary Arts Centre (CAC), Vilnius (2012); Intermission, Café Cadets de Gascogne, Riga (2011), Cēsis Art Festival, Cēsis (2010); en The Happy Interval, Tulips & Roses, Vilnius (2009).


    • 23 juni—28 juli 2012 ANNA FRANCESCHINI Halation

      De beeldende kunst is vaak een heliocentrische onderneming, niet? Is er dan een verleidelijkere daad van lichtverafgoding dan blind te worden door het langdurig kijken naar de zon? Na het ontdekken van het fenomeen van de nawerking van visuele impressies, werd de Belgische natuurkundige Joseph Plateau (1801-1883) getroffen door uveïtis en verloor hij zijn gezichtsvermogen. De laatste tijd heeft Anna Franceschini langdurig gekeken naar Plateau, wat haar weer tot andere lichtbronnen leidde. Deze werden films.

      Plateau vond de fenakistiscoop uit en hiermee ook de stroboscopische illusie van bewegende beelden—cruciaal voor de ontwikkeling van de cinema. Honderdtachtig jaar later kan Halation gezien worden als een gesublimeerde hommage aan (of meer elliptisch gezegd, rond) Plateau. De drie films die Franceschini presenteert in de kelder van Objectif Exhibitions zijn meer beeldend experiment dan cinema. Het is een donkere kamer, ondergronds, op veilige afstand van de zon.

      Twee van de getoonde films delen de titel It’s All About Light (To Joseph Plateau). De eerste is een esthetisch bijproduct van nachtwerk: blinde vlekken. De tweede, ook geprojecteerd als video, maar gedraaid op 8mm, verbeeldt opnieuw de typisch ongeziene restanten van hard labeur. Symmetrische vlammenfonteinen, verschuivend perspectief, een hand, en een paar extra kronkelende acetyleenflitsen komen in botsing en doorbreken zo een monochromatisch (nachtelijk) veld van zwart. Een derde film, It’s About Light and Death (To Joseph Plateau), wordt rechtstreeks vanaf 16mm film geprojecteerd. Deze onthult de bevroren fysionomie van een opgezet dier—een dode fotografische pose, meedraaiend als een zoötroop, aan één pulserende glimp per keer (vierentwintig keer per seconde).

      Drie films. Drie lichtbronnen in loop. Het zijn open brieven, visuele impressies, en ze werken na.

      Anna Franceschini (°1979, Pavia, Italië; woont en werkt in Brussel) voltooide een residentie aan de Rijksakademie, Amsterdam (2010) en een opleiding aan de IULM universiteit van Milaan (2006). Ze ontving de Premio d’Arte Contemporanea Ermanno Casoli in Fabriano, Italië (2012), en de TFF/Torino Film Festival’s Distribution Award A.V.A.N.T.I. (2008). Haar werk werd gepresenteerd in recente solotentoonstellingen bij Ex Elettrofonica in Rome (2012); Bielefelder Kunstverein in Bielefeld, Duitsland (2012); en Kiosk in Gent, België (2011); alsook in verscheidene internationale groepstentoonstellingen. 


    • 23 juni—28 juli 2012 ANTHONY DISCENZA What Remains

      What Remains heeft tijd nodig. Het is een solotentoonstelling van Anthony Discenza, vernoemd naar het enige werk dat ze omvat en gepresenteerd in een lege ruimte. Maar dat er niets te zien is betekent niet dat What Remains geen beeldende kunst is. Het hangt er maar vanaf wie er luistert, en voor hoe lang.

      Een lichaamloze stem spreekt—is het een lezing, een handleiding, een rondleiding, ongeleid geraaskal of een zelfhulpoefening? Als u goed genoeg luistert, komt u misschien wel in een andere tentoonstelling terecht (door uzelf geconstrueerd). Maar meer nog dan een fenomenologische transformatie van Objectif Exhibitions biedt Discenza de voorwaarden voor een innerlijke visualisatie, cognitief gesmeed.

      Discenza’s tekst begint met andere teksten. Fragmenten. Hij verzamelde en decontextualiseerde, ordende en herzag tientallen beschrijvingen van visuele situaties, geschreven door andere auteurs over andere zaken. Online zoektermen: “what+remains…” Hoewel deze terugkerende woorden de voornaamste lijm vormen, bracht Discenza een bijkomend bindmiddel aan door de voordracht van het hieruit voortvloeiende manuscript uit te besteden aan een stemacteur.

      Dus hoewel What Remains een auditieve presentatie van een tekst voorstelt, is haar medium precies dat—een medium, een tussenpersoon, een middel. Een reactiestarter. Gedeeltelijk tekst, gedeeltelijk audio, vereist What Remains elk beeld dat door de registratie van de audio wordt opgeroepen. Luisterend naar de stem, zich voorstellend wat wordt beschreven, elke verschuivende beschrijving associërend en vermengend, kan een afwezig subject voortdurend verdwalen, gevonden worden en uitgevonden worden.

      Anthony Discenza (°New Brunswick, New Jersey, VS, 1967; woont en werkt in Oakland, Californië) studeerde af aan California College of the Arts, San Francisco (2000) en Wesleyan University, Connecticut (1990). Hij had recente solo- en groepstentoonstellingen bij Wattis Institute for Contemporary Arts, San Francisco (2012); Ballroom Marfa, Texas (2012); San Francisco Museum of Modern Art (2012); United Nations Pavilion, Shanghai (2010); en de Whitney Biënnale, Whitney Museum of American Art, New York (2000). Discenza werkt ook samen met kunstenaar Torsten Zenas Burns onder de naam HalfLifers.


    • 30 mei 2012 An Evening Inside Four Exhibitions

      An Evening Inside Four Exhibitions was een avond met vier afwezige kunstenaars. Nina Beier, France Fiction, Will Rogan, Triin Tamm — geen van allen was er, maar anderen of andere dingen werden gezonden om in hun plaats de tentoonstellingen te bevolken.

      Audrey Cottin, bijvoorbeeld, daalde diep af in Triin Tamms tentoonstelling Wasn’t There Yesterday. Cottin presenteerde Can’t be everywhere, can be everybody — een performatieve dyptiek, waarin Cottin rond de aanvaardingsvormen voor Tamms reizende diaprojectie The Carousel Collection fladderde. Elke vaag belichte toeschouwer welkom hetend, waagde Cottin zich aan een reeks dialogen. Intussen bezette Kassandra Stiles twee uur lang een muziekstand bij Tamms projectie, waar Stiles langzaam en herhaaldelijk door Cottins alfabetisch geordende lijst van associatieve woorden en zinnen las — één voor elke dia, van “Alien” tot “Zombie”.

      Terwijl Cottin en Stiles beneden gelijktijdig circumambuleerden rond Tamms tentoonstelling, exploreerden twee goed uitgeruste konijnen Luka en Vlokje Will Rogans tentoonstelling Curtain. Huppend, sprintend, rustend of observerend, boden hun bewegingen een minder antropocentrische route door een omleidende tentoonstelling van afwezigheden, aanwezigheden, redacties en verlichtingen. Luka woont boven.

      France Fictions Cabinet d’ignorance was gehuld in zwart, maar het oplichten van de sluier van links werd regelmatig geadviseerd — een blik geïnverteerd door drie kilo kristal.

      Uiteindelijk kwam de brief ‘aan de koe op de kleine markt’ aan, verzonden vanuit een lift in Californië. Post Brothers penden 4 A4‘tjes vol over Nina Beiers vier jaar durende tentoonstelling Four Stomachs. Chris Fitzpatrick las de volledige brief luidop voor op het binnenplein, onder de afwezige gezichten van Beiers vervormde bustes.


    • 21 april 2012—30 maart 2013 France Fiction Cabinet d'ignorance

      France Fiction werd opgericht in 2004, en de huidige leden zijn: Stéphane Argillet, Marie Bonnet, Eric Camus, Lorenzo Cirrincione, en Nicolas Nakamoto. France Fiction opereert zowel als tentoonstellingsruimte, magazine, curator of kunstenaar. Daardoor ontstaan er verscheidene vormen—variërend van pure vormeloosheid tot de productie van edities, van het vernieuwen van het vergeten graf van Demetrius d’Exarque tot het ontwikkelen van pedagogische inkt of het spelen van een knikkerspel waarbij de regels continu veranderen en het resultaat door geheimzinnige omstandigheden wordt beïnvloed.

      Een jaar lang zal Objectif Exhibitions Cabinet d’ignorance van France Fiction in zijn kantoor tentoon stellen. De titel verwijst naar de geschiedenis van tentoonstellingskabinetten voor objecten met onbekende functies of oorsprong. Het kantoor, de plek voor administratie, vergaderingen en papierwerk, is hiervoor de geschikte expositieruimte. Een vitrinekast uit glas en staal, ‘getransplanteerd’ vanuit de France Fiction ruimte in Parijs, functioneert als drager voor andere vormen van kennis, open en onzeker.

      France Fiction (opgericht in Parijs, Frankrijk, 2004) en tegenwoordig bestaande uit Stéphane Argillet, Marie Bonnet, Eric Camus, Lorenzo Cirrincione, en Nicolas Nakamoto, stelt zijn werk tentoon in solotentoonstellingen bij Objectif Exhibitions, Antwerpen (2012-13) en Jeu de Paume, Parijs (2011); evenals in groepstentoonstellingen in Frutta, Rome (2012); Artissima 18, Turijn (2011); Galerie Stereo, Poznan (2011);  ACCA, Melbourne (2011); Wysing Arts Center, Cambridge (2010); HBC, Berlijn (2010); Kadist Art Foundation, Parijs (2009-2010); Serpentine Gallery, Londen (2008); en Centre Pompidou, Parijs (2008).

      France Fiction, als ruimte in Parijs, organiseerde tentoonstellingen met diverse artiesten waaronder, Darius Miksys, Mark Aerial Waller, Pierre Leguillon, Vava Dudu, André du Colombier, en Jean Yves Jouannais.


    • 21 april—9 juni 2012 TRIIN TAMM Wasn't There Yesterday

      Wasn’t There Yesterday is een passende titel, aangezien zij hier gisteren ook echt niet was—vanwege agendaproblemen. Toch blijven er sporen: werken die haar assistente in de kelder van Objectif Exhibitions installeerde. En vermits zij een veelvoorkomende Estse naam heeft, zorgde Tamm ervoor dat een andere Triin Tamm (die in Antwerpen woont) in haar naam op de opening aanwezig is.

      De titel, Wasn’t There Yesterday, komt niet alleen voort uit praktische overwegingen, maar ook uit elementen van meditatie, intersubjectiviteit, professionele verwachtingen, uitputting en vrijheid. Omdat Tamm niet overal kan zijn, is ze zelden alleen.

      The Carousel Collection bevat werk van vele anderen, die uitgenodigd werden om een slide te leveren voor de collectie. Die zal wekelijks veranderen, met telkens nieuwe bijdragen van mensen die nauw verbonden zijn met Objectif Exhibitions.

      Zijn de objecten die Tamm tentoonstelt zowel containers als generatoren? Indien ja, dan is onze kelder de geschikte ruimte bij uitstek: een plek gevuld met een chaotisch netwerk van verwarmingsbuizen, langs het plafond en verder naar boven, zich doorheen het hele gebouw verdelend.

      Triin Tamm (°Paide, Estland, 1982; woont en werkt studeerde af aan Poznan Academy of Arts (2005). Een overzichtstentoonstelling van Tamms werk werd georganiseerd in OUI, Grenoble (2009), waarvan ook een catalogus verscheen. Sindsdien nam zij deel aan solo- en groepstentoonstellingen bij Objectif Exhibitions, Antwerpen (2012); Sans Serriffe, Amsterdam (2012); KIM? Contemporary Art Centre, Riga (2012); Corner College, Zürich (2011); Contemporary Art Centre, Vilnius (2011); HIAP, Helsinki (2011) en Contemporary Art Museum of Estonia, Tallin (2011).

      Een andere Triin Tamm woont in de omgeving van Antwerpen en werkt als Prince 2-gecertificeerd zakelijk adviseur, ondernemer, en gecertificeerd ScrumMaster.


    • 21 april—9 juni 2012 WILL ROGAN Curtain

      Will Rogan stelt twaalf fotografische objecten tentoon in Curtain—doch niet één is een echte foto. Via video, collage, sculptuur, papier, of door het misbruiken van licht, worden beelden gerecycleerd, verborgen en uitgewist.

      Beschilderde prisma’s, bijvoorbeeld, kunnen het licht niet breken—zijn het blinde lenzen, gesloten openingen, hypnotische werktuigen? In drie nieuwe lichtbakken verschijnen abstracte vormen vanuit afbeeldingen van abstracte vormen. Een verso vreet zich door zijn recto. Verschillende tijdsdimensies schuiven door elkaar. Was Rogan geïnteresseerd in de prestatie of de mislukking van de Canadese goochelaar Doug Henning die lijkt te verdwijnen door een bakstenen muur een fragment van een Xerox-beeld op een houten sculptuur? En vanuit welke hoek wissen de elementen in onze architectuur Rogan’s redactie van Henning’s vakgenoten?

      Op een fotografische manier laat Rogan mechanische processen botsen met hun effect, om zo de nog altijd aanwezige metafysische aspiraties van kunst te verbinden met de betovering van de magie. De macht die aan kunstenaars wordt toegeschreven schurkt ongemakkelijk tegen de manipulatie van de goochelaar.

      Will Rogan (°Illinois, USA, 1975; woonachtig te Albanië) studeerde af aan the University of California, Berkeley (2006), en San Francisco Art Institute (1999). Zijn werk verscheen zowel in solo als groepstentoonstellingen bij Objectif Exhibitions, Antwerpen (2012); Frutta, Rome (2012); Art In General, New York (2011); MOT International, Londen (2011); Atlanta Contemporary Arts Center (2009); en Mori Art Museum, Tokyo (2007). Rogan werd in 2002 bekroond met the SECA Art Award van the San Francisco Museum of Modern Art.

      Sinds 2007, werkt Rogan samen met de kunstenaar Jonn Herschend aan het project THE THING Quarterly. Met dit project produceerden zij reeds voorwerpen van 19 artiesten waaronder Allora & Calzadilla, Trisha Donnelly, en Ryan Gander.


    • 11 maart 2012 Beste Buur

      Objectif Exhibitions introduceert zich bij de buren van het gebouw Kleine Markt 7-9 met een kleine receptie voor de bewoners van het appartementsblok.


    • 19 januari 2012 Raimundas Malašauskas Paper Exhibition


  • 2011—1999


    • Philippe Pirotte, Win Van den Abbeele, en Patrick Van Rossem richtten Objectif Exhibitions op in 1999. Mai Abu ElDahab was directeur van 2007 tot 2011, en verhuisde de organisatie naar de huidige locatie. Gelieve de volgende websites te raadplegen, indien u informatie wenst over de tentoonstellingen die in het verleden door Objectif Exhibitons werden georganiseerd:

      http://www.objectif-exhibitions.org/2007-2012

      http://www.objectif-exhibitions.org/1999-2007